Nieuws

Effecten van stadslandbouw onderzocht: wat levert het op?

Stadslandbouw heeft een grote vlucht genomen in Nederland. Rotterdam nam het voortouw. Eetbaar Rotterdam, een vereniging die zich tot doel stelt de stadslandbouw te professionaliseren, adopteerde het thema. Een van de spin offs in Rotterdam is de wetenschappelijke onderbouwing van stadslandbouw. Wat zijn de effecten en werkt het in de praktijk?

Resultaten naar stadslandbouw in de praktijk zijn inmiddels beschikbaar. Tijdens de Week van de Openbare Ruimte, 7-11 april op Landgoed De Vanenburg in Putten organiseert Jan Willem van der Schans, een van de founding fathers in Nederland van stadslandbouw op donderdag 10 april, een workshop over stadlandbouw. Cees Bronsveld van gemeente Rotterdam vertelt tijdens deze workshop over het onderzoek en wat we kunnen leren van ervaringen tot nu toe?

 

Stadslandbouw speelt in heel veel steden.  Door de crisis in de bouw liggen op tal van (tijdelijk) braak liggende gronden. Moestuinieren, restaurants die eigen groenten telen, professioneel gerunde stadsboerderijen – alles kan.  Diverse steden formuleerden beleid om deze vorm van bottom-up stads(her)ontwikkeling in goede banen te leiden, Groningen, Rotterdam, Amsterdam, Oss, Heerlen, Alphen aan de Rijn, Ede et cetera. Ook de Rijksbouwmeester Frits van Dongen heeft de stadslandbouw ontdekt. Nederland is uitgebouwd, Van Dongen pleit voor grootschalige herbezinning. Bijvoorbeeld high-techvoedselteelt in leegstaande kantoorgebouwen in Amsterdam Zuid-Oost. ‘’Zo kun je heel Amsterdam voeden.’’

 

Het  idee om de moderne stad te voeden op een stadseigen manier, namelijk vanuit leegstaande kantoren of speciaal daarvoor ontworpen en ingerichte flatgebouwen, is niet nieuw. Het zingt al langer rond, in Nederland sinds Pig City van MVRDV uit 1997, wereldwijd het Vertical Farming project van Despommier uit 1999.  Wat opvalt is dat vooral wetenschappers en ontwerpers, nu dus ook de Rijksbouwmeester, onder de indruk zijn van deze manier van voedselproductie.

 

www.weekvandeopenbareruimte.nl

 

 

Deel dit artikel