Blog

Column Chantal Verspaille: De druppel

De oproep aan onze burgers om verplicht thuis te blijven, was nog geen uur oud, of Zjef en Eddy van de buitendienst, stonden al in mijn kantoor. Te kortbij, ze staan altijd te kortbij.

‘Anderhalve meter, mannen’, riep ik nog! Maar Zjef had al een stadskaart op m’n bureau uitgerold, met in het rood een aantal bekende plekken omcirkeld. ‘Hier, hier, hier’, hij onderstreepte al zijn rode cirkels door er stevig met zijn wijsvinger op te hameren, ‘en hier!’ Ik zag ondertussen vooral de rouwrand onder zijn nagels, zwart van, naar ik hoopte smeerolie, zonder virus. ‘Amai, die zitten allemaal op hun kot! Nu kunnen we eindelijk ongestoord al ons achterstallig onderhoud plegen!’, juichte hij.

Toegegeven, daar had ik nog niet aan gedacht. Bij de oversteekplaats van de grote parking de stad in, daar functioneerde het voetgangers-groen al maanden niet. Iedereen wist ervan, dus men stak keurig over als het verkeer stopte, maar toch, wel prettig als het werkt. Normaal kunt ge er niet komen zonder onder de voeten te worden gelopen, nu was het er al dagen post-apocalyptisch leeg. Mijn oog viel ineens op de ouderwetse stoffen zakdoek die, nogal intens gebruikt, uit de broekzak van Zjef stak.

‘En ook kan Sofie nu eindelijk eens de straat op’, sprak Eddy. Onze burgemeester vond dat we meer moeten emanciperen, en dus worden nu alle oude voetgangersstoplichten bij vervanging een oversteek-vrouwke; Sofie. Dat Sofie niks met emancipatie van doen heeft, maar gewoon meer licht doorlaat dan het traditionele manneke heeft niemand tegen onze burgervader durven zeggen. Maar goed, we hadden dus al maandenlang gloednieuwe Sofiekes in de opslag, klaar om de straat op te mogen.

En déze lampen moeten gerepareerd, hier, hier en hier, deze leidingen naar daar doorgetrokken, daar moeten oude palen weg, Zjef en Eddy buitelden ondertussen over elkaar heen van enthousiasme. ‘Zeg, ander vraagske’, wilde ik weten, ‘zoveel onderhoud, krijgen we dat wel rond met alle zieken?’ Ik keek van de kaart op, waar mijn blik bleef steken op de druppel aan de neus van Zjef. Ik deinsde automatisch naar achter, gesensibiliseerd als ik ben sinds de uitbraak. Eddy zag het gebeuren.‘Geen zorgen, schepen’, sprak hij zacht, ‘die heeft hij altijd. Ik heb Zjef nog nooit zónder druppel gezien’.

Zjef zelf ging ondertussen onverstoorbaar verder, mijn bureau rammelde vanonder zijn beukende wijsvinger op de kaart; hier, hier, en daar, daar! Ondertussen probeerde ik de oude Zjef voor de geest te halen, de Zjef van gister en eergister. Had hij inderdaad altijd al die druppel? Ik had werkelijk geen idee. ‘Zeg, zullen we dan maar aan de slag, schepen?’ Zjef kwam omhoog van de kaart, en daar gebeurde het. Tergend traag kwam hij los van zijn neus; de druppel. In slow motion, gelijk in een actiefilm, viel hij naar onder en spatte uiteen op de kaart in duizenden nieuwe kleine druppelkes.

Eddy vluchtte van schrik direct mijn kantoor uit. Ikzelf zit inmiddels thuis, met m’n eigen druppel.

Chantal Verspaille is schepen in een Vlaamse stad. Ze vertelt in ieder magazine over haar belevenissen.
 



Dit artikel komt uit Straatbeeld

Deel dit artikel