Blog

Verwacht het onverwachte

U heeft ze vast eens voorbij zien komen: de straatinterviews uit 1998 waarbij aan willekeurige Nederlanders werd gevraagd of zij een mobiele telefoon hebben. De reacties zijn met de kennis van nu hilarisch, variërend van: “Nee, als ik ergens strand is er altijd wel een telefooncel of boerderij met een telefoon”, tot “Ik ben student en heb een antwoordapparaat!”. Wisten zij veel dat het zo’n vlucht zou nemen en een smartphone anno 2019 dé interface is tot contact met elkaar.

Stel dat we vandaag op straat zouden vragen hoe de toekomst van de openbare eruitziet onder invloed van technologische vooruitgang. Blijken we er over 20 jaar dan weer zo grandioos naast te zitten? Ik denk niet dat we techniek opnieuw zullen onderschatten. Het lijkt soms alleen of we juist doorslaan naar de andere kant. Ik doel daarmee op de bijna onbegrensde belofte van techniek en de enorme impact die het op de stad en dus ook op de openbare ruimte zou hebben. Ik ben daarin terughoudend en dat is voor een millenial (ik ben van bouwjaar 1986) niet zo’n populaire mening. Zeker niet te midden van believersvan de smart city. 

 

Begrijp me goed, ik juich technologische innovatie in de openbare ruimte toe. ‘Smart cities’ vormt ook een belangrijk thema in de opleiding waar ik docent ben. Technologie kan in de stad bijdragen aan zaken als veiligheid, bereikbaarheid of duurzaam energiegebruik. Het is goed dat studenten daarmee leren werken. Ik geloof alleen niet dat het disruptief afbreuk zal doen aan de waarde van de openbare ruimte, alsof cyberspace de fysieke ruimte verdringt. Stel je voor: een uitgerangeerd Piazza San Marco, Las Ramblas of Vondelpark. Integendeel, we zien de druk op de openbare ruimte in steden ten behoeve van sociale interactie juist toenemen.  

 

Ik kan mijn huis volhangen met slimme techniek(wat in mijn geval ook werkelijk zo is), maar een smart homeis niet wat mijn huis definieert als ‘thuis’. Zoals je ‘thuiseenplek is waar je je terugtrekt en veilig waant, is de openbare ruimte daar waar je je (voort)beweegt,ontspant of elkaar ontmoet. Dát moet een goed ontwerpdus mogelijk maken en ordenen voor een grote diversiteit aan gebruikers. Tot zover heldere lessen voor onze stedenbouwstudenten. Maar hier wordt het lastiger: goed ontwerp houdt rekening methet onverwachte.Juist deze kwaliteit is belangrijk in een tijd met snel opeenvolgende ontwikkelingen, of dat nu technologisch, economisch of sociaal-maatschappelijk van aard is. Hoe ontwerp je de openbare ruimte voor zo’n onbekende toekomst?  

 

Ik geloof dat het zinvol is omde toekomst in de breedte te verkennen en te onderzoeken hoe mogelijke, gewenste en juist ook ongewenste ontwikkelingen van invloed kunnen zijn op de stad. Het is een vorm vanscenariodenken en speculatief ontwerpen. Dat leren we onze studenten en we hebben er zelfs eenvak aan gewijd. De uitkomst, een tentoonstelling met toekomststeden, is iedere keer weer verrassend.En ze kunnen gerust zijn in Silicon Valley;met hún droomscenario’s en onze doemscenario’s weten de studenten ook wel raad. 


Dit blog is verschenen in Stedebouw en Architectuur. Lees meer van Stedebouw en Architectuur in onze bibliotheek

 

Deel dit artikel