Artikel

Bestaand vastgoed als duurzame kans

In tijden van stadsverdichting, woningnood en verduurzaming worden alle ballen gegooid op het renoveren van bestaand vastgoed. Architect Jeroen Simons vertelt over enkele projecten waarbij renovatie als kans voor het verbeteren van de stad volhartig wordt aangegrepen.

De meest recente projecten in de portefeuille van Simons zijn het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam, het Huis van de Stad in Rijswijk en het Tandheelkundegebouw in Nijmegen. Gebouwen uit de jaren 50, 60 en 70 die van de vergankelijkheid gered moesten worden. De herontwikkeling van zo’n gebouw omhelst meer dan alleen het pand, geeft Simons aan. De locatie, alsook de stad als geheel, maakt onderdeel uit van de opgave.


Foto rechts: Jeroen Simons, architect-partner bij Inbo

Behoudenswaardig

“Stadsuitbreiding is voorbij, we gaan nu juist verdichten en de hoogte in”, aldus Simons. Met ons vizier gericht op het binnenstedelijk gebied ziet de architect vooral de vernieuwing van de stad als een recente opgave. “Een interessante situatie daarin is dat de roep om bestaand vastgoed te renoveren, in plaats van te slopen, steeds groter wordt. Enerzijds door de druk op de stad, maar anderzijds omdat we de kwaliteit herkennen van alles wat na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd.” De herwaardering van deze gebouwen, waaronder de drie eerdergenoemde, is deel van een grotere culturele trend. “Je ziet het ook in het uitgaansleven en in muziek: retro is in. Ik denk omdat de afstand tussen de generaties groter is geworden. Architecten pakken de trend ook op door gebouwen van eerdere generaties te refurbishen. Met name van de brutalistische betonarchitectuur, waarvan velen zeggen: ‘Hoe hebben we dat ooit kunnen maken?’, zie je een revival.”



Rendering van het interieur van Huis van de Stad. De oorspronkelijke patio wordt omgezet naar een atrium. Beeld door Inbo


De afkeer van betonnen massa’s zit hem niet in het beton zelf, aldus Simons, maar in de aansluiting op het maaiveld. “De kwaliteit van de plint is ondermaats in vergelijking met wat wij nu een goed gebouw vinden. In plaats van muizenholletjes om enorme gebouwen binnen te komen, willen we nu dubbelhoge plinten die transparant naar hun omgeving zijn.” Historische panden hoeven dus niet een gehele metamorfose te ondergaan om weer fraai te worden. “Vernieuw de kozijnen en maak het beton schoon, dan krijg je die kwaliteit weer terug. Dat zien we ook bij het Slotervaartziekenhuis. Nog voordat het ontwerp af was, maakten we proefvlakken om het beton schoon te maken. Door al die oude dieselmotoren en kolenstook werd dat vies. Door schonere lucht gaat dat nu langer mooi blijven.”

Verborgen pareltjes

Bestaand vastgoed, zeker van vlak na de Tweede Wereldoorlog, geeft veel cadeau tijdens een renovatie. “Verdiepingshoogtes, grote trappenhuizen, vides of natuursteen dat weggewerkt is onder linoleum of vieze tapijtjes”, somt Simons op. “Als je het gebouw ‘leest’ en die elementen weet te herkennen, kun je die in een eigentijdse werkomgeving of ontmoetingsplek gieten. Ook maakt extra daglicht zo’n gebouw soms heel uitnodigend voor bijvoorbeeld ontmoetingen tussen etages, iets waar we tegenwoordig behoefte aan hebben.”



De huidige staat van Huis van de Stad in Rijswijk. De natuurstenen gevels worden behouden en schoongemaakt. Beeld door Inbo

“Bij het Huis van de Stad zijn het de meest jonge ingrepen die we hebben gesloopt, omdat ze de oorspronkelijke kwaliteit ondersneeuwden. Dat gaat om allerlei facilitaire ingrepen die in de afgelopen veertig tot vijftig jaar zijn doorgevoerd.” Zonde, vindt Simons, want er gaat veel verborgen onder de ‘snufjes’ die zich in die decennia hebben opgestapeld. “Architecten waren indertijd erg vaardig. Dat zie je in de consistentie en details. Het straalt een liefde uit voor het vak.” Zijn we dat oog voor detail door de jaren heen verloren, of waren we simpelweg te gulzig met toevoegingen? “Het efficiënt denken in de bouw was daar debet aan”, zegt Simons. “Door het overmatig toepassen van nieuwe materialen, ging het duurzame denken verloren. Dat zie je ook aan kantoorgebouwen uit de jaren 90, die worden in sneltreinvaart gesloopt, terwijl de basiskwaliteit van oudere gebouwen veel duurzamer is.”

Een andere reden voor die verloren kwaliteit is geld. “Veel gebouwen (uit de jaren 90, red.) zijn geoptimaliseerd voor het rendement van de vastgoeddeal”, aldus Simons. “Dat heeft prioriteit gekregen ten opzichte van de werkelijke architectonische kwaliteiten. Dus kreeg je kleine voorportalen en trappenhuizen, dingen die je niet zomaar groter maakt. De schraalheid van het Excel-sheet straalt eruit.” Volgens Simons is dit het beste te zien aan de stadsranden, met bedrijventerreinen die massaal leeglopen. “We zien een trek naar de stad en naar gebouwen met meer kwaliteit.”

Verbindingen zoeken

Het Huis van de Stad en het Tandheelkundegebouw stonden beide op de slooplijst, maar door nieuwe inzichten of een nieuw gemeentebestuur bleek renovatie een serieus alternatief. In de projecten school ‘enorm veel kwaliteit die je nu niet meer zou maken’, aldus Simons. “Het Huis van de Stad heeft een natuurstenen gevel, alsook natuursteen
in deuromlijstingen en vloeren. Dat maken we schoon en laten we zitten. Vervolgens zetten we de oorspronkelijke patio om naar een atrium, wat het gemeentehuis verbindt met de bibliotheek, muziekschool en horeca.”



Door de renovatie kon de energierekening van het Tandheelkundegebouw met 80 procent worden gereduceerd. Foto: Jan de Vries Fotografie

Op die manier worden de oorspronkelijke elementen niet simpelweg ververst; ze krijgen een upgrade. “Ik doe graag een nieuwe laag over de oude heen”, vertelt de architect, “ook om de kwaliteit die aan het gebouw wellicht ontbrak te compenseren. Zo nut je de kwaliteit uit en kan het weer veertig jaar vooruit. Het Huis van de Stad was bijvoorbeeld van de binnenkant heel introvert, met weinig doorzicht of mogelijkheid tot ontmoeting. Ook in het Tandheelkundegebouw hebben we de betonzaag erin gezet om die ruimtelijkheid toe te voegen, maar alleen waar nodig. We willen juist het vakmanschap van indertijd laten zien. In dat gebouw is niet een schilderij het museumstuk, maar het beton.”

Duurzame kans

In zijn werk streeft Simons niet alleen een goede uitstraling na, maar ook duurzaamheid. “Als je verschillende doelen bereikt, dan doe je het in mijn optiek goed”, aldus de architect. Daarvoor past hij de werkmethodiek Duurzame Kans voor bestaand vastgoed toe. “Daarbij ga je methodisch op zoek naar maatregelen die bij een bepaald gebouw het meest effect hebben op duurzaamheid, uitstraling en bruikbaarheid.” Wat betreft de verduurzaming staat energiezuinigheid voor Simons veelal voorop.



Rendering van het gerenoveerde Slotervaartziekenhuis. Beeld door Inbo

“Bij het Tandheelkundegebouw hebben we de energierekening met tachtig procent weten te reduceren”, vertelt hij. “Al dat beton stond in open verbinding met de buitenlucht, dus hebben we er een nieuw jasje omheen gehangen zodat de sfeer van het gebouw overeind bleef.” Simons merkt op dat het casco en de schil van bestaand vastgoed vaak nog prima in orde zijn, maar dat het scheelt aan de installaties. “In alle drie de projecten waren de installaties op, dus dan begin je praktisch opnieuw. Dat biedt een kans om
zo duurzaam mogelijk te werk te gaan, bijvoorbeeld met zonnecellen en WKO’s. Interessant is dat je daarmee tegenwoordig ook het comfort kunt verhogen. Daar komt die werkmethodiek weer terug: met één ingreep meerdere doelen behalen.”

Focus op de stad

De drie projecten onder de vleugels van Simons bevinden zich elk midden in de stad. Die locatie speelt een belangrijke rol in de herontwikkeling. “Elk gebouw is van monofunctioneel naar multifunctioneel gegaan: het Slotervaartziekenhuis is nu een centrum voor zorg, in het Tandheelkundegebouw zitten nu ook faciliteiten van het Radboud MC en in het Huis van de Stad zijn diverse functies terug naar het hart van de gemeente gebracht. Ze zijn een positief, drempelloos onderdeel van de stad geworden.”



Luchtfoto van het Slotervaartziekenhuis in 2019. Foto via Shutterstock

“Vraag je dus niet alleen af welk volume of programma je toevoegt, maar wat jouw ontwerp doet met het grotere geheel. Wat is de sociale impact? Ja, het moet er mooi uitzien, maar interessanter is de betekenis voor de stad. Dat zien wij ook als onderdeel van duurzaam denken, naast energiezuinigheid en circulariteit. Hoe maak je een stad die blijvend goed functioneert? Dat wordt in tijden van stadsverdichting steeds urgenter.”

Dit artikel verscheen ook in de vierde editie van Stedebouw & Architectuur van 2020, thema Renovatie & Herstructurering. Download het magazine nu in onze digitale bibliotheek.

Deel dit artikel