Nieuws

Van sluitstuk naar startpunt met Managing Public Space

Beheren moet zich van een sectoraal tot integraal vakgebied ontwikkelen. Dat ambieert Stichting Managing Public Space (MPS). Om deze noodzakelijke transitie te stimuleren, is de stichting in samenwerking met Wageningen Universiteit gestart met een pilot-masterclass 'Planning, ontwerp en beheer: transities in de openbare ruimte'.

“Dit resultaat in dit tempo zegt iets over de noodzaak en behoefte aan een transitie in het vakgebied beheer”, zegt Lindy Molenkamp, voorzitter van de Raad van Toezicht van MPS. Een waaier aan urgente maatschappelijke opgaven, zoals circulariteit, energietransitie, klimaatadaptatie, digitalisering en ook nieuwe vormen van sociale en fysieke mobiliteit, moeten allemaal een plek vinden in de openbare ruimte. Waren nieuwe toepassingen vaak het terrein van ontwerpers, architecten en gebiedsontwikkelaars en kregen ze vorm in nieuwe gebouwen en gebieden, nu is juist de ingerichte openbare ruimte het gebied waar de maatschappelijke ambities tot uitvoer moeten komen, vaak slim gekoppeld aan het beheer en onderhoud wat toch al aan de orde is. Molenkamp: “Als je weet dat er in Nederland zo’n 5 procent nieuwe ontwikkelruimte is, tegenover 95 procent openbare ruimte ‘in beheer’, dan begrijp je dat het aan het vakgebied beheer is om tijdens de beheercyclus van wegen, kunstwerken, openbare verblijfsruimte en groen, te vernieuwen en te innoveren.”   

Competenties

Voor die opgave hebben we niet alleen heel veel mensen nodig, maar ook mensen met nieuwe, integrale en academische competenties, zegt Ton Hesselmans, senior programmamanager bij CROW-partner MPS. Hij heeft binnen de stichting de functie van secretaris en onderhoudt niet alleen alle contacten met stakeholders, Bestuur en Raad van Toezicht, maar is ook lid van de promotiecommissie voor de eerste promovenda die intussen al haar eerste artikel heeft gepubliceerd.


Deze inzichten rond een transitie in het vakgebied ‘beheer’ vatten vlam in 2018 in de gemeente Almere, waar directeur Stadsbeheer Jaap Meindersma de bevindingen deelde van een ‘rondje Nederland’ door zijn collega, strategisch adviseur beheer Wiebe Oosterhoff. Beiden delen een achtergrond in stadsontwikkeling en verbaasden zich er gezamenlijk over dat de werelden van ontwerpers en beheerders zo uit elkaar getrokken zijn. En dat niet alleen. Alle aandacht, dat wil zeggen vakontwikkeling en regelgeving bleken gaandeweg verschoven naar nieuwe ontwerpen en ontwerpers. Oosterhoff: “Denk aan de wereldfaam van architecten als Rem Koolhaas.” Maar is een gebouw of gebied eenmaal opgeleverd, verslapt de aandacht en krijgt ‘beheer’ als opdracht om de functionaliteit te bewaken gedurende de gehele levenscyclus. Dat gaat goed zolang er tussentijds geen complexe functionele aanpassingen nodig zijn, maar die zijn er nu wel. De logische vervolgvraag is dan: is de wereld van beheer klaar voor de maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen? ‘Nee’, vreesden Meindersma en Oosterhoff.

Academiseren

Wat te doen? Oosterhoff trok op verzoek van Meindersma het land in, sprak met allerlei overheden, bedrijven en organisaties, en ging samen met de zogenoemde Kopgroep Beheer van vijf gemeenten, met iAMPro, het netwerk voor assetmanagement en met CROW aan de slag met de voorbereidingen van Managing Public Space. Samen bedachten ze een structuur om het vakgebied beheer te professionaliseren door het te academiseren. Want op dit niveau bleek een werkelijk ontbrekend stuk van de puzzel te liggen, stelt Meindersma. Er is voor zover bekend geen internationale academische goeroe, geen leerstoel beheer. En daarmee geen nieuwe studenten en geen kennisontwikkeling.


Verder lezen? Het hele artikel is beschikbaar op Verkeerskunde.

Deel dit artikel