Artikel

De coronacaleidoscoop

In de afgelopen maanden zagen we een stortvloed aan opinies over de invloed van de coronapandemie op onze gebouwde omgeving. Stedenbouwkundige Joost van den Hoek nam ons in de nieuwste editie van Stedebouw & Architectuur mee in zijn visie op de gevolgen van de pandemie op het architectuurvak.

Auteur: Joost van den Hoek, architect en stedenbouwkundige bij Inbo


De opinies over de pandemie varieerde van ‘alles wordt anders’ tot ‘alles blijft uiteindelijk hetzelfde’. Feit is dat grote gebeurtenissen als een economische depressie of een pandemie vaak bestaande tendensen accelereren of doen verdwijnen. De mooiste voorbeelden zijn wellicht het thuiswerken, het online shoppen of zorg op afstand, die noodgedwongen een opkomst hebben gemaakt die tot voor kort niet voor mogelijk werd gehouden. 

 

In de weken na het instorten van de Twin Towers heb ik menig beroemde vakgenoot horen opperen dat dit het einde van de hoogbouw was zoals we die kenden van steden als New York. We zijn nu 20 jaar verder en het tegendeel lijkt waar te zijn. 


Zelf sta ik altijd een beetje sceptisch tegenover al te snelle voorspellingen over veranderingen in de ruimtelijke ordening naar aanleiding van ingrijpende actuele gebeurtenissen. Architectuur en stedenbouw zijn trage vakken waarin de waan van de dag niet per direct een neerslag vindt en waar grote veranderingen en omslagpunten pas na langere tijd of in retrospectief zijn waar te nemen.


Voordat we nader ingaan op de gevolgen van de pandemie op de gebouwde omgeving op kortere en langere termijn is het goed om ons te realiseren dat hygiëne, gezondheid en fysiek welbevinden historisch gezien een grote invloed hebben gehad op stedenbouw en architectuur. Met name de stedenbouw van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw stond in het teken van gezondheid en hygiëne. 

Gezondheid en stadsontwikkeling

Het is nog maar 150 jaar geleden dat de Amsterdamse grachten als stilstaand riool functioneerden en zoveel stank en zware lucht verspreidden dat er regelmatig mensen flauwvielen langs de grachten(1). Het stilstaande water in de Amsterdamse grachten werd stapsgewijs onderdeel van een waterverversingssysteem. Spectaculairder was de aanpak in Rotterdam. Hier werd met de aanleg van de singels gewerkt aan verversing van het water, lucht, licht en ruimte voor de bewoners van de bedompte stad, en groenkwaliteit voor aantrekkelijke pandsgewijze woningbouw(2). Je zou kunnen zeggen: het begin van de integrale gebiedsontwikkeling.

 

Aan het begin van de twintigste eeuw was tuberculose volksziekte nummer één. Geneesmiddelen waren er niet. Langdurig verblijf in een sanatorium was vaak de enige manier om er weer een beetje bovenop te komen. Gezondheidsoverwegingen vormden hiermee een belangrijke motivatie voor de bouw van de tuinsteden in de moderne stedenbouw met het beroemde credo van licht, lucht en ruimte. Dit is een van de grondslagen van het beroemde algemeen uitbreidingsplan van Amsterdam (AUP). De invloed van deze moderne stedenbouw van scheiding van wonen en werken, en de combinatie van snelwegsysteem en groene uitbreidingswijken is tot op vandaag voelbaar.

De coronacaleidoscoop

Als reactie op de pandemie en de invloed hiervan op de ruimtelijke orde is een caleidoscoop aan opvattingen en denkrichtingen ontstaan. Veel vakgenoten proberen met een goed gemikt verhaal in de media betrokkenheid te tonen, maar snelheid draagt in dit geval niet altijd bij aan diepgang. Niet zo gek, want stedenbouwkundigen en architecten hebben in hun actieve leven nooit een pandemie meegemaakt.

 

Er zijn verhalen geschreven in De Architect waarin wordt voorgesteld dat de anderhalvemetersamenleving grote consequenties zal hebben voor de inrichting van straten en openbare gebouwen, breder en meer gericht op het houden van afstand. Er zijn in dagbladen pleidooien geformuleerd voor vergroening en het autovrij maken van straten in de stad omdat er tijdens de pandemie minder woon-werkverkeer zou zijn. Weer anderen zien de pandemie als generale repetitie voor de omgang met effecten van de klimaatveranderingen en zien de coronapandemie als een wegbereider van de duurzame CO2-arme en energieneutrale samenleving.

Ruimtelijke orde verandert mee met de economie

Historisch gezien zijn veranderingen in de ruimtelijke orde in veel gevallen het gevolg van een verandering in de economie (de manier waarop we werken en ons geld verdienen) en technologie (auto, vliegtuig, internet en smartphone hebben grote effecten gehad op onze leefpatronen). Zelf denk ik dat de effecten van de pandemie op ons werkveld niet zozeer voortkomen uit de directe randvoorwaarden van hygiëne en ziekte maar meer indirect, als consequentie van de economische transformaties die door de pandemie in gang gezet worden.

Wat gaat er gebeuren?

Het is voor veel professionals de vraag wat er gaat gebeuren in de Nederlandse gebiedsontwikkeling. Naast het historisch vergelijk is ook een blik op het buitenland vaak interessant. Misschien helpt het om te kijken wat er bijvoorbeeld in de Amerikaanse stedelijke gebieden aan het gebeuren is. De coronapandemie heeft er in de Verenigde staten om uiteenlopende redenen heel hard ingehakt. Omdat de Amerikaanse samenleving in algemene zin dynamischer is en er veel minder sociale vangnetten en breed gedragen hulpprogramma’s zijn dan in Europa, zijn de gevolgen van de pandemie ook sneller zichtbaar en meetbaar. Trends uit Amerika waaien uiteindelijk vaak over naar Europa.

Effecten van de corona pandemie in de VS

Kijken we naar de berichten in de New York Times van het afgelopen half jaar, dan zien we ten minste een vijftal opmerkelijke tendensen en economische effecten die het werkveld van architecten en stedenbouwers fors zullen beïnvloeden.

  1. Kantoorbezetting blijft heel laag en komt voorlopig niet terug. Veel grote huurders zullen de kantoren niet aanhouden. Hiermee wordt voorspeld dat de vastgoedwaarde van kantoorportfolio’s zeer fors af kan nemen. (Manhattan offices buildings are empty but for how long?)
  2. Met het afnemen van werken in kantoren en kantoorgebieden neemt ook de omzet in de kantoorgerelateerde service-economie heel ernstig af (restaurants, cafés, hotels, retail). De levendige en drukke werkgebieden en stadsbuurten krijgen een andere invulling. (The service economy melt down)
  3. Het wonen in de stad wordt minder noodzakelijk, omdat werken op kantoor afneemt, mensen verlaten de stad voor groene buitengebieden, waardoor het aanbod van huurwoningen toeneemt en de waarde van stadswoningen afneemt. (New appartments in the suburbs attract NewYorkers
  4. Suburbaan groen wonen in de omgeving van de grotere economisch clusters en centra wordt zeer gewild onder mensen die de stad verlaten. In deze woningmarkt van huizen met tuinen in het groen, met overmaat voor werkkamer of een thuiskantoor, is er niet meer tussen te komen en stijgen de prijzen navenant. (Coronavirus escape: to the suburbs)
  5. De stad wordt tegelijk dood en onsterfelijk verklaard, maar uiteindelijk is voor veel mensen het vertrouwen in de aantrekkingskracht van de grote steden op lange termijn onverminderd groot. Zoals komiek Jerry Seinfeld uit New York schreef: New York stays New York. (So you think New York is dead?)

Na corona: bouwen in het weiland of in de stad?

De Amerikaanse trends zijn herkenbaar in het Nederlandse debat. Een veel gedeelde aanname is met name dat met substantieel afnemen van werken op kantoor de woonbehoefte zal toenemen naar meer wonen buiten de stad, in suburbane of dorpse woonmilieus. In aanvulling daarop wordt gesteld dat voor woningen zowel binnen als buiten de stad, een werkruimte of thuiskantoor in de woning als extra kamer of bijgebouw steeds relevanter zal worden. Deze benadering wordt regelmatig bepleit door Friso de Zeeuw, die zich ook voor de pandemie al verzette tegen al teveel focus op binnenstedelijk bouwen.

 

Toch lijkt de overheersende mening, die bijvoorbeeld door Zef Hemel wordt benadrukt, dat er zowel nationaal als internationaal op de middellange termijn weinig zal veranderen, ondanks de coronadip en dat de aantrekkingskracht van de stad die al duizend jaar ongebroken is als comfortabele plek voor leven, wonen, zaken en innovatie niet zal veranderen. Fysieke interactie tussen mensen en de nabijheid van voorzieningen, de directe toegang tot een groot netwerk van diensten en services of de kans op de onverwachte maar gewenste ontmoeting zijn stadskwaliteiten die de mensen altijd naar de stad zullen doen verlangen.

Voorlopig genoeg te doen

Voor de economische vooruitzichten op de langere termijn zijn vooral ook de medische vorderingen van belang. Toen er een medicijn kwam tegen tuberculose waren de sanatoria niet meer nodig en keerde de populariteit van de stad stapsgewijs terug, bijvoorbeeld in de jaren-70-beweging van de compacte stad. Los van de vraag of, hoe en wanneer er een vaccin komt tegen corona is toch ook de vraag wanneer en of we allemaal weer gaan vliegen en shoppen en hoe we de onvermijdelijke economische dip zullen doorkomen.

 

Omdat de bouweconomie in Nederland nog altijd redelijk goed doorloopt is het lastig om een zinnige uitspraak te doen over de impact van de coronapandemie op de opgaven van architectuur en stedenbouw. Het grote tekort aan woningen en Nederland, de opgaven van verduurzaming en klimaatadaptiviteit en de bereidheid van de overheid om te blijven investeren maken dat de Nederlandse bouw voorlopig nog flink vooruit kan.

 

Hoe het precies zal lopen weet niemand, hopelijk maken we het allemaal mee in goede gezondheid.

 

Ik groet u met het bekende mantra: Wees voorzichtig, zorg goed voor uzelf en voor elkaar.


Voetnoten

(1) Ida Jager hoofdstad in gebreke Manoeuvreren met publieke werken in Amsterdam 1850-1901
(2) Hetty Berens W.N. Rose 1801-1877 architectuur stedenbouw civiele techniek


Dit artikel verscheen ook in de vierde editie van Stedebouw & Architectuur van 2020, thema Renovatie & Herstructurering. Download het magazine nu in onze digitale bibliotheek.

Deel dit artikel