Blog

Niet officiële verkeersborden: goede zaak of slechte ontwikkeling?

Het komt steeds vaker voor dat gemeenten en andere lokale of regionale wegbeheerders zogenaamde niet officiële verkeersborden langs of op de weg plaatsen. Tegenwoordig ziet men langs de weg allerlei 'creatieve' verkeersborden, die vooral door gemeenten worden geplaatst in de hoop hiermee weggebruikers te attenderen op een bepaalde verkeerssituatie.

Voorbeelden zijn: ‘Let op overstekende ouderen!’ Of: ‘Let op overstekende padden’ Of: ‘Nie zo hert rijden!’ (een onderbord onder het waarschuwingsbord overstekende herten). Of een informatiebord met de tekst: ‘Niet te snel dankjewel’. Het gaat hier om een afbeelding met een jongetje en een racefietser, die vlak achter hem rijdt. Een recent voorbeeld is dat de gemeente Den Haag in de week van 13 juli een test heeft uitgevoerd met het zogenaamde ‘caloriebord’. De reguliere omleidingsborden werden niet of in onvoldoende mate nagevolgd of opgemerkt door fietsers. Volgens de gemeente had het plaatsen van hetcaloriebord wel het gewenste effect. Het caloriebord komt – kort gezegd – op het volgende neer: onder het bord met de tekst ‘Fietsverkeer afgesloten Laan van Meerdervoort/Centrum/Rijswijk volg (volgt een pictogram van een fietser)’ hangt een onderbord met de tekst: ‘Extra fietstijd 3 minuten/22 Kcal’.

 

Fietser negeert regulier omleidingsbord

Deze zomer vinden er werkzaamheden plaats op het Savornin Lohmanplein in Den Haag en fietsers op de Laan van Meerdervoort moeten daarom een stukje omrijden. Het reguliere omleidingsbord werd niet goed nagevolgd en de fietsers reden dwars door de werkzaamheden heen. Dit is niet iets wat op zichzelf staat. Fietsers willen zo snel mogelijk van A naar B en dat zij  - om dat doel te bereiken - gebruik moeten maken van een wegafzetting , nemen zij op de koop toe. Dit met alle negatieve gevolgen van dien. Niet zelden wordt de wegafzetting of het wegenlint eigenhandig door de fietser verwijderd en hij of zij kan ook hierbij ook behoorlijke schade aan zijn fiets oplopen. Het is ook maar zeer de vraag of een fietser zich in een dergelijk geval laat verleiden door een niet officieel verkeersbord.

 

Arsenaal wettelijk voorgeschreven verkeersborden

Lokale wegbeheerders worden geacht de wettelijk voorgeschreven verkeersborden te gebruiken en plaatsen. In bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) zijn deze officiële verkeersborden opgenomen. Op zichzelf is het niet verboden andere borden en verkeerstekens te bedenken en plaatsen. Het is echter de vraag of er naast al deze officiële verkeersborden nog wel ruimte is voor een niet officieel verkeersbord. Een ‘ludiek’ verkeersbord, zoals het caloriebord, kan soms een nuttige functie hebben, maar ik vind wel dat de wegbeheerder voorzichtig moet zijn met het plaatsen van dergelijke niet officiële verkeersborden. Dat kan volgens mij tot verwarring leiden. Ook, omdat niet altijd duidelijk is wat er precies met (de tekst op) het ludieke verkeersbord wordt bedoeld. Niet iedere fietser zal direct begrijpen wat er wordt bedoeld met het onderbord: Extra fietstijd 3 minuten/22 Kcal. En een lokale of regionale wegbeheerder dient zich ook te realiseren dat de politie niet kan handhaven, als een verkeersbord geen juridische grondslag of wettelijke basis heeft. Alleen de in bijlage 1 bij het RVV 1990 opgenomen verkeersborden hebben een wettelijke basis en daar kan de politie of de toezichthouder op handhaven.

 

Overdaad schaadt

Met het plaatsen van een niet officieel verkeersbord kan een lokale of regionale wegbeheerder vaak niet meer bereiken dan een beroep doen op het geweten van een weggebruiker. Het beoogde of gewenste verkeersgedrag kan niet door de wegbeheerder worden afgedwongen. Het creatieve of ludieke informatiebord is in zo’n geval niet meer dan een psychologische prikkel  om toch vooral te doen wat de wegbeheerder graag wil of ziet. Ook hier geldt: overdaad schaadt. Incidenteel kan een ludiek verkeersbord, zoals in het geval van de gemeente Den Haag , nuttig zijn en een toegevoegde waarde hebben, maar weggebruikers en dus ook fietsers zitten niet te wachten op een wildgroei aan niet officiële verkeersborden.

 

De essentiële kenmerken van informatiedragers

Bij verkeersborden gaat het om opvallendheid, zichtbaarheid, duidelijkheid en uniformiteit. Dat zijn de vier essentiële kenmerken van informatiedragers (verkeersborden). Als iedere lokale of regionale wegbeheerder buiten het arsenaal aan wettelijk toegestane en voorgeschreven verkeersborden lukraak “ludieke” borden gaat plaatsen, is volgens mij het hek van de dam. Uit – ook door mijzelf verricht – onderzoek blijkt ook, dat weggebruikers niet gebaat zijn bij een overdaad aan informatie(dragers). Immers, hoe meer verkeersborden er aan een paal hangen, hoe kleiner de kans is, dat de wegbeheerder hiermee het gewenste verkeersgedrag afdwingt of bewerkstelligt.

 

Onderzoek wijst uit, dat weggebruikers maximaal twee of drie informatie- en verkeersborden  tot zich kunnen nemen, kunnen verwerken en daar naar kunnen handelen. Dat kan zelfs leiden tot informatie-moeheid, chaos op de weg, onduidelijke en soms gevaarlijke weg- en verkeerssituaties. De ervaring leert dat hoe meer informatie en verkeersborden weggebruikers in een zeer korte tijd moeten verwerken, hoe kleiner de kans is dat de wegbeheerder hiermee het beoogde effect bereikt. En volgens mij zitten weggebruikers al helemaal niet te wachten op een overdaad aan niet-officiële en ludieke verkeersborden.

 

Wat is de oplossing?

Volgens mij is het zaak dat een lokale of regionale wegbeheerder telkens in de concrete situatie afweegt en beoordeelt of het plaatsen van een niet officieel verkeersbord een toegevoegde waarde heeft. Het kan immers zo zijn, dat het beoogde doel ook bereikt kan worden met een verkeersbord, dat al voorkomt in bijlage 1 bij het RVV 1990. Als het gewenste doel echt niet bereikt kan worden door het plaatsen van één of meer wettelijk toegestane en voor de specifieke situatie voorgeschreven verkeersborden, dan is er naar mijn mening ruimte voor het plaatsen van een niet officieel verkeersbord. Het primaat ligt bij de verkeerswetgever en dat is wat betreft het bedenken en voorschrijven van verkeersborden het Rijk, en niet een gemeente of een andere (regionale) wegbeheerder! Alleen de minister van Infrastructuur en Milieu kan op deze manier invulling geven aan zijn of haar verantwoordelijkheid en dat is op landelijk niveau zorgen voor opvallende, zichtbare, duidelijke en uniforme verkeersborden.  

 

Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen, dat er op Rijksniveau veel tijd en (voor)onderzoek wordt gestoken in het zorgvuldig nagaan of het bestaande arsenaal aan verkeersborden toereikend is, dan wel er behoefte is aan nieuwe verkeersborden voor bepaalde verkeerssituaties en zo ja, hoe een dergelijk verkeersbord er dan uit moet zien. De verkeerswetgever betrekt hierbij regelmatig diverse adviescommissies, kennisinstituten- en platforms om een gefundeerd en zorgvuldig antwoord te kunnen geven op de vraag of een nieuw verkeersbord echt nodig is.

 

 

 



Dit artikel komt uit Verkeer in Beeld

Deel dit artikel