Artikel

Doorbouwen aan Delft

Hoe werk je aan renovatie en herstructurering op de schaal van de stad? De grote opgaven waar onze steden mee geconfronteerd worden, lijken heel abstract, maar moeten in projecten concreet vertaald worden naar de specifieke plek. Delft, een compacte stad centraal in de metropoolregio Rotterdam-Den Haag, dient als een ideale casus om die vraag te bespreken.

Auteur: Tako Postma

Innovatie is al sinds de middeleeuwen het kenmerk van Delft, stad van schilders, Delfts blauw en ontwerpers. Vandaar de slogan ‘creating history’. Daar speelt de grootste Technische Universiteit van Nederland natuurlijk een belangrijke rol in, maar zeker ook de innovatieve bedrijven die eruit voortkomen. De TU groeit snel en breidt zich de komende jaren uit richting het zuiden. Door de upgrade van station Campus en de verdichtingsplannen voor de Schieoevers daaromheen verschuift het zwaartepunt van de stedelijkheid ook in die richting. De uitdaging in dit gebied is de relatie te blijven leggen met de bestaande woonwijken in het zuiden van de stad.

 

Delft kent al lang een schijnbare tegenstelling tussen de denkers en de doeners; Delft was immers ook een industriestad. In de nieuwe maakindustrie lijken veel kansen te ontstaan voor beide groepen. Het zou mooi zijn als dergelijke bedrijven dicht bij hun medewerkers in de stad kunnen worden gehuisvest, en niet ergens weggestopt op een bedrijfsterrein. Daarom wil de gemeente graag wonen en innovatieve maakbedrijven mengen. Een mooi voorbeeld daarvan is het plan voor het Kabeldistrict, waarin een bestaande kabelfabriek wordt omgebouwd tot een woon-werkbuurt in een hoge dichtheid.

De ontdekking van erfgoed

Het Kabeldistrict is tegelijk een voorbeeld van erfgoed dat (nog) geen monument is, maar desondanks waardevol is voor het collectief geheugen. Noblesse oblige: wie zo’n mooie (binnen-)stad erft, moet er goed voor zorgen. De hoogopgeleide, vaak bouwkundig onderlegde gemeenschap in Delft toont zich zeker heel betrokken bij de binnenstad, maar ook de gewone plekken en gebouwen, mooi en lelijk, vormen ons beeld van de stad en verdienen het om respectvol benaderd te worden. Denken in termen van circulaire economie kan daarbij helpen - door onze strategie te laten beïnvloeden door wat we al (gebouwd) hebben, ook omdat de mens de neiging heeft zich snel te hechten aan zijn directe leefomgeving.

 

Delft wordt omringd door een prachtig landschap. Historische verbindingen, zoals de Schie en de Buitenwatersloot, zijn nog steeds de drager van het beeld dat we van de stad hebben. Continuïteit in het ontwerp van die openbare ruimte kan de relatie naar het verleden leggen en de verbinding met het buitengebied versterken. De pandemie heeft bewezen hoe belangrijk die relatie is. Met rustige routes door de stad, niet per se autovrij, maar wel als openbare ruimte die is ingericht om te verkeren en te verpozen, te ontmoeten en te sporten.

Lijntje naar sociale verbetering

Om energieneutraal te worden, is Delft voor een belangrijk deel afhankelijk van de regio. De technologische kennis van de TU wordt ingezet voor een royale geothermiebron. Deze combineert warmte in de stad met het warmtenet dat de restwarmte uit de Rotterdamse haven verbindt met Den Haag. Prachtige initiatieven die echter ook ruimtelijke problemen met zich meebrengen: waar bouw je in een dichtbevolkte stad een warmtestation van maat, met bijbehorende veiligheidszone?

 


Impressie van het Kabeldistrict Delft, waarin een waardevol stukje erfgoed wordt omgebouwd tot woon-werkbuurt. Beeld door Mei architects and planners

 

Vervolgens is het de vraag hoe de stad slim kan worden aangesloten op de aangeboden warmte. Het ligt voor de hand om te beginnen met grote woningcomplexen die deels al een gemeenschappelijke warmtevoorziening hebben, maar dat zijn vaak ook complexen in gebieden die sociale problematieken kennen. Het is daar de uitdaging om niet alleen woningen te isoleren en aan te sluiten op een duurzame warmtebron, maar het ook zo te doen dat de inwoners betrokken worden bij het belang van duurzaamheid en liefst ook meer bij elkaar. Dan maken we niet alleen een duurzame woning, maar vooral sociaal-duurzame buurten.

Verdichten en vergroenen

Nieuw Delft, de gebiedsontwikkeling boven de spoortunnel in het centrum van de stad, is een goed voorbeeld van duurzame nieuwbouw. Het is een enorme prestatie dat binnen de stedelijke kern een plan tot stand komt met hoge dichtheid en veel (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Door de slimme aanheling in het stedelijk netwerk is een prettige stadsschaal ontstaan, hoewel de openbare ruimte helaas nog niet overal naadloos op de omgeving aansluit, omdat er op veel plekken een compromis is gesloten tussen verkeer en openbare ruimtekwaliteit.

 

Door haar centrale ligging is Delft een populaire woonplek. Dat leidt tot hoge druk op de woningmarkt en een stevige groeiambitie. De stad heeft op zich genomen zo’n 15.000 woningen te bouwen tot 2040. De grote opgave blijft om de verdichting te combineren met een kwaliteitsverhoging van de openbare ruimte: organiseren dat er meer en bruikbaar groen in de woonomgeving is, door de ruimte slimmer te ordenen.

 

In Delft is veel betrokkenheid van groepen die samen een stukje van de stad onderhanden willen nemen. Een mooi voorbeeld is de gebiedsvisie Buytenhout, geheel geschreven door vrijwilligers. Of het buurtkippenhok van De Firma van Buiten, waarvan de eieren geraapt en in de stad verkocht worden door vrijwilligers met een afstand tot de arbeidsmarkt, die hiermee uit hun isolement gehaald worden.

 


Impressie van de upgrade van Station Delft Campus. Beeld door Benthem Crouwel Architects

 

Delft heeft al meer dan 25 jaar een eigen stadsecoloog. Onder anderedankzij haar leeft in de stad een breed besef dat de stad niet alleen belangrijk is voor mensen. Nestelende slechtvalken in het torentje van de Faculteit Bouwkunde midden in de stad zijn spectaculaire resultaten van een voortdurend bewustzijn dat ook voor natuur stedelijke netwerken belangrijk zijn, eventueel aangevuld met eenvoudige ingrepen als nestkasten. In de compacte stad is ook klimaatadaptatie een belangrijk onderwerp. In Nieuw Delft is dus bijvoorbeeld veel ruimte voor water (grachten) en een groot nieuw stadspark.

De stad met minder auto’s

De ligging van Delft, vlak bij Rotterdam en Den Haag, alsook de compactheid van de stad leidt ertoe dat het een kleine stad is met grote-stads-kenmerken. Een mooi voorbeeld is dat het autobezit op 0,6 per huishouden ligt (Nederlandse gemiddelde: 1,1). De nabijheid van zo’n beetje alles in de stad en het comfort van de elektrische fiets dragen hier zeker aan bij. Het is een spannende vraag of we ook in de nieuwbouwprojecten durven uit te gaan van een lage parkeernorm. Dat vraagt wel harde afspraken om te voorkomen dat de auto’s later bij de buren geparkeerd worden.

 

De fiets is in Delft een belangrijk vervoersmiddel en dat kun je in alle delen van de stad zien, zowel in voor- als nadelen. In zo’n stad wordt het snelheidsverschil tussen fietsers eigenlijk te groot voor het fietspad en daarmee ontstaan weer nieuwe vragen. Moeten we extra fietssnelwegen aanleggen? Of laten we de automobilisten langzamer rijden en vragen we snelfietsers om de rijbaan te nemen? Of moet de elektromotor in de stad uitgezet worden? Vragen die niet overal gelijk beantwoord kunnen worden, maar de coronatijd geeft misschien wel de gelegenheid om wat (tijdelijk) te experimenteren. Want rijbanen of zelfs wegen weghalen als er minder auto’s zijn, is nog geen vanzelfsprekendheid.

 


Impressie van het Leeuwenhoekpark. Beeld door Lodewijk Baljon landschapsarchitecten

 

Voor de leefbaarheid in compacte steden zoals Delft zal innovatie in de logistiek, zowel in het slim combineren van vervoersstromen als in innovatieve vervoersmiddelen, cruciaal zijn. Vuilnis ophalen met een bakfiets of met een vaartuig via de grachten: alle experimenten verdienen aandacht. Ondertussen zijn slimme routing en bijvoorbeeld venstertijden heel erg nodig en nooit slim genoeg.

De stad voor iedereen

De plek van voorzieningen in de stad en de uitstraling daarvan naar de openbare ruimte toe is voor ons als ontwerper een belangrijke kans om ontmoetingen voldoende kleinschalig en veilig te laten plaatsvinden. Hoe mooi zou het zijn om die aan de rustige routes tussen stad en landschap te koppelen?

 

Ondanks alle verhalen over schijnbare leegloop van steden in coronatijd kan de stad met zijn ‘ecosysteem van innovatie’ een buitengewoon aantrekkelijke woonplek blijven. Dat vraagt wel om nieuwe manieren om de dynamische stedelijkheid (nabijheid) vorm te geven, met een variatie aan woningen gecombineerd met maakbedrijven, nieuwe voorzieningen en bijvoorbeeld lage parkeernormen. En met een herkenbare openbare ruimte die past bij de sfeer en de omstandigheden van de plek. In Delft kun je daarbij denken aan moderne manieren om vorm te geven aan schaduw en licht, zoals die al in de doorkijkjes op de schilderijen van Vermeer en De Hooch het beeld van de stad bepaalden.

 

In het voorgaande heb ik heel veel ambities op verschillende beleidsterreinen aan specifieke plekken gekoppeld. Ook in nieuwe en te herstructureren stadswijken zijn de ambities op alle terreinen hoog. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de ruimtelijke kwaliteit. Daarin schuilt een kwetsbaarheid: in de langlopende planprocessen ontbreekt een vanzelfsprekend instrumentarium om het ontwerpen van die complexe stedelijkheid te begeleiden, zowel vanuit de politiek als vanuit de professionals. We weten eenvoudigweg nog onvoldoende wat we wel en niet moeten vastleggen om ruimtelijke kwaliteit te garanderen en tegelijkertijd voldoende flexibel te blijven om bijvoorbeeld de nieuwste duurzaamheidsmaatregelen toe te passen of de maakbedrijven van de toekomst te huisvesten.

 


De Abstswoudseweg in Delft als snelfietsroute door de stad. Foto door Tako Postma

 

De Omgevingswet, die vooral stuurt op ‘ja, mits’, redeneert daarbij vooral vanuit harde, toetsbare criteria vanuit de beschreven beleidsterreinen en beschrijft nauwelijks een ruimtelijk instrumentarium. Daar zullen gemeenten de komende tijd veel discussie met hun inwoners over krijgen. Die zien vooral de bouwwoede en de onstuimige groei van blokkendozen met kleine appartementjes en vragen zich af waar de samenhang in de stad is. Daarvoor is een concretere ruimtelijke vertaling van de integratie van de grote opgaven nodig. Dat ontwerpverhaal moeten we de komende jaren samen met de stad verder vormgeven.

 

Dit artikel verscheen ook in de vierde editie van Stedebouw & Architectuur van 2020, thema Renovatie & Herstructurering. Download het magazine nu in onze digitale bibliotheek.

Deel dit artikel