In vijf wooncomplexen is onderzocht hoe de woonomgeving bijdraagt aan zelf- en samenredzaamheid. De presentatie van de onderzoeksresultaten kende ook een primeur: de lancering van het digitale Kompas Ruimte voor Ontmoeten.
Bouwen aan zelfredzaamheid: sociale en fysieke componenten
Op 15 januari vond het minisymposium Bouwen aan Samenredzaamheid plaats. De organisatie was in handen van kennisplatform DEEL Academy (Dutch Empathic Environment LivingLabs) met Yvonne Witter (ZorgSaamWonen) als presentator. Binnen DEEL, onder leiding van professor Masi Mohammadi, lopen verschillende onderzoeksprojecten naar hoe de leefomgeving bijdraagt aan zelf- en samenredzaamheid. In vrijwel alle projecten werken onderzoekers, partners en bewoners samen in Living Labs, waar in de praktijk wordt onderzocht, ontworpen en geëvalueerd.
De directe aanleiding voor het minisymposium was de afronding van een twee jaar durend onderzoeksproject. Daarin is onderzocht hoe woningcorporaties en hun samenwerkingspartners kunnen worden ondersteund bij het ruimtelijk en sociaal organisatorisch vormgeven van een woonomgeving die samenredzaamheid bevordert. En daarmee de zelfredzaamheid van verschillende profielen oudere huurders versterkt. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is onderzoek gedaan in vijf wooncomplexen (van de corporaties Woonzorg Nederland, Talis, de Alliante en De Woonmensen).
Bewoners in beeld
Een eerste vraag die in het project werd beantwoord, was welke oudere bewoners, met hun uiteenlopende behoeften, mogelijkheden en hulpbronnen, behoefte hebben aan steun vanuit het netwerk van buren, en hier ook daadwerkelijk toegang tot hebben. Onderzoeker Nienke Moor (HAN) presenteerde een aantal interessante bevindingen. Zo blijken ontmoetingsmogelijkheden in de woonomgeving vooral te worden gebruikt door bewoners die wíllen en kúnnen deelnemen. Bewoners die sociaal meer op zichzelf staan, sluiten minder vaak aan. Fysiek kwetsbare bewoners maken vaker gebruik van de mogelijkheden.
Daarnaast liet het onderzoek zien dat de bereidheid om te helpen en de capaciteit om dat te doen niet altijd bij dezelfde groep huurders samenkomen. Hoe meer iemand participeert in de woongemeenschap (embedded), hoe meer hulp men geeft en ontvangt. Bewoners die minder zijn ingebed, lijken daardoor ook minder snel hulp van medebewoners te krijgen.
Deze inzichten zijn relevant, omdat zorgcorporaties en organisaties vaak zoeken naar een optimale mix van vitale en minder vitale bewoners, vanuit de gedachte dat vitale bewoners kunnen zorgen voor de minder vitale bewoners. Dit werkt echter alleen wanneer deze laatste groep voldoende is ingebed in de woonomgeving. Zonder dat fundament komt steun minder gemakkelijk tot stand.
Ruimte als katalysator
Tijdens een interactieve sessie gingen deelnemers uiteen om, onder begeleiding van onderzoekers Kim Hamers, Sophie van den Burg-Peters, Guido van Beek en Marijn van de Weijer, te reflecteren op hoe de inrichting van de woonomgeving spontane ontmoetingen tussen bewoners kan stimuleren. Zij deden dit aan de hand van concrete voorbeelden uit de onderzochte wooncomplexen, die aansloten bij thema's als zichtbaarheid, routing en toegankelijkheid.
De deelnemers wisselden praktijkervaringen uit en deelden inspirerende voorbeelden. Ze bespraken hoe de woonomgeving ontmoeting laagdrempelig kan bevorderen, bijvoorbeeld door functionele en sociale functies te combineren, zodat bewoners elkaar vanzelf tegenkomen tijdens dagelijkse acitiviteiten. Dit maakt ontmoeting natuurlijker en vermindert sociale druk. Tegelijkertijd biedt zo'n dagelijkse activiteit een excuus om zonder gezichtsverlies te vertrekken, wanneer een medebewoner op dat moment geen behoefte heeft aan contact.
Ook kwamen voorbeelden voorbij van woongebouwen waar bewoners elkaar op meerdere plekken en verdiepingen kunnen ontmoeten. Dat gebeurt in ruimtes met uiteenlopende functies langs hun dagelijkse looproute in plaats van één centrale ruimte. Deze ruimtes, met ieder een eigen karakter en functionaliteit, sluiten beter aan bij uiteenlopende behoeften en kunnen zo de kans op contact tussen de bewoners vergroten. De inzichten uit de sessie laten zien dat doordachte ruimtelijke keuzes kunnen bijdragen aan woonomgevingen die ontmoeting stimuleren, terwijl bewoners tegelijkertijd hun eigen regie behouden.
Digitale Kompas
Er was ook een primeur op het symposium: de lancering van het digitale Kompas Ruimte voor ontmoeten. De inzichten uit onder andere dit project zijn vertaald naar deze, voor iedereen toegankelijke handreiking. Het Kompas biedt een houvast bij het nadenken over en vormgeven van een woonomgeving die letterlijk ruimte maakt voor ontmoeting. Hoewel er al enkele waardevolle praktijkgerichte tools bestaan, vormt het Kompas hierop een duidelijke aanvulling en verrijking.
Lees verder over het Kompas in het complete artikel, afkomstig uit de nieuwste editie van Stedebouw & Architectuur (thema Gezonde Leefomgeving), dit keer ook gepubliceerd in de Sneak preview van het magazine. Abonnees vinden het complete nummer in onze Acquire-bibliotheek.
Blijf nog beter op de hoogte van al ons nieuws en abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief van Stedebouw & Architectuur.
Tekst: Kim Hamers en Nienke Moor
Beeld: HAN

Reactie toevoegen