Artikel

Materiaalpaspoort in de praktijk

Het materiaalpaspoort wordt binnenkort mogelijk verplicht. Is dat zinvol? Wat moet het vermelden? En wat niet? En hoe staat het met het materiaalpaspoort in de huidige bouwpraktijk? Wij deden een rondgang langs architecten.

Auteur: Hans Fuchs

Verzameldocument

Een materiaalpaspoort kwam er niet aan te pas, vertelt architect Rob van Vugt van Lichtstad Architecten over zijn ontwerp van de circulaire accommodatie van Korfbal Vereniging Wageningen. Samen met gemeente, gebruiker en bouwer documenteerde Van Vugt bouwkundige elementen en materialen, wat resulteerde in wat Van Vugt een gebouwpaspoort noemt.


Van Vugt: "Dat documenteren leidde ertoe dat we vooraf, in de ontwerpfase al, toepassingen gingen afwegen die remontabel zouden zijn. Dat resulteerde weer in een puur gebruik van materialen. Het staal bleef onbehandeld, de twee houtsoorten in het pand werden niet gelakt maar afgewerkt met een natuurlijke olie. In het verzameldocument staat wat we hebben toegepast en waar het is toegepast, zonder daarbij bijvoorbeeld specifiek die olie te vermelden."


Dat puur bouwen – laten zien wat je toepast – draagt volgens Van Vugt bij aan de schoonheid, de identiteit en de leesbaarheid van het gebouw: “Door te laten zien wat je toepast, vormt het gebouw zelf het beste verzameldocument om het in de toekomst weer nieuw leven in te blazen.”

BIM als basis 

Als het gaat om vastleggen van gebruikte materialen, zet Menno Rubbens, directeur en ontwikkelaar van cepezedprojects, zijn kaarten op BIM: "Een materiaalpaspoort is nu vaak een samenvatting van BIM-modellen - een mooi vormgegeven boekje. Zo'n document maakt een deel van de informatie misschien beter toegankelijk, maar het is altijd maar een selectie uit het totale BIM-model. Het BIM-model zelf biedt de meeste informatie." 


Volgens Rubbens kan een materiaalpaspoort de bouw wel helpen beter te documenteren wat ze maakt: "De bouw is laks als het gaat om het bijhouden van de materialen en producten die men in gebouwen verwerkt. Die traditie ontbreekt. Maar de noodzaak om dat beter te weten, is er zeker. Die kennis draagt bij aan de intrinsieke duurzaamheid van gebouwen. Voor een deel draait het daarbij om slimmer en efficiënter bouwen, door, zoals wij bij cepezed doen, gebouwen te ontwerpen als producten, als bouwpakketten die gemakkelijk in elkaar te zetten en ook weer uit elkaar te halen zijn. En waarvan de componenten eenvoudig herhaalbaar in verschillende situaties zijn in te zetten." 

Niet doel, maar middel 

Ook architect Thomas Bögl van LIAG ziet de waarde van een materiaalpaspoort als het gaat om slimmer bouwen en ontwerpen. Slim ontwerpen betekent volgens Bögl bijvoorbeeld een gebouw remontabel of flexibel maken: "Doel is niet het materiaalpaspoort, maar het hergebruik van materialen – en dat met meer nauwkeurigheid. Een gebouw is complex en herbergt veel materialen, allemaal met een eigen levensduur. Zorg dat een ontwerp ook een andere functie kan huisvesten als die waarvoor het aanvankelijk is ontworpen. Maak de basis en de constructie herbruikbaar, daar zit ook het meeste materiaal in."


Als voorbeeld haalt Bögl Lyceum Schravenlant in Schiedam aan, destijds het eerste klimaatneutrale C2C schoolgebouw van Nederland: "Dat hebben we ontworpen vanuit de vraag: is een plattegrond denkbaar waardoor deze school later ook kantoor kan zijn, of hotel? Een gebouw meerdere levens geven, betekent ook: minder afbreken."


Menno Rubbens hanteert het liefst de definitie van duurzaamheid uit het Brundtlandrapport, dat alle ingrepen die nu noodzakelijk zijn voor toekomstige generaties geen probleem moeten vormen, maar een kans. Rubbens: "De focus moet verschuiven van grondstoffen naar het eindproduct, door lang bruikbare en waardevaste oplossingen te bedenken. Denk aan het adaptief vermogen van de grachtenpanden: soms wonen er studenten in, dan is het een weer een advocatenkantoor. Of kijk naar ons eigen Bouwdeel D(emontabel) in Delft: volledig remontabel en flexibel, maar tegelijk ook ontworpen en gebouwd voor langdurig gebruik."



Bouwdeel D(emontabel) heeft een prefab stalen hoofddraagconstructie en vloeren en dak uit prefab LVL -elementen.

Ecologische footprint 

Een kanttekening bij BIM als drager van zo'n paspoort heeft Bögl wel: "Punt is dat je niet weet hoe deze drager zich ontwikkelt. Kijk naar BIM tien jaar geleden en wat het nu is. We kunnen alles in programma's vastleggen, maar weten niet of die later nog te lezen zijn. Alles zit in digitale platforms en de levensduur van dergelijke techniek is kort."


Zelf ontwierp Bögl nog nooit een gebouw met een materiaalpaspoort. LIAG architecten werkt wel met levensloopberekeningen: "We ontwikkelden zelf een tool waarmee we BIM kunnen koppelen aan een materialendatabase die ons exact vertelt wat de economische en ecologische footprint van een materiaal is. Wij zijn verplicht dat te maken, via de MPG. Inhoudelijk is de MPG ook goed en logisch; de impact van materialen is groot."

Verplichten: ja 

Rob van Vugt vindt verplichten van het materiaalpaspoort een goede zaak: "Ja, doen. Op hoofdlijnen. Maar het is oppassen hoe we dat dan gaan reguleren en voorschrijven. Vraag is ook: bij wie moet het materiaalpaspoort liggen? Ik denk bij de bron, bij de leveranciers van de materialen. Zij moeten voldoen aan de uitgangspunten."


Van Vugt pleit ook voor een standaard protocol, als alternatief voor verschillende initiatieven die er nu zijn, zoals Madaster en Cirdax: "In de toekomst zou eenduidigheid goed zijn. En een materiaalpaspoort moet supertoegankelijk zijn voor gebruikers en beheerders, zonder licenties. Die weg is wel een zoektocht - projectspecifiek zijn er natuurlijk enorme verschillen. Een materiaalpaspoort voor een vakantiehuisje of een sportaccommodatie, dat is een verschil qua schaal, qua input."


Ook Bögl pleit voor standaardiseren: "Anders krijgen we versnippering. En er moet iets van onafhankelijk toezicht komen - en dan niet door marktpartijen die een financieel belang hebben."



De sporthal van Korfbal Vereniging Wageningen is full electric, circulair en volledig demontabel. Het groene talud moet helpen graffiti tegen te gaan. © Lichtstad Architecten, foto door Basephotography

Restwaarde vastleggen? 

En hoever moet je dan gaan, in zo'n verplicht, gestandaardiseerd en supertoegankelijk materiaalpaspoort? Moet het ook vermelden wat de afname van de isolatiewaarde van een kozijn door de jaren heen is, zoals het materiaalpaspoort van de nieuwe Triodos Bank in Driebergen doet, een ontwerp van Thomas Rau, mede-bedenker van Madaster? En uitspraken doen over de restwaarde van materialen, is dat een zinvolle exercitie, in een materiaalpaspoort?


Thomas Bögl vindt van niet: "Technisch de data vasthouden: ja. Maar we kunnen nu niet voorzien wat we over twintig jaar doen met dat kozijn. De toepassingen die we tegen die tijd misschien bedacht hebben, zijn nu nog niet bekend. Kijk maar eens naar het energievraagstuk. Het ziet er toch naar uit dat we dat gaan oplossen. Dan is dat wat wij nu maken - heel goed geïsoleerde gebouwen - niet zinvol meer. Maak van een materialenpaspoort puur een documentatie, zonder interpretatie."


Menno Rubbens beweegt zich in hetzelfde spoor: "Het exact proberen te bepalen wat de restwaarde van een gebouw of bouwproduct zal zijn, is een ambitie waar je niet teveel tijd in moet stoppen. Je kunt nu eenmaal niet de prijsontwikkeling van bijvoorbeeld staal voorspellen. Veel belangrijker is de focus op welke en hoeveel kolommen je gebouw bijvoorbeeld heeft, sec de productinformatie en hoe ze zijn gemonteerd. Als het gaat om kozijnen: bij hergebruik zal de isolatiewaarde van bijvoorbeeld dubbelglas niet meer voldoen aan de dan geldende wet- en regelgeving. In de toekomst gaan we naar drie- of viervoudig glas - of naar nieuwe folies." Je kunt volgens Rubbens daarom het beste een kozijn ontwerpen dat die sprong van dubbel naar triple glas in de toekomst kan faciliteren, zoals cepezed deed voor de Tijdelijke Rechtbank in Amsterdam.


Rob Van Vugt ziet steeds vaker dat opdrachtgevers de eis formuleren om een document op te stellen waarin de gebruikte materialen staan geregistreerd: "We gaan het steeds meer zien in uitvragen en selecties, maar je ziet ook verschil in de manier van documenteren." Menno Rubbens' ervaring is anders: "Opdrachtgevers vragen er nog niet vaak genoeg om, want het is nog niet duidelijk wat ze krijgen en wat ze er aan hebben. Daar ligt een schone taak voor ons architecten: de meerwaarde van materiaalpaspoorten verduidelijken."

Deel dit artikel

Geplaatst door

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

Inschrijven