Nieuws

Interview keynote spreker Bas Govers Movinnio Congres

Het dynamische ochtendprogramma van het Movinnio Congres Integrale Mobiliteit op 11 september in Bunnik staat in het teken van succesvolle stadsontwikkeling, waarbij de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van ruimte, economie, centrumgebieden, technologie, internet en mobiliteit op een rij worden gezet. Keynote spreker Bas Govers, topadviseur Strategie en Beleid bij Goudappel Coffeng, maakt de bezoekers deelgenoot van zijn visie: mobiliteitsbeleid zal in de toekomst minder gericht zijn op sectorale doelstellingen als congestie of veiligheid en meer een bijdrage leveren aan (bestuurlijke en ambtelijke) doelstellingen op het gebied van economie, welzijn, ruimte en cultuur. “Steden moeten tegenwoordig concurreren met elkaar en investeren in de kwaliteit van openbare ruimte om vitaal, goed bereikbaar en aantrekkelijk te blijven. Hoe? Door het ‘ABC-beleid revisited’ te introduceren. De ruimtelijke kwaliteit moet centraal staan.”

Het ABC-beleid zoals dat in de Vierde Nota door het Rijk werd geïntroduceerd had als doel arbeids- en bezoekers intensieve bedrijven en voorzieningen te koppelen aan een bijpassend bereikbaarheidsprofiel: A-locaties die uitstekend met OV bereikbaar zijn, B-locaties met een gecombineerde bereikbaarheid van auto en OV en C-locaties als de typische snelweglocaties. Met maximale parkeernormen zou het autoverkeer worden beteugeld. Dit integrale mobiliteitsbeleid beoogde de mobiliteitsproblematiek te reduceren. De verkeersstromen worden dan immers daarnaartoe geleid, waar de capaciteit voor een specifiek vervoersmiddel het grootst is.


Van mislukt naar effectief

Govers: “Wereldwijd wordt het gezien als het voorbeeld van integraal mobiliteitsbeleid, terwijl het in Nederland vaak als mislukt wordt beschouwd. De discussie in Nederland verengde tot alleen de parkeernormen, wat het beleid te dwingend maakte. De maakbaarheid van de samenleving liep voor wat betreft de kantorenmarkt ten einde en deze markt volgde haar eigen wetten.” Govers heeft de uitgangspunten van het beleid aan een revisie onderworpen en geüpgraded naar de stedelijke vraagstukken van nu en de nabije toekomst. “Verkeer, ruimte en economie vormen steeds meer een geheel. Verkeer is niet meer een doel op zich, maar levert een bijdrage aan vitale, aantrekkelijke  en gezonde steden. Hetzelfde geldt trouwens voor het platteland, waar het daarnaast ook steeds meer om het welzijn gaat en de toegankelijkheid van voorzieningen.”

 

Visie gedragen door Randstad

Govers merkt dat de visie gedragen wordt door de vier grote steden. “Amsterdam spreekt bijvoorbeeld van een rode loper, terwijl Rotterdam inzet op ‘Rotterdam als CityLounge’, de metafoor voor de sfeer die de stad nastreeft.” In zijn lezing op het Movinnio Congres neemt Govers onder meer de beleidsvisies van Den Bosch en Maastricht onder de loep. “Het gereviseerde ABC-beleid is echter niet alleen toepasbaar op grote steden, maar op alle steden. Iedere stad heeft een A- en B-zone, wat het breed toepasbaar maakt. Het ABC-beleid is een kind van de tijd. Het moet dan ook zeker niet het icoon worden voor integraal mobiliteitsbeleid, maar het biedt wel heldere richtlijnen”, stelt Govers. “Herziening van het ABC-beleid biedt steden een handvat om verkeer, ruimte en economie in balans te ontwikkelen en te kunnen concurreren op kwaliteit. Verkeer is een grote sleutel om deze condities te kunnen realiseren.”

 

A, B en C-zone nieuwe stijl

Wat zijn dan de veranderingen die de verschillende zones typeren en de uitdagingen die hiermee samenhangen? De A-zone is vaak een historisch centrumgebied waar de aantrekkelijkheid centraal staat. Maar ook de schil eromheen is van belang, terwijl die nu vaak wordt ingericht als parkeerzone. Je ziet veel steden die grens al overschrijden, zoals Utrecht, Den Bosch en Tilburg. De belangrijkste opgave voor het A-gebied is om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. De auto is te gast en de fietser en voetganger staan centraal , meer vanuit de Shared Space-gedachte. Voor gemeenten is het van belang zich af te vragen welke kwaliteit ze willen bieden. Uit een onderzoek naar de tijdbeleving van fietsers is bijvoorbeeld gebleken dat aantrekkelijke routes als korter worden ervaren dan snelle maar minder aantrekkelijke routes.  De B-zone van nu is meer gericht op het creëren van een stedelijk karakter, met herkenbare ruimtelijke elementen als historische straten, pleinen en boulevards. Dit vereist een goede balans tussen auto, OV en fiets waarbij hoge intensiteiten vermeden moeten worden middels bijvoorbeeld het LARGAS-principe. Door ook dit gebied stedelijk aantrekkelijk te maken en goed bereikbaar, trekt het weer nieuwe en andere vastgoedontwikkelaars aan, wat uiteraard weer goed is voor de economie. Het C-gebied van een stad wordt steeds meer markt gestuurd. De overheid bepaalt niet meer alleen; de markt des te meer. Dit geldt niet alleen voor het volkshuisvestingvraagstuk, maar net zo goed voor kantoor- en bedrijfsruimte.

 

Meer weten? Kom dan vooral naar het Movinnio Congres op 11 september. Meld u hier aan!


Over het Movinnio Congres

Prof. Dr. Henk Meurs vult het betoog van Bas Govers aan met de vraag wat de ontwikkelingen voor het gemeentelijke beleid betekenen. Om visie en praktijk nog meer met elkaar te verbinden zal wethouder Filip van As van de gemeente Zwolle zijn bestuurlijke visie op (integrale) mobiliteit, de bestuurlijke opgaven, het achterliggende proces, de valkuilen en het leergeld delen tijdens het congres. Ook het middagprogramma met parallelworkshops is doorregen met praktijkvoorbeelden die u tastbare handvatten geven waar u in uw dagelijkse praktijk mee verder kunt. Het Movinnio Congres Integrale Mobiliteit is een initiatief van Acquire Publishing en Movinnio.

 

Lees alles over het programma, locatie en aanmelden op www.movinniocongres.nl. 11 September in Postillion Hotel Utrecht Bunnik: mis het niet!

 

 

 



Dit artikel komt uit Verkeer in Beeld

Deel dit artikel