Blog

Infratecture Rotterdam: accentverschuiving in de mobiliteitsagenda

Martin Guit, gemeente Rotterdam

Hoe maak je een mobiliteitsagenda die aansluit bij ontwikkelingen in de samenleving? In Rotterdam verschuift de mobiliteitsagenda van infra naar luchtkwaliteit en leefbaarheid.

 

Rotterdam 2015: ‘Ik kan elke ochtend kiezen hoe ik naar Rotterdam reis, namelijk met de fiets, het OV of de auto. Ik ga meestal per fiets, zeker als het droog is. Maar tegenwoordig toch ook vaak het OV: de fiets parkeren bij Kralingse Zoom en uitstappen bij metrostation Wilhelminaplein. Ik kijk vaak welke activiteiten ik op een dag moet doen en bedenk dan welk vervoermiddel daarbij handig is. Moet ik op veel plekken in de stad zijn, dan ga ik bij voorkeur op de fiets; dat is toch vaak het snelst. Vroeger de kinderen ophalen bij de kinderopvang, betekende altijd al op de fiets, want dan is de reistijd betrouwbaar en ben je altijd op tijd. Welke route ik kies is ook weerafhankelijk.

 

Tegenwoordig kan ik met het pontje overvaren bij Kralingen naar Feijenoord. Altijd leuk, even varen op de Maas, zeker met mooi weer. De tocht is kort en ik fiets binnen 10 minuten naar de stad. De Rotterdamse regio teert de komende jaren nog wel op een aantal forse grootschalige investeringen, zoals de ombouw van de Hoekselijn naar metrokwaliteit, de Blankenburgverbinding en de A13/A16. De verbreding van de A15 en de bouw van de A4 Delft - Schiedam zijn binnenkort afgerond en in gebruik.

 

Toch constateer ik veel veranderingen binnen de mobiliteitswereld. De hedendaagse reiziger heeft behoefte aan meer flexibiliteit voor zijn/haar verschillende verplaatsingen. Hij/zij wil zelf op maat gesneden keuzes kunnen maken binnen het brede scala aan mogelijke vervoerswijzen. Het gebruik van slimme ICT- en automatiseringstoepassingen leidt tot een steeds beter beeld van alle beschikbare vervoersmogelijkheden, waardoor de reiziger zelf een bij zijn behoefte aansluitende persoonlijke reisketen kan realiseren. Kortom, de vraag naar maatwerkoplossingen passend bij de individuele mobiliteitsbehoefte neemt steeds sterker toe. Marktpartijen spelen daar inmiddels slim op in met een groeiend aanbod van zeer uiteenlopende commerciële mobiliteitsdiensten.

 

In Rotterdam is de uitdaging om een goede balans te organiseren tussen de kwaliteit van de bereikbaarheid en de kwaliteit van leven in de stad. Langzaam schuift het accent binnen Rotterdam naar de verbetering van de luchtkwaliteit en de gezondheid van de Rotterdammer. De stad wordt groener en zeker in de binnenstad fietsvriendelijker en er ontstaat een discussie over een ‘autoluwere’ Coolsingel. Een tweede beweging is dat binnen het fysieke infrastructurele netwerk de focus sterk op het zo goed mogelijk benutten van het bestaande mobiliteitsnetwerk is gaan liggen. Hierbij verandert de rol van de overheid van meer initiëren, naar meer faciliteren van verplaatsingen.

 

Het stimuleren van de kracht van de markt is hierin belangrijk, waarbij de zoektocht naar initiatiefnemers met ‘energie’ en participatie met burgers, ondernemers en andere partijen in stad en regio plaatsvindt. Interessant voorbeeld van deze benadering is het vormgeven van de Rotterdamse Mobiliteitsmarkt door samenwerkingsorganisatie ‘De Verkeersonderneming’. Hier komen vraag en aanbod samen. De belangrijkste motivatie is het bieden van duurzame mobiliteitsdiensten waarbij een toekomstvaste gedragsverandering kan plaatsvinden via sociale innovatie. Werkgevers ontdekken dat hun werknemers best bereid zijn anders naar hun werk te reizen en dat dit uiteindelijk geld oplevert, oftewel er ontstaan nieuwe verdienmodellen. Kortom, er zit niet alleen veel energie in deze markt, maar de komende jaren staat ook de stad voor een aantal mooie uitdagingen op het gebied van de mobiliteit.

 

 Daarvoor zijn specifieke accenten gelegd in de Rotterdamse Mobiliteitsagenda, namelijk: Gezonde en Bereikbare stad; Binnenstad citylounge, de auto te gast; Fietsstad van de toekomst; Marktplaats mobiliteitsinnovatie en samenwerking en Bereikbaarheidskwaliteit motor voor ruimtelijke-economische ontwikkeling. Nu nog het waar maken!’


 



Dit artikel komt uit Verkeerskunde

Deel dit artikel