Nieuws

Betalen per minuut: niet vanuit wetgeving geregeld

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft in september 2013 advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel van het Tweede Kamerlid Kuiken over de vaststelling van parkeertarieven per minuut. Het advies is in maart 2014 openbaar gemaakt. Kort gezegd is het advies het genoemde wetsvoorstel te herzien omdat er geen noodzaak is van overheidswege in te grijpen. Betalen per minuut kan niet afgedwongen worden.

Inhoud en achtergrond

Het initiatiefwetsvoorstel verplicht particuliere aanbieders van parkeergelegenheden om de tarieven voor een parkeerperiode van ten hoogste vier uur, per minuut te heffen. Het initiatiefwetsvoorstel beoogt hiermee te voorkomen dat betaald wordt voor niet gebruikte parkeertijd omdat de tariefstelling uitgaat van vaste tijdvakken. Aanleiding voor het wetsvoorstel is het ongenoegen van burgers die voor meer parkeertijd betalen dan daadwerkelijk wordt gebruikt. Volgens de indiener is het principieel onwenselijk dat particuliere aanbieders van diensten meer geld rekenen voor de dienst dan er daadwerkelijk wordt 'geleverd'. In veel sectoren is volgens de toelichting op het initiatiefwetsvoorstel betalen op basis van gebruik al gemeengoed en worden consumenten adequaat beschermd tegen bedrijven en instanties die diensten verlenen.


Noodzaak

De Afdeling advisering merkt op dat het initiatiefwetsvoorstel tot gevolg heeft dat de wetgever ingrijpt in een private verhouding tussen aanbieders van diensten en consumenten. De wetgever moet hiermee terughoudend omgaan. Overheidsingrijpen is uitsluitend aangewezen als sprake is van evident falen van de markt zodat ingrijpen uit het oogpunt van zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang noodzakelijk en gerechtvaardigd is. Uit de toelichting op het initiatiefwetsvoorstel volgt niet dat daarvan sprake is. Daarmee ontbreekt de noodzaak voor dit initiatiefwetsvoorstel. Tevens doorkruist het initiatiefwetsvoorstel het gemeentelijke parkeerbeleid. Ook op dit punt mist de toelichting een overtuigende motivering van de noodzaak van het wettelijk ingrijpen. Daarnaast is niet aannemelijk dat de ergernis van de consument over de tariefstructuur en de hoogte van de parkeertarieven met dit initiatiefwetsvoorstel effectief zal worden weggenomen gelet op de te verwachten neveneffecten.
De Afdeling adviseert daarom het initiatiefwetsvoorstel nader te bezien. 


Invoeringstermijn

Daarnaast is volgens de Afdeling advisering de invoeringstermijn onvoldoende onderbouwd. Deze wijkt af van de invoeringstermijn uit een ander initiatiefwetsvoorstel van het Tweede Kamerlid Kuiken, dat betrekking heeft op het vaststellen van parkeerbelasting per geparkeerde minuut door gemeenten, zonder dat hiervoor een motivering wordt gegeven. De Afdeling adviseert de invoeringstermijn te onderbouwen en zo nodig aan te passen.



Dit artikel komt uit PARKEER24

Deel dit artikel