Nieuws

Nieuwe rollen voor de architect in de circulaire bouw

Drie kwartier nadat BNA de circulair design class voor architecten aankondigde was die al meer dan drie keer overtekend. Dit geeft aan dat het onderwerp circulair leeft bij design professionals in de bouw en dat die beroepsgroep (nog) op zoek is naar kader en handvatten. Dit artikel is een korte uiteenzetting van de eerste observaties die naar voren komen als ongeveer vijftig architecten aan de slag gaan met circulair bouwen.

Auteur: Pieter van Os, Sector lead bouw bij CIRCO 

Wat zijn die eerste observaties? Het wordt allereerst duidelijk dat er in veel gevallen ruimte is om circulair te werken. Er is een commerciële incentive voor partijen in de keten om anders te werken. En de ecologische impact om materialen en energie effectiever in te zetten is urgenter en leeft breder. Tegelijkertijd dringt ook door dat op een andere manier in de keten gewerkt moet worden waarbij ontwerp, bouw, gebruiks- (inclusief adaptie) en end-of-use integraal verbonden worden en partijen nadrukkelijk samenwerken. Dit geeft ruimte voor een andere en bredere invulling van de rol van de architect (en ook andere partijen in de keten). Deze rollen worden hierna verder omschreven.


Op zoek naar waardebehoud

De methode brengt eerst de waardevernietiging in de huidige lineaire manier van werken in beeld. Hier beginnen de meeste deelnemers overmoedig aan, want iedereen kent toch wel de 15 procent faalkosten in de bouw. Bij circulair denken ligt er echter ook veel nadruk op alles wat met een product of gebouw gebeurt ná het oplevermoment. Het eigendom en de verantwoordelijkheid verschuiven meestal bij oplevering. Hoe kan de waarde van het gebouw als geheel en het gebruikte materiaal zo lang mogelijk behouden blijven tijdens de gebruiksfase (exploitatiefase) en bij ontmanteling? Twee open deuren geven hierbij richting.

Ten eerste zijn de exploitatiekosten een veelvoud van de bouwsom. Bij utiliteit is een factor 5 in de eerste 50 jaar niet ongebruikelijk. Dat gaat zeker niet alleen om energie. Het loont bijvoorbeeld om onderhoud integraal in de ontwerpvraag mee te nemen. Sensoren plaatsen in ramen en deuren helpt om preventief onderhoud goed te timen en planmatig uit te voeren op basis van het aantal keer gebruik. De sensoren kunnen vervanging op itemniveau voorspellen of optimaliseren. Ten tweede wordt een gebouw niet voor 60 tot 100 jaar neergezet. Wellicht staat de schil deze periode, maar er vinden gelijktijdig veel adaptaties plaats. Bij een wisseling van huurder bijvoorbeeld worden de systeemwanden verwijderd en afgevoerd omdat de ruimte leeg moet worden opgeleverd, terwijl de nieuwe huurder nieuwe systeemwanden (weliswaar waarschijnlijk in een andere configuratie) bestelt. 

Een interventie op deze waardevernietiging kan ervoor zorgen dat zowel de economische als ecologisch waarde beter benut wordt. In de methodologie wordt hiervoor gebruik gemaakt van het Products-that-Last framework dat door professor Conny Bakker et al aan de TU in Delft ontwikkeld is. Aan de hand van zes circulaire designstrategieën en vijf archetype circulaire business modellen ontwikkelen deelnemers een circulair aanbod. Binnen de scope van dit artikel gaan we hier echter niet verder op in omdat de focus ligt op de mogelijke rollen van een architect.

De rollen

Onderstaande rollen zijn naar voren gekomen tijdens de design classes. Ze zijn nog niet uitputtend noch in de praktijk getoetst, maar geven een eerste beeld van opties die de deelnemende architecten zien. Deze rollen kunnen deels ook door andere partijen worden uitgevoerd, maar de deelnemende architecten willen graag circulair werken en staan open voor het uitbreiden van hun rol.

Coördinator in een coöperatief design proces

Een circulair gebouw vraagt om nieuwe oplossingen die zich niet zomaar in een traditioneel bestek laten vangen. Een vaker geopperde werkwijze is om de circulaire ambitie op een A4’tje te zetten en vanuit daar te gaan werken. In een gezamenlijk proces met veel kleine iteratieve stappen wordt de kennis en kunde van alle partijen al vanaf de studiefase expliciet samengebracht en ingezet. Een architect kan dit proces leiden en innovatieve toeleveranciers uitnodigen om input te leveren hoe de ambitie kan worden bereikt. Dit vraagt overigens ook om een andere manier van gunning van het project.


Bouwmeester

In deze rol neemt de architect de verantwoordelijkheid voor het resultaat, zoals bijvoorbeeld in Duitsland veel gebruikelijker is. Met name bij verbouwprojecten kan de bouwmeester deze rol circulair invullen door te zorgen dat er met gebruikte materialen gewerkt wordt of dat materialen hergebruikt worden. Dit zou bijvoorbeeld ook de aannemer kunnen doen, maar aangezien dit nu zelden gebeurt, ligt hier een kans voor de architect om een grotere rol in het project te nemen. Dit brengt natuurlijk ook een ander risicoprofiel met zich mee waardoor veel deelnemers toch wat huiverig zijn voor deze rol.

Functiemanager

Hierin neemt de architect een operationele rol op zich in de gebruiksfase van het gebouw die nu vaak door een facilitaire dienst of externe partij wordt ingevuld. Hij optimaliseert op de operationele kosten en coördineert veranderde functies. Dit kan circulair ingericht worden door een effectieve inzet van materiaal en energie als uitgangspunt te nemen. Met name als de architect al in de ontwerpfase op deze rol anticipeert, leidt dit tot een integrale aanpak waar veel waardevernietiging mee wordt voorkomen en er voldoende financiële ruimte wordt gecreëerd voor interessante business modellen.

Datamanager

Substantiële waarde wordt vernietigd door data, die voor de bouw worden gegenereerd, daarna eigenlijk niet meer bij te houden of te gebruiken. Dit is weliswaar van een andere orde dan de hierboven genoemde zaken, maar geeft eveneens mogelijkheden. De data kunnen onder andere worden ingezet als input voor onderhoud en andere exploitatie zaken, groot onderhoud, als basis voor hergebruik van elementen en het bepalen van de restwaarde. De data zouden zorgvuldiger kunnen worden overgedragen, maar ook beheerd kunnen worden door de architect, voor andere partijen na oplevering of ter ondersteuning van de bovengenoemde rollen. Data uit latere fasen kunnen dan ook weer gebruikt worden om het (integrale) ontwerpproces te voeden en te optimaliseren.

Dit artikel is verschenen in BouwCirculair nummer 2, juni 2018.



Dit artikel komt uit BouwCirculair

Deel dit artikel