Nieuws

Strijp-S Eindhoven benadert parkeren gebiedsgericht

Vijftig jaar geleden kreeg het industriegebied Strijp-S in Eindhoven de naam ‘verboden stad’. Het gebied was met hekken omgeven en toegang was alleen voor de duizenden werknemers mogelijk met een pasje. De gebouwen waren eigendom van N.V. Philips. Nadat Philips vertrok uit de Lichtstad, verkocht de gigant in 2004 het 27 hectare grote gebied aan Park Strijp Beheer, een samenwerking tussen de gemeente Eindhoven en Volker Wessels. Het begin van de herontwikkeling tot een nieuw, bruisend en creatief stadsdeel. De mobiliteit en bereikbaarheid zijn geclusterd in een publiek-private samenwerking van elf partijen: Mobility-S. Bijzonder in dit verband is de gebiedsgerichte benadering van parkeren, waarin niet de parkeernormen leidend zijn, maar ‘van norm naar nodig’, waar dubbelgebruik het credo is.

Het tij keren

In de eerste plannen was parkeren wel gebaseerd op parkeernormen. Iedere ontwikkelaar van een bouwperceel was verantwoordelijk voor de parkeervoorzieningen op die plek, die ondergronds gerealiseerd moesten worden. Er werden 6500 parkeerplaatsen beraamd voor het hele gebied, zonder rekening te houden met dubbelgebruik. “Maar toen in 2008 de crisis toesloeg en de grondprijzen fors toenamen stagneerde de ontwikkeling, vooral omdat de gestelde parkeereisen niet uit konden. Daarom zijn we meteen gaan nadenken hoe we het tij konden keren”, vertelt Paul Bloemen, programmamanager van Mobility-S. “Dit was het begin van Mobility-S, een samenwerkingsverband op initiatief van de gemeente Eindhoven en Volker Wessels, waarin alle ontwikkelende partners zijn vertegenwoordigd. Het programma verzorgt de realisatie en exploitatie van het openbaar (bezoekers)parkeren van auto’s en fietsen en investeert in innovatie op het gebied van mobiliteit. Dat zowel het beheer als de exploitatie is ondergebracht bij Mobility-S is een kritische succesfactor die elders wellicht minder goed te bereiken is; men kon immers het stadsdeel helemaal opnieuw inrichten. “In die tijd ontstonden vanuit CROW en de Vexpan de eerste discussies rond de parkeernormen: het was tijd de normen niet meer als heilig te beschouwen”, vertelt Bloemen. “Dit was voor ons aanleiding om van ‘norm naar nodig’ over te stappen: dubbelgebruik gebiedsgericht en integraal bekijken, met als leidraad dat de parkeervoorzieningen op redelijke loopafstand gesitueerd worden. We besloten de deeloplossingen per bouwvak los te laten en een aantal centrale, strategische plekken aan de rand van Strijp-S te benoemen voor parkeervoorzieningen, zonder dat de leefbaarheid zou worden geschaad.” Om een eerste gemiddelde inschatting te maken wordt de parkeernorm van de gemeente gehanteerd, aangevuld met de richtlijnen uit de opgestelde gebiedsparkeerbalans: wat wordt wanneer gebouwd en wat is de capaciteitsprognose? Stel de aanpak ‘van norm naar nodig’ werkt in de praktijk niet, dan kunnen we altijd nog terug grijpen naar de norm. Maar we hebben een stevige ambitie!”

 

Hoe werkt ‘van norm naar nodig’?

In de gebiedsparkeerbalans staat de complete ontwikkeling van Strijp-S beschreven, met een aantal richtlijnen die vooraf zijn bepaald. Zo is de bezoeker uit de parkeernorm gehaald, wordt bij grote woningen standaard een parkeerplek gerealiseerd en krijgt sociale woningbouw juist niet automatisch een eigen parkeerplek. Samengevat is de verhouding 60-40: 40 procent van de parkeervoorzieningen wordt in het eigen bouwveld aangelegd door de ontwikkelaar, 60 procent wordt in overleg met Mobility-S op 250 tot 300 meter afstand gerealiseerd. Meer realiseren mag natuurlijk, maar daarbij moet de ontwikkelaar zoveel mogelijk rekening houden met dubbelgebruik. Bij elk stuk nieuwe ontwikkeling wordt bovendien naar het echte gebruik gekeken. Er zijn bijvoorbeeld 250 woningen gerealiseerd aan de Hoge Rug, door woningcorporatie Trudo. Hier is in eerste instantie een parkeernorm van 1,3 per woning voor vastgesteld, maar gebaseerd op het daadwerkelijke gebruik had de norm 0,7 moeten zijn. “We bouwen alleen bij als er vraag naar is en monitoren continue de parkeerbehoefte”, onderbouwt Bloemen.

 

Integraal inspelen op de toekomst

De gebiedsgerichte benadering van parkeren lijkt nu al haar vruchten af te werpen: waren voorheen in de parkeernorm 6500 parkeerplekken voor Strijp-S vastgesteld, nu blijkt dat waarschijnlijk 3500 plaatsen genoeg zijn. “We hebben de ambitie tenminste 10 procent van de parkeerplekken te vervangen door alternatieven”, vertelt Bloemen enthousiast. “Denk aan deelauto’s, -fietsen en -scooters en hoogwaardig openbaar vervoersverbindingen. Ook is het hele gebied voorzien van een glasvezelnetwerk en werken we samen met Cisco aan het ‘Smart City project’, inspelend op de trend dat de virtuele mogelijkheden een steeds beter alternatief vormen voor fysieke verplaatsingen.” Bloemen onderstreept dat de genoemde ontwikkelingen alleen tot stand kunnen komen door goede samenwerking van kennisinstellingen, overheid en bedrijfsleven (de ‘triple helix’). “De grootschalige ontwikkelingen van Strijp-S vragen ook om een andere manier van werken van de gemeente, wat erg goed wordt opgepakt”, stelt de programmamanager. De gemeente Eindhoven en Mobility-S hebben bijvoorbeeld de primeur met de eerste concessie overeenkomst voor straatparkeren, vastgelegd voor de komende dertig jaar. Zodoende kan straatparkeren echt strategisch worden ingezet.

 

Workshop Movinnio Congres 11 september

Paul Bloemen verzorgt tijdens het Movinnio Congres Integrale Mobiliteit op 11 september een workshop over Mobility-S. Klik hier voor het programma en alle actuele en achtergrondinformatie over het congres. En meld u vooral aan! (€ 195,- p.p. of € 150,- p.p. als combinatiekorting als u uw collega('s) meeneemt.)

 

 

 

 



Dit artikel komt uit Verkeer in Beeld

Deel dit artikel