Artikel

'Verbreed je kennis over brandveiligheid'

Hoe belangrijk gezondheid en veiligheid ook zijn als maatschappelijke thema’s, brandveiligheid wordt nog niet integraal meegenomen in alle bouwprocessen. Welke drempels zitten architecten in de weg om optimale en veilige ontwerpkeuzes te maken voor de stad?

 Auteur: Marvin van Kempen


Een eerste klassieke uitdaging is de betrokkenheid van de partijen die de gebouwen ontwerpen en opleveren. Idealiter vindt het gesprek met de gebruiker van het pand plaats vóórdat opdrachten worden verleend. Die situatie is verre van gebruikelijk. “Het is jammer dat dit nog een vergezicht is, want juist in een vroege fase heb je meer flexibiliteit en mogelijkheden in het ontwerp”, geeft Rudolf van Mierlo van DGMR aan. “Je hebt de ruimte voor een impactanalyse, ontwerpt sneller en kunt optimale keuzes maken, voor een integrale benadering van duurzaamheid, bouwfysica en brandveiligheid.”


De winst die uit deze fases te halen valt, is nog lang niet duidelijk voor alle betrokken bouwpartijen. “Dat moet beter tussen de oren komen bij de mensen die zich wagen aan het project”,vindt Leo Oosterveen van Brandveilig Bouwen Nederland. “De architect moet de kans krijgen om mee te denken en zijn advies te geven, zodat winst wordt behaald voordat een voorlopig ontwerp op tafel komt. Er zijn constant ontwikkelingen en innovaties die impact hebben op het risico, zoals de brandveiligheidseigenschappen van zonnepanelen, omdat die veelvuldig worden toegepast vanwege de BENG-eisen. Een architect moet daarvan op de hoogte zijn en die vroegtijdig kunnen communiceren aan de opdrachtgever.”

Kennis op peil brengen

Dat betekent dat bij architecten een hoge mate van kennis aanwezig moet zijn over het ontwerp. Is dat wel het geval? Van Mierlo denkt dat hier nog een behoefte moet worden ingevuld. “De kennis over brandveiligheid is bij veel partijen niet op peil. Ook niet bij architecten, terwijl een groot deel van de bouwwetgeving is toegespitst op dit onderwerp. Om deze vraag in te vullen, kunnen bouwkundige opleidingen een belangrijke bijdrage leveren. Op dit moment is het aandeel brandveiligheid binnen curricula erg klein. Dat heeft een aantal redenen. Allereerst de onbekendheid met de mogelijkheden binnen dit onderwerp. Daarnaast brengt het element veiligheid niet hetzelfde enthousiasme teweeg als bijvoorbeeld duurzaamheid. Nu is het imago nog ‘moeten’, terwijl dat moet worden omgevormd in ‘willen’.”


Er zijn constant ontwikkelingen en innovaties die impact hebben op het risico.

Brandveilige omgeving

Het aanwakkeren van die intrinsieke motivatie is geen onmogelijkheid. Door aan de inhoud te laten proeven, kan al een kanteling plaatsvinden. “Studenten hebben vaak het idee dat het wel ophoudt bij het neerzetten van voldoende brandblussers”, gaat Van Mierlo verder. “Dat is wat gechargeerd, maar je ziet wel dat er vaak weinig kennis is over wat het vakgebied inhoudt. Op het moment dat dit duidelijk wordt, zie je dat studenten er meer van willen weten.” Die kennis moet ook doorsijpelen naar professionals in de bouw- en vastgoedsector in het algemeen en architecten in het bijzonder. “Juist voor deze groep is het essentieel om kennis te hebben van de materie, omdat deze groep moet weten welke materialen moeten worden ingekocht.


Daarnaast is het aan de architect om zwaartepunten voor veiligheid in het ontwerp te bepalen en goed te kijken naar de plek van het gebouw in de omgeving.” Ook Oosterveen raadt aan om de omgeving en eventuele risico’s die ermee samenhangen, extra aandacht te geven. “Maak een risicoanalyse van gevaarlijke terreinen en gebouwen in de buurt. Welke elementen kunnen in brand gaan en hoe kun je daar op een veilige manier mee omgaan.”


Het ontwerp van het Medisch Spectrum Twente is hier een interessant voorbeeld van. In eerste instantie werd hier een landingsplaats voor helikopters op het dak beoogd. “Geen vreemd ontwerp als je kijkt naar wat historisch is gerealiseerd, maar een ton aan kerosine op het dak laten landen, dat kan ook anders”, vindt Oosterveen. “Hier werd als alternatief besloten om de landingsplaats op de grond te realiseren en veel risico’s te verlagen. Van architecten verlangt dit om in een vroeg stadium aan tafel te gaan met belanghebbenden en de discussie los te maken.”

Bouwbesluit-ambities?

Als de stedenbouwkundige aspecten zijn doorlopen en een gedegen plan is gemaakt, zijn er op gebouwniveau een aantal aandachtspunten. Zo geldt nog altijd dat er, mocht brand uitbreken, idealiter brandcompartimenten zijn en de schade beperkt wordt. “We zien dat we in Nederland steeds meer de hoogte in bouwen, waarmee het gevaar exponentieel oploopt”, gaat Oosterveen verder. ”Bij hogere gebouwen houd je voor gevels minimaal brandklasse B aan. Verder raad ik aan om in ieder geval hoofdstuk 1 van de publicatie ‘Essentiële controlepunten’ te kennen, gratis te downloaden op de website van BBN [bbn.nu, red.]. De kennis is er gewoon, maak daar gebruik van.”


Uitdagend is nog de verhoging van 
het ambitieniveau dat op dit moment nog op Bouwbesluit-niveau zit. “In de praktijk zien we zelfs dat onder deze grens wordt gepresteerd. Dat betekent dat veel te leren valt en we elkaar hierin mogen prikkelen. Het niveau dat in het Bouwbesluit als minimum wordt aangedragen is ook geldend voor certificeringsmethodieken als BREEAM-NL. Voor een verhoging van ambities mag een lans gebroken worden.”


De duurzaamheidwereld staat 
af en toe lijnrecht tegenover die van brandveiligheid.

Betrokkenheid en verantwoordelijkheid

Een andere uitdaging die samenhangt met de bouw van bijvoorbeeld een kantoorpand is nog de split incentive, de traditionele tweedeling waarbij de eigenaar vaak andere prioriteiten stelt dan de huurder. “Je wilt je richten op de eindklant, die op een andere manier geïnteresseerd is in het gebouw dan de eigenaar. De focus op levensloopbestendigheid is een lastige, omdat je hierdoor een flinke dosis flexibiliteit moet inbouwen. Daarmee wordt modulair bouwen interessanter, omdat je zo meer vrijheid hebt om op toekomstige huurders van het pand in te spelen.”

Om de kennis en expertise in huis te halen om modulair te bouwen, zijn stemmen uit de markt nodig. “Wees niet bang om leveranciers in te schakelen om hierover mee te denken en daag ze hierin uit. Je beïnvloedt de brandveiligheid van mensen over een lange periode, dus ga na hoe je met innovaties de bewegingsvrijheid krijgt om gebouwen blijvend toekomstbestendig én brandveilig te maken.” Een aanvullend advies komt van Van Mierlo, over de betrokkenheid en verantwoordelijkheid van bouwpartners. “Knip verantwoordelijkheid niet te veel op, want dan heeft niemand hem beet. Kies je voor een
bouwteamconstructie, bespreek dan goed hoe je de verantwoordelijkheid verdeelt en vastlegt en maak daar heldere afspraken over met elkaar.”

 


Duurzaamheid versus brandveiligheid

“De duurzaamheidswereld staat af en toe lijnrecht tegenover die van brandveiligheid”, vertelt Rudolf van Mierlo van DGMR. “Waar laatstgenoemde gedreven wordt door regelgeving, zie je bij duurzaamheid een grotere nadruk op ambities. Af en toe bijten de twee elkaar, maar meestal dienen ze ook voor elkaars inspiratie. Als architect denk je in het kader van brandveiligheid wellicht vooral aan beperkingen, maar die roepen ook weer nieuwe ideeën op. Dan loop je nog wel eens tegen uitdagingen aan, bijvoorbeeld de toepassing van circulair interessante materialen als hout en vlas. Je zoekt dus constant het snijvlak op tussen de duurzame materialen en de optimale combinatie van bouwfysische en brandveilige eigenschappen.”



Dit artikel komt uit het magazine Stedebouw & Architectuur, thema Gevels, Daken & Brandveiligheid 2020. Het magazine is te downloaden in onze gloednieuwe digitale bibliotheek.

Deel dit artikel