Nieuws

Resultaten enquêtes over wat mag en kan bij het buiten spelen

Onlangs kwamen de resultaten binnen van twee enquêtes. Hier werden respondenten bevraagd over buiten spelen (van hun kinderen) en wat kinderen mogen doen- en meemaken. Nu zijn die onderzoeken uitgevoerd om een goede speelruimteanalyse te kunnen opstellen. Ze hadden geen wetenschappelijk doel. Toch is het altijd leuk om op zoek te gaan naar de bijzonderheden. Te kijken welke open deuren inmiddels gesloten zijn en of er nieuwe deuren op een kier staan. Vooral aardig om te kijken of er verschillen zijn in reacties uit een stedelijke omgeving ten opzichte van reacties uit een groene landelijke gemeente.

Het is goed om te zien dat zowel in de stedelijke als landelijke gemeenten 90 procent van de ouders aangeeft dat kinderen vies mogen worden, dat respectievelijk 50 procent en 65 procent aangeeft ruzie (en weer goed) maken mag, dat voor 47 procent en 44 procent het in orde is als er een keer een tak afbreekt/hutten gebouwd worden en dat voor net iets minder dan de helft van de ouders gaten graven mag. Kortom, lekker ravotten en vies worden is voor heel veel ouders gelukkig geen probleem.

 

Een opvallend verschil is dat in de stedelijke omgeving een buil vallen voor de helft van de ouders een probleem is, terwijl dit op het platteland maar voor een kwart van de ouders geldt. Verder valt op dat een arm breken op het platteland door 17 procent van de ouders nog gezien wordt als ‘dat hoort bij spelen’ of ‘dat kan af en toe gebeuren’, terwijl dat in de stad door vrijwel geen ouder werd aangevinkt. Blijkbaar gaan ouders in een landelijke omgeving iets gemoedelijker om met ongelukjes als gevolg van het buiten spelen.

 

Jammer dat het voetballen op straat – toch erg populair bij de jeugd – in de landelijke gemeente slechts van de helft van de ouders de goedkeuring kan wegdragen. Terwijl, op de vermoedelijk drukkere wegen in de stad, 60 procent van de ouders het geen probleem vindt. Ook schijnt het niet wenselijk te zijn dat kinderen wild spelen en schreeuwen; een ruime meerderheid van de ouders vindt dat dit niet bij het buiten spelen hoort... Terwijl spelen toch een van de beste medicijnen lijkt te zijn tegen onstuimig gedrag binnenshuis!

 

Aardig is te zien dat in de stad het spelen meer een doel moet hebben dan op het platteland. In de stad scoren de redenen ‘lekker buiten bezig zijn’ en ‘gewoon leuk’ toch een stukje lager. De aloude kennis dat kinderen steeds meer alleen op stap mogen naarmate ze ouder worden klopt nog steeds. Wat opvalt is dat in de stedelijke omgeving kinderen langer dicht bij huis moeten blijven en onder toezicht moeten spelen. Ruim de helft van de ouders in de stad vindt het niet in orde als kinderen jonger dan 6 jaar alleen gaan buiten spelen tegenover een kwart van de ouders in een landelijke omgeving. Ook voor de jeugd vanaf 6 jaar in de stad geldt dat nog maar 40 procent alleen van huis mag of zegt waarnaartoe tegenover 66% in een landelijke omgeving. 
 

Bekijk grafieken

Om enkele resultaten inzichtelijk te maken, klink bovenaan bij de foto op de pijltjes om drie grafieken te zien.
 

  1. Grafiek: alleen buiten spelen (jeugd)
  2. Grafiek: alleen buiten spelen (kind)
  3. Grafiek: soorten spel



Dit artikel komt uit BuitenSpelen

Deel dit artikel