Blog

Voor niets gaat de zon op

In de bussen in provincie Noord-Brabant worden de tarieven per 1 januari 2018 verhoogd. Niet iedereen is daar even blij mee, maar Reizigersoverleg Brabant (adviesorgaan voor de provincie en de vervoerders en belangenbehartiger van de reiziger) is voorstander van deze verhoging. in deze blog legt het Reizigersoverleg Brabant uit waarom.

"Vanaf 1 december 2017 kan de reiziger in Noord-Brabant zijn of haar vervoersbewijs niet meer contant in de bus afrekenen. Dit is dan alleen nog mogelijk door contactloos, met een pinpas of met een creditcard te betalen. Aanleiding voor deze maatregel zijn de overvallen in de Brabantse bussen in 2016. De provincie Noord-Brabant, de busvervoerders Hermes en Arriva en belangenbehartiger Reizigersoverleg Brabant hopen dat, door het verdwijnen van contant geld in de bus, de veiligheid in het openbaar vervoer verder verbetert.

 

De prognose is dat de invoering van cashless betalen in de bussen meer kosten met zich meebrengt dan besparingen. Om de kosten voor installatie van de pinapparatuur in de 822 Brabantse bussen te dekken, besloten de drie partijen dan ook tot een tijdelijke verhoging van de bustarieven vanaf 1 januari 2018. Dat de reiziger evenredig meebetaalt is geheel terecht, volgens Reizigersoverleg Brabant.

Veiligheid als maatschappelijke kwestie

Reizigersoverleg Brabant ziet veiligheid als een maatschappelijke kwestie. Hierdoor is het terecht dat niet alleen de vervoerders en de provincie Noord-Brabant de kosten voor invoering van het cashless betalen dragen. Ook de reiziger moet zijn aandeel hierin leveren. Alle drie de partijen dragen zodoende evenredig bij aan maatschappelijke veiligheid.

De reiziger niet voor de gek houden

Bovendien is het onrealistisch om te denken dat de rekening, als de reiziger nu niet meebetaalt, nooit bij de reiziger komt te liggen. Immers, waar moet het geld dan vandaan komen? We moeten de reiziger niet voor de gek houden. Niets is gratis. Als de provincie dit extra deel betaalt, betaalt de burger c.q. reiziger het via de belastingen. En neemt de vervoerder het voor zijn rekening, dan kan dit ten koste gaan van het aanbod. Dit laatste is iets wat Reizigersoverleg Brabant de reiziger al helemaal niet toewenst. Juist nu het aanbod in landelijk gebied verder afneemt.

Achtduizendste van een Bossche Bol

Een blik op de kleine impact van de tariefsverhoging is ook op zijn plaats. Het regionale kilometertarief stijgt met € 0,0023. De reiziger in Brabant reist gemiddeld 8 kilometer per rit. Om de prijsverhoging dan in een Brabants perspectief te plaatsen: dit is éénhonderdste deel van een Brabants worstenbroodje, of achtduizendste deel van een Bossche Bol van Jan de Groot. En bij een langer traject, een reis van bijvoorbeeld 45 kilometer, is de reiziger slechts een dubbeltje meer kwijt.

Motivatie voor gebruik OV-chipkaart

Dit kilometertarief is zo laag mogelijk gehouden om de OV-chipkaartgebruiker zo min mogelijk te demotiveren. Dit betekent wel dat de prijs van de ritkaart en dalurendagkaart stijgt met respectievelijk 0,15 en 0,20 eurocent. Dit motiveert de koper van de ritkaart of dalurendagkaart om straks (vaker) te kiezen voor gebruik van de OV-chipkaart. Deze keuzemogelijkheid geldt voor het collectief, de grootste groep reizigers. Natuurlijk zijn er ook mensen die deze overstap naar een OV-chipkaart niet kunnen maken. Echter, dit zijn uitzonderingen. Voor deze mensen moet, samen met gemeenten, provincies en vervoerders, gezocht worden naar specifieke oplossingen.

 

Kortom, goed openbaar vervoer kost geld. Door de tariefverhoging te accepteren, komt Reizigersoverleg Brabant juist op voor de belangen van de reiziger op lange termijn. Het belangrijkste is dat mensen op een comfortabele manier van A naar B kunnen blijven reizen en dat kan niet wanneer er gekort wordt op het aanbod en de maatschappelijke veiligheid.

 



Dit artikel komt uit Verkeer in Beeld

Deel dit artikel