Blog

Soms zit een ongeluk in een klein hoekje

In een ondergrondse parkeergarage is het soms moeilijk oriënteren. Vooral als je van buiten, via een goed verlicht halletje, terugkeert in een meestal gedempte sfeer van de betonnen ondergrondse parkeergarage. In een zaak die recentelijk werd voorgelegd aan de rechtbank Den Haag, was de persoon in kwestie gevallen. Zij had haar arm gebroken en ziet graag de schade vergoed door de eigenaar van de garage. Het gaat om de parkeergarage onder het Haagse Plein.

Het is niet zomaar een parkeergarage, want veel politici en ambtenaren parkeren daar hun auto. De eigenaar van deze parkeergarage is het Rijksvastgoedbedrijf. En het Rijksvastgoedbedrijf is onderdeel van de Staat der Nederlanden. Kortom: de Staat is eigenaar van deze ondergrondse parkeergarage.

 

Wat is er gebeurd?

Wat is er nu precies gebeurd? Op 9 maart 2012 is klaagster (een automobiliste) omstreeks 14:45 uur met een vriendin teruggekeerd naar deze parkeergarage. Zij is de parkeergarage binnengegaan via het trappenhuis en gestruikeld over een zwart geschilderde verhoging. Bij deze val heeft ze  letsel opgelopen: een gebroken bovenarm. Klaagster stelt het Rijksvastgoedbedrijf – het RVB beheert immers de vastgoedportefeuille van de Staat – aansprakelijk voor de door haar geleden letselschade.

 

Heeft het RVB een gevaarlijke situatie gecreëerd?

Klaagster stelt dat het Rijksvastgoedbedrijf in de parkeergarage een gevaarlijke situatie heeft gecreëerd en daardoor onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. De rechter buigt zich over deze kwestie. De rechter constateert, dat klaagster ter onderbouwing van haar claim feitelijk slechts heeft gesteld dat er een groot verschil in lichtintensiteit was tussen het trappenhuis en de parkeergarage, waardoor klaagster het obstakel, de zwart geschilderde verhoging, niet zag. Deze stelling wordt door haar niet verder onderbouwd of toegelicht. De rechter constateert ook, dat niet is gesteld dat de verlichting op 9 maart 2012 defect was. De RVB heeft onbestreden gesteld dat volgens de administratie die wordt bijgehouden van defecten, de verlichting op de desbetreffende dag (9 maart 2012) niet defect was.

 

Soms is een parkeergarage 'even wennen'

En dan komt de opmerkelijke overweging van de rechtbank: in het algemeen kan gezegd worden dat het een bekend verschijnsel is dat wanneer men van buiten komende een ondergrondse parkeergarage betreedt, de lichtintensiteit in die garage minder zal zijn dan buiten, althans zo wordt ervaren. Het is dan, volgens de rechter, zaak om even te “wennen” aan de omstandigheden in deze nieuwe situatie, althans om de nodige voorzichtigheid te betrachten.

 

Voetganger had bedacht moeten zijn op verhoging

De rechter pakt er de stukken bij en hij ziet op de foto’s, dat er een duidelijk verschil in kleur is aangebracht tussen de verhoging voor voetgangers rond de kolommen en het rijgedeelte. Volgens de rechter had de klaagster dit verschil bij terugkomst in de parkeergarage moeten kunnen waarnemen. Ze had volgens de rechter bedacht moeten zijn op dit hoogteverschil.

 

Rechter wijst vordering af

De rechter wijst de vordering van de klaagster, die is gebaseerd op artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (onrechtmatige daad) om bovengenoemde redenen af. Er is volgens de rechtbank in dit geval geen sprake van een doen of nalaten door het Rijksvastgoedbedrijf dat als onrechtmatig jegens klaagster kan worden aangemerkt. Ook komt de rechtbank ambtshalve tot de conclusie, dat er aan de ondergrondse parkeergarage geen gebrek kleeft in de zin van artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek (wegbeheerdersaansprakelijkheid). De ondergrondse parkeergarage blijkt volgens de rechtbank te voldoen aan de eisen die men daaraan onder de gegeven omstandigheden mocht stellen.

 

De moraal van dit verhaal

De moraal van dit verhaal is: let als voetganger goed op, als je van buiten komende een ondergrondse parkeergarage betreedt! Wees er als voetganger op bedacht, dat “over het algemeen de lichtintensiteit binnen de parkeergarage minder zal zijn dan daarbuiten”.  Als je dan als voetganger valt, is dat heel vervelend, maar dat is dan toch eigenlijk aan de voetganger zelf te wijten. Op een verschil in lichtintensiteit moet een voetganger bedacht kunnen zijn. Immers, dit is in de visie van de rechtbank “namelijk een verschil waaraan een voetganger even moet wennen”.

 

Slechte OVL wel aan te klagen

Nu is het wel zo, dat als de openbare verlichting op een weg zeer slecht functioneert en er hierdoor een gevaarlijke situatie voor automobilisten of (andere) weggebruikers ontstaat of dreigt te ontstaan, dit als een gebrek aan de weg in de zin van artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek kan worden aangemerkt. Als een voetganger kan stellen en bewijzen, dat de verlichting in een ondergrondse parkeergarage niet of niet naar behoren functioneert, en er ontstaat hierdoor een gevaarlijke situatie met alle ellende van dien (lees: valpartijen en letselschade), dan heeft het instellen van een vordering op grond van artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek wel een grote kans van slagen.

 

Bron: Rechtbank Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:3845



Dit artikel komt uit Verkeer in Beeld

Deel dit artikel