Nieuws

Instellen maximale fietsparkeerduur schept ruimte op straat

Ongeveer 15% van de bestaande fietsparkeercapaciteit op straat in Amsterdam is bezet door ongebruikte fietsen. Het instellen van een maximale fietsparkeerduur blijkt een effectieve maatregel om plaatsen vrij te maken voor fietsen die wel worden gebruikt.

In de nota ‘Kader Fietsparkeren Amsterdam’ worden de belangrijkste problemen en oplossingen rond het fietsparkeren in Amsterdam in kaart gebracht. Uitgangspunt is dat Amsterdam op een kosteneffectieve wijze de beschikbare fietsparkeercapaciteit wil verhogen.


Dit begint met het goed benutten van de bestaande fietsvoorzieningen. Op dit moment, en met inbegrip van de huidige handhavingsinspanningen, is ongeveer 15% van de bestaande fietsparkeercapaciteit op straat bezet door ongebruikte fietsen (12%), verwaarloosde fietsen (2%) en wrakken (1%). Dat betekent dat ongeveer 40.000 fietsparkeerplekken in de hoofdstad structureel niet beschikbaar zijn voor actieve fietsers.


Verwaarloosde fietsen en wrakken kunnen met de huidige regelgeving relatief eenvoudig worden verwijderd aldus de nota. Dat geldt niet voor de 12% fietsen die ongebruikt in de rekken staan of daarbuiten. Om deze fietsen te verwijderen is onder andere bij station Amsterdam Centraal en het Leidseplein een maximale fietsparkeerduur ingesteld. Het blijkt voor deze gebieden een succesvolle maatregel. Het aantal ongebruikte fietsen is gedaald naar minder dan 2%.


Stadsdelen passen deze maatregel dan ook steeds vaker toe, bijvoorbeeld in enkele winkelstraten. Inmiddels zijn er in Amsterdam meer dan 30 gebieden binnen de ring A10 waar een maximale fietsparkeerduur geldt. Om te voorkomen dat er een onoverzichtelijke lappendeken ontstaat met verschillende fietsparkeerregimes per locatie, gaat Amsterdam binnen de ring A10, ten zuiden van het IJ, een uniforme maximale fietsparkeerduur van 6 weken instellen. Door deze maatregel kunnen naar schatting ongeveer 30.000 extra plekken (12%) in de bestaande rekken worden gecreëerd.


In gebieden waar een maximale parkeerduur geldt, kon tot voor kort trouwens alleen worden gehandhaafd op fietsen die in een fietsparkeervoorziening zijn gestald. Te lang geparkeerde fietsen die buiten de rekken of vakken staan mochten niet worden verwijderd. Daarom is recent de APV gewijzigd zodat ook kan worden gehandhaafd op ongebruikte fietsen buiten de rekken.


Bij verschillende treinstations zoals Amsterdam Centraal en Amsterdam Zuid is een maximale parkeerduur van 2 weken ingesteld. Vanwege de vergelijkbare situatie bij andere treinstations en vanuit het belang van uniformiteit wordt deze maximale parkeerduur ook bij de andere Amsterdamse treinstations ingesteld.


Uit onderzoek blijkt overigens dat bijna alle fietsen die als verwaarloosd naar het Fietsdepot worden gebracht eigenlijk een wrak zijn. 89% van de verwaarloosde fietsen die naar het Fietsdepot worden gebracht heeft een lagere economische waarde dan de kosten voor nieuwe onderdelen. 100% van de fietsen heeft een negatieve waarde als ook arbeidskosten voor reparatie meegerekend worden. Deze fietsen vallen feitelijk onder de categorie wrak en hadden direct als afval kunnen worden weggevoerd. Van de verwaarloosde fietsen op het Fietsdepot wordt minder dan 0,1% opgehaald. Daarom zal Amsterdam voortaan fietsen met gebreken scherper gaan beoordelen.


Als de bezettingsgraad op een locatie na het ruimen van fietswrakken en ongebruikte fietsen boven de 85% is plaatst de gemeente waar mogelijk en wenselijk nietjes of rekken bij. Als er op straat onvoldoende ruimte is voor extra nietjes, dan kan een inpandige of ondergrondse stalling worden overwogen. Daarbij wordt een aantal afwegingscriteria gehanteerd, waaronder de kosten voor zo’n stalling. Het kan daarbij gaan om verschillende kostenposten, waaronder investeringskosten, onderhoudskosten, huurkosten en exploitatiekosten. Het gaat erom, zo wordt in de nota benadrukt, dat alle kosten om de maatregel te nemen en in stand te houden in samenhang worden beschouwd, de zogenaamde Total Cost of Ownership. Verder is het van belang onderscheid te maken tussen kosten die worden gedragen door de gemeente, andere overheden, marktpartijen en gebruikers (fietsers).


Andere criterium is het effect van de aanwezigheid van een stalling op de totale reistijd van de fietser. Over het algemeen geldt: hoe dichter bij de bestemming de stalling is, hoe korter de totale reistijd. Dit is vooral voor kortparkeerders een belangrijk criterium. Bij langparkeerders komen daar ook nog eens comfortaspecten bij. Verder zijn maatregelen die weinig – schaarse - openbare ruimte innemen aantrekkelijk. Ook de waarde van de grond speelt hierbij een rol. Op locaties met hoge grondwaarden loont het eerder om voor ondergrondse oplossingen te kiezen. Leegstaande panden met een lage huur- of koopwaarde kunnen ook interessant zijn. Ter illustratie: als de grondwaarde 300 €/m2 is, bedragen de kosten voor ruimtegebruik 15 euro per fietsparkeerplek per jaar. 


Tenslotte wil Amsterdam wil één herkenbaar en aantrekkelijk aanbod van inpandige gemeentelijke Fietsenstallingen nastreven: ‘het fietspuntconcept’. Alle Fietspunten moeten dezelfde uitstraling krijgen. 


De nota ‘Kader Fietsparkeren’ is door het college van B en W vrij gegeven voor een inspraakronde die tot half april duurt.


Bron:
www.fietsberaad.nl



Dit artikel komt uit PARKEER24

Deel dit artikel