Artikel

Duurzaam produceren voor de bouw 

We moeten naar een planeetneutrale bouwsector, die geen natuurlijke hulpbronnen uitput en ons leefmilieu niet verstoort. De industrie zal een belangrijke rol moeten spelen, want naast toekomstbestendig en circulair ontwerpen, zullen we vooral ook de impact van productie van bouwmaterialen serieus moeten verlagen.

Auteur: Mantijn van Leeuwen, algemeen directeur NIBE

Om tot een planeetneutrale bouwsector te komen moet elke schakel van de bouwkolom zijn deel doen. De opgave voor de industrie hierin is groot: 

  • Hergebruiken wat er al is  
  • Duurzaam produceren (grondstof- en energiegebruik)  
  • Produceren geheel gericht op hergebruik en recycling.   

Planeetneutraal
Planeetneutraal is de basis van het gloednieuwe Europese beleid, zoals gepresenteerd in de New Green Deal. De impact van onze samenleving mag het ecosysteem van de planeet niet uit balans brengen. Dit betekent niet dat er niets meer kan. Ons ecosysteem kan best veel (ver)dragen en kan zich ook aanpassen. Planeet neutraal is eigenlijk ook de basis van het Nederlandse Milieuprestatie Gebouw (MPG) systeem. Hoewel niet zo letterlijk als het nieuwe Europese beleid, is de basis wel gelijk als we kijken naar de milieueffecten die worden beschouwd. In het MP- systeem hebben we nu een grenswaarde gekozen, die is gebaseerd op wat we vandaag haalbaar achten en de politiek periodiek wil verlagen. In het Europese systeem is als basis niet gekozen voor wat haalbaar is, maar voor wat de planeet kan (ver)dragen. Een andere benadering, maar systematisch zijn de 2 systemen over elkaar te leggen. Beide systemen zijn gebaseerd op dezelfde levenscyclusanalyse methode.


Hergebruiken wat er al is 

Dit is geen eenvoudige opgave, want de producten die nu uit sloop en renovatie vrijkomen voldoen niet altijd aan huidige normeringen en regelgeving.  En er zijn nog geen richtlijnen hoe kwaliteit en restlevensduur objectief te bepalen. Hier lopen veel initiatieven, maar er is nog niet veel dat je vandaag de dag als ontwerper eenvoudig in je project kunt toepassen. Met inspanning is het zeker mogelijk om bijvoorbeeld een geveldeel dat vrijkomt opnieuw in te zetten, wat een flinke besparing in milieu-impact oplevert. Maar wat we echt nodig hebben zijn schaalbare oplossingen, die zonder veel moeite, in groten getale kunnen worden toegepast. Hier speelt de industrie een belangrijke rol, want zij kent de productnormen en toepassingseisen en kan vrijgekomen producten testen en weer geschikt maken voor hergebruik. 

Een voorbeeld hiervan is de firma Luijtgaarden, die gebruikte dakpannen oogst, sorteert  en een tweede leven geeft. Een schaalbare oplossing, met impact. Een studie door NIBE heeft laten zien dat de MKI-waarde van de hergebruikte Luijtgaarden-dakpan enorm verschilt van nieuw geproduceerde dakpannen. Dit is niet alleen te verklaren door de hoeveelheid uitgespaarde primaire grondstoffen en het productieproces van de dakpannen, maar tevens door het geoptimaliseerde transportproces waarbij het bedrijf in één transportbeweging zowel dakpannen levert als meebrengt naar dehoofdvestiging in Standdaarbuiten.  



Het Luijtgaarden circulaire dakconcept (oude en nieuwe dakpan)


Een ander initiatief is het Urban Mining Collective (UMC), een concept waarbij het 'oogstbedrijf' New Horizon, als nieuwkomer op de markt,   samen met gevestigde bedrijven hergebruik van producten realiseert. Een studie door NIBE heeft laten zien dat dit een afname van de milieu-impact van 80 procent of meer oplevert. Hierbij gaat het om relatief eenvoudige producten als kabelgoten, radiatoren, lichtarmaturen, kunststofleidingen, scheidingswanden en hang- en sluitwerk. Deze producten worden geleverd door gevestigde partijen in hybride leveringen (oude en nieuwe producten door elkaar). Op basis van het aanbod van UMC berekent de zgn. WEARTHY Scan het maximale verduurzamingspotentieel van een project. Een handige start die veel zoekwerk en tijd bespaart. 



Productoverzicht van Urban Mining Collective gepresenteerd op Deliver'19, november 2019. Per product is de besparing in milieuprestatie ten opzichte van het oorspronkelijke product getoond. De milieuprestatie van zowel de UMC producten als de oorspronkelijke producten zijn op dezelfde versie van methode en database berekend.

Duurzaam produceren  

Veel producenten zijn gericht op duurzamer produceren(5) en de objectieve manier om vast te stellen hoe duurzaam een product is geproduceerd op basis van een levenscyclusanalyse. Hiervoor hanteren we in Nederland de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken, die gebaseerd is op de Europese norm EN 15804:A1(2013).  


In Nederland kan een producent een Environmental Product Declaration (EPD) laten opstellen en toetsen volgens de Nederlandse Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken en zo de milieuprestatie van het product aantonen. Let wel op bij gebruik van EPDs. Omdat het systeem volop in ontwikkeling is kunnen oude en nieuwe EPDs niet onderling vergeleken worden. Om een eerlijk vergelijk te maken moeten de (te beschouwen) producten berekend zijn volgens dezelfde methode en op basis van dezelfde versie van de database (die in Nederland doorgaans elke 6 maanden wijzigt).


Bronnen om te raadplegen voor milieuprestatie van bouwproducten zijn de Nationale Milieu database (NMD) en de NIBE milieuclassificaties. De NIBE milieuclassificaties bevatten alleen generieke producten (dus producent onafhankelijk) en de NMD bevat generieke en producent specifieke producten. De NMD is enkel te raadplegen via erkende software instrumenten, wat het lastiger maakt om snel iets op te zoeken. De NMD bevat ook oude en nieuwe profielen door elkaar (een EPD is in Europa 5 jaar geldig), wat secuur werken vergt wanneer je een vergelijk wilt maken.



Een verkennende studie(1) uit 2018 heeft geleerd dat de milieu-impact van een gemiddeld bouwproduct met 70 tot 80 procent zal afnemen als alle fossiele brandstoffen in een productieketen zouden worden vervangen door duurzame brandstoffen. Als we dus alle productieketens fossielvrij weten te maken, dan zijn we er bijna. Combineren met hergebruik en een toename van gebruik van  hernieuwbare grondstoffen zou het plaatje voor de industrie meer dan compleet maken. Hier zitten wel twee grote uitdagingen:  

  • Duurzame brandstof is onvoldoende beschikbaar  
  • Gebruik van duurzame brandstoffen is (veel) duurder dan gebruik van fossiele brandstoffen.  


Vooral het tweede punt speelt de industrie nu parten. Omschakelen naar duurzame brandstoffen vraagt doorgaans een flinke investering en verhoogt de energiekosten. Een producent die voorop loopt, prijst zichzelf automatisch uit de markt. Gebruik van duurzame brandstoffen moet dus hand in hand gaan met een perspectief op een business case voor duurzame producten, anders is er voor de industrie geen motivatie om de investeringen te doen. Hier hebben we moeite mee. Opdrachtgevers praten er graag over mee, maar zijn gebonden aan regels of zelf ook weer verankerd in een competitief systeem. Mogelijk helpen ketenakkoorden, waarin alle partijen afspreken (min of meer) gelijktijdig de inspanning te plegen en opdrachtgevers afspreken gunningvoordeel te geven aan duurzame producten in combinatie met het eisen van een minimale prestatie. Een aardig voorbeeld is het betonakkoord(3). 


Er zijn gelukkig al veel voorbeelden van producenten voor gevel en dak, die veel focus leggen op duurzaam produceren(2). Als we in iets meer detail naar de industrie kijken valt op hoeveel recyclinginitiatieven op gang komen en hoe weinig men bezig is met het omschakelen naar duurzame energie. Blijkbaar is de business case van recycling op dit moment interessanter dan die van duurzame energie. 


Veel van de grote materiaalstromen, zoals isolatie, bitumen, baksteen, beton, blijken met een beetje extra inspanning voor een groot deel weer goed te gebruiken als grondstof. Hoewel recycling vaak als laagwaardig wordt geduid, moeten we dit proces zeker niet over het hoofd zien in een circulaire economie. Als een product in zijn huidige vormgeving niet mee bruikbaar is, maar de grondstoffen wel, dan is opnieuw vormgeven vaak de enige methode om het product nog een volgende gebruikscyclus te geven. Dit zal in een circulaire economie niet anders zijn.  


Zo is er een initiatief van de hele polystyreenschuim keten om polystyreen uit de sloop te recyclen, genaamd PS Loop(6). De milieu-impact door recycling is zo’n 47 procent lager (LCA studie van TüV Rheinland) dan voor verbranding. Teun van Schadewijk, Business Developer bij Kingspan Unidek is erbij betrokken en stelt: "PS Loop is een echte doorbraak. In dit proces kan broomhoudend polystyreen gerecycled worden tot nieuw polystyreen, zonder de polystyreenketen helemaal af te breken. Met de grondstof, die PS Loop maakt, kan de industrie weer hoogwaardige polystyreenschuim producten voor de bouw maken. De cirkel is dan rond”.  



Proces diagram van PS Loop


Een ander interessant initiatief is de ontwikkeling van Urbrick door New Horizon. Urbrick is een normale baksteen, maar geheel geproduceerd uit oude bakstenen.  De steen is normaal toe te passen, wordt in een conventionele stenenfabriek geproduceerd, past eenvoudig in de bouwkolom en levert een aanzienlijke milieuwinst op. De EPD is nog niet beschikbaar omdat de fabriek nog in de opstartfase zit, maar een eerste schatting resulteert in een besparing van de milieuprestatie van circa 30 procent.  



Produceren geheel gericht op hergebruik en recycling 

Dit is misschien het moeilijkste onderdeel voor de industrie. Er zijn verschillende partijen druk mee bezig om een modulair, remontabel of geheel herbruikbaar product systeem te ontwikkelen, waarbij vrijwel altijd sprake is van een retoursysteem (je wilt de grondstoffen tenslotte graag terug). De hele retourlogistiek maakt het ingewikkeld, evenals het systeem omtrent eigenaarschap en contractuele afspraken. Voor zover ons bekend zijn dergelijke gevel- en daksystemen momenteel nog niet commercieel beschikbaar.  


Interessant is de verkenning, die een consortium onder leiding van Alba Concepts voor het ministerie van IenW uitvoert, naar een circulaire geveleconomie(4) en dat moet resulteren in een plan van aanpak voor de sector om binnen vijf jaar tot invoering van een systeem met uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te komen. 

 

Over NIBE

Om verantwoorde keuzes te kunnen maken, willen mensen duidelijkheid over de impact van producten op ons milieu. NIBE is een onafhankelijk, toonaangevend adviesbureau dat met haar expertise nationaal en internationaal grensverleggend wil zijn op het gebied van duurzaam bouwen. Betrouwbare transparantie over de milieu-impact van bestaande maar vooral ook herbruikbare en innovatieve (biobased) grondstoffen, bouwmaterialen, producten en bouwwijzen is voor NIBE van essentieel belang voor het bewust duurzaam ontwerpen van de gebouwde omgeving. NIBE wil de transitie naar duurzaam en circulair bouwen versnellen en koppelt maatschappelijke verantwoordelijkheid aan ondernemerschap en sociale en ecologische betrokkenheid aan commercieel succes.

Literatuur

  1. Nibe studie impact energie transitie 2018 (innovA58 referentie)
  2. https://www.nibe.org/nl/nieuws/Nationale_Benchmark_Duurzaam_Produceren
  3. www.betonakkoord.nl
  4. https://vmrg.nl/nieuws/nieuwsberichten/Verkenning-circulaire-potentie-gevelbouw-van-start
  5. Overzicht van producenten met duurzaam bouwen keurmerk, www.dubokeur.nl
  6. Polystyrene loop, www.polystyreneloop.eu

Deel dit artikel