Nieuws

Industriële woningbouw Japan: prefab woningen

Met 150.000 nieuwe prefab woningen per jaar is de Japanse prefab-markt één van de grootste wereldwijd. Er kleeft een stigma aan prefab-woningen en de visie die hierachter schuilgaat; ze zouden maar weinig creativiteit overlaten aan de architect. Japan lijkt echter het tegendeel te bewijzen.

In Japan worden op jaarbasis ongeveer één miljoen nieuwe huizen gebouwd. 15 procent daarvan bestaat uit prefab woningen. Dat zijn dus 150.000 woningen in totaal. Ter vergelijking: in Nederland werden vorig jaar zo’n 40.000 nieuwe woningen gebouwd. Waar komt deze schijnbare bouwzucht vandaan?

 

Masa Noguchi is professor Environmental Designaan de University of Melbourne en legt uit waarom er zoveel wordt gebouwd in Japan. Noguchi: “Vanwege aardbevingen en tyfoons is er een bouwwet die voorschrijft dat houten huizen niet langer mogen staan dan 30 jaar. Hoewel de meeste huizen in werkelijkheid langer mee kunnen, zijn mensen geneigd een huis eerder te laten slopen.”

 

Daar komt bij dat slechts 30 procent van de huisprijs de werkelijke bouw en het materiaal betreft; 70 procent van de waarde betreft de grond. “Zodra de hypotheek is afbetaald zijn mensen geneigd om een nieuw huis te laten bouwen. Een nieuw huis kost immers ‘slechts’ 30 procent van wat men in eerste instantie betaalde voor het huis. Aangezien Japanners van kwaliteit houden is de keuze voor het bouwen van een nieuw huis snel gemaakt,” aldus Noguchi.

Modulaire prefab woning 

Zie hier de totstandkoming van de modulaire prefab woning. Hierbij worden de driedimensionale componenten in een fabriek gebouwd. Ongeveer 80 procent van de woning wordt aldaar gerealiseerd. “Dit heeft de tijd die men besteedt aan het ter plekke bouwen drastisch naar beneden gebracht naar acht uur. De componenten worden als het ware als legostukken in elkaar gezet,” zo legt Noguchi het proces uit.

 


Binnen een tijdsbestek van slechts één dag wordt deze prefab-woning van Misawa Homes in elkaar gezet.

 

Een huis wordt dus in een tijdsbestek van één werkdag geassembleerd. Maar daarmee is de bouw nog niet afgerond; de afwerking neemt normaal gesproken nog een extra maand in beslag, bijvoorbeeld voor het aanleggen van nutsaansluitingen. Over het algemeen duurt het iets meer dan een maand van het moment dat een huis wordt gekocht totdat de koper kan intrekken.

 

Inmiddels is de samenleving dusdanig veranderd, waardoor kant-en-klare prefab woningen niet langer voldoen aan de wensen van consumenten. Hierover zegt Noguchi: “Vandaag de dag zijn de marktomstandigheden totaal anders dan voorheen. In het naoorlogse Japan waren kerngezinnendominant aanwezig op de woningmarkt. Maar met een vergrijzende samenleving – 1 op de 4 Japanners is boven de 60 – en een groeiende groep alleenstaanden en empty nesters is er een diverse markt ontstaan, met consumenten die uiteenlopende wensen hebben.”

Nieuwe markt, nieuwe wensen

Om in te spelen op de veelvoud aan wensen was het dus belangrijk om prefab woningen niet volledig gestandaardiseerd op te leveren. Noguchi spreekt van een ‘verschuiving van het paradigma van massa geproduceerde huizen met een korte levensduur naar op massa customized woningen.’ Deze customizability, het vermogen om op basis van de wensen van de consument extra aanpassingen te doen, creëerde huizen van woningbouwbedrijven die een langer leven beschoren en ook nog eens milieuvriendelijker waren. “Sinds de jaren ’70 is er dus steeds meer oog voor gestandaardiseerde bouwonderdelen, in plaats van gestandaardiseerde kant-en-klare woningen,” zo merkt Noguchi op.

 

Er is ook kritiek: prefab woningbouw zorgt ervoor dat de rol van een architect teniet wordt gedaan. Maar deze kritiek lijkt niet helemaal terecht. Een woningbouwbedrijf als Sekisui House (zie kader) heeft 4.000 architecten in dienst. “Consumenten hebben vaak nul kennis als zij een huis komen uitzoeken bij een prefab bouwbedrijf als Sekisui House. Daarom hebben zij advies nodig, bijvoorbeeld over welk materiaal voor een bepaalde buurt geschikt is in verband met aardbevingsgevaar.”

Praktijk 

Hoe dit er in de praktijk aan toe gaat? Een consument gaat op bezoek bij een fabrikant en krijgt de mogelijkheid om tal van ‘optionele componenten’ uit te zoeken. Doorgaans gebruiken fabrikanten een catalogus1 om consumenten te informeren over de verschillende extra’s. Dan kunt u denken aan onderdelen als ingebouwde beveiligingscamera’s, handleuningen voor ouderen of een traplift. Wat in feite gebeurt, is dat mensen een catalogus in handen krijgen met tal van concepten, zowel interieur als exterieur, en de enorme variëteit aan optionele features.

 


De verschillende onderdelen van een prefab-woning worden gereed gemaakt in deze Sekisui prefab-fabriek.

 

Noguchi: “Dit is allemaal gestandaardiseerd en in de catalogus kun je dit terugvinden, het hangt vervolgens af van de economische mogelijkheden wat men kiest.” Voor de architecten betekent dit onder andere een grotere vraag naar ontwerpen. Volgens Noguchi wordt van hen verwacht dat iedere drie jaar een nieuwe prefab woning wordt ontworpen, die inspeelt op wensen van die tijd.

 

Kunnen we in Nederland iets leren van de Japanse woningfabrikanten? Noguchi denkt van wel. Hij geeft aan dat fabrikanten in Europa veel gemeen hebben met Japanse bedrijven, maar dat de Europeanen over minder R&D geld beschikken en daarom minder innovaties kunnen doorvoeren. Niet alleen hebben Europese bedrijven minder financiële middelen, ook zijn er minder tools (en tijd) beschikbaar voor research en ontwikkeling. In Japan daarentegen hebben fabrikanten normaal gesproken hun eigen R&D en showroom om de waarde van innovaties te laten zien. “Ik twijfel er niet aan dat bouwbedrijven en fabrikanten veel kunnen leren van hun Japanse collega’s, qua ontwerp-, product- en marketingstrategie,” aldus Noguchi.

 

Dit artikel is verschenen in de Innovatiecatalogus 2017. De Innovatiecatalogus is te downloaden in onze bibliotheek.


Liever een fysiek exemplaar? Bestel het nummer dan los na door contact op te nemen met onze klantenservice via: klantenservice@acquirepublishing.nl

Auteur: Bobbie van der List, Tokyo correspondent

Deel dit artikel