Blog

Heeft u al een schop in de grond gezet ?

Passief afwachten heeft geen zin, gemeenten moeten nu in actie komen.

Ik heb in ieder geval één ding geleerd de laatste weken: begin niet aan een blog en schrijf die dan in delen. Want dat werkt niet. Een blog moet je in één keer op papier zetten en dan moet het klaar zijn. Ja, u leest nu de zoveelste versie van Deel 4 in deze serie, maar nu in 1 keer afgewerkt. Het laatste deel in de serie Business Modellen voor Gemeenten.

 

De veranderingen waar we voor staan in de samenleving en in de openbare ruimte zijn groot. En succes valt of staat met het op de juiste manier slaan van de heipalen onder de veranderingen en innovaties. Niets is ergers dan oorsprongfouten maken. Maar omdat we het niet overzien, aarzelen we te handelen, we blijven in de “praat”-modus. Dus voordat we tot handelen kunnen en willen overgaan, moeten we het speelveld overzien. Om tot die nieuwe business cases te komen moeten we eerst vaststellen met welke randvoorwaarden we te maken hebben. In eerdere afleveringen heb ik betoogd dat we om innovaties op te starten, niet direct alles omvattend moeten willen, maar kleine stappen moeten maken.

 

(1) Groot en alles omvattend is gedoemd te mislukken. We overzien het niet en de technologie ontwikkelt zich zo snel dat we aanlopen tegen onuitvoerbaarheid en falen in de praktijk. Wat eerst werkte blijkt later in het grote verband (door bijgebouwde modules) niet meer te werken door de alsmaar snellere en evoluerende eigenschappen van techniek op onderdelen waardoor de samenhang van het grote uit elkaar valt en waardoor torenhoge kosten zich aandienen. Het ene platform praat niet met het andere.

 

(2) We kunnen niet wachten tot de meest volmaakte techniek en we moeten ook onder ogen zien dat we voor sommige dingen NU moeten acteren. Ik heb dat samengevat in “maak het klein, sla het plat, maar doe het nu”.

 

(3) Verder heb ik aangegeven dat met dit alles de koers in de openbare ruimte voor ogen gehouden moet worden met het maken van keuzes en nemen van beslissingen. Met de komst van de naar steeds meer communicatie zuchtende mens zal inderdaad deze “communicatie” de vaten van de samenleving worden.

 

Dit heeft invloed op de inrichting van de openbare ruimte. Als we nu ontwerpen voor de komende dertig tot vijftig jaar, dan dienen we dus in onze stedenbouwkundige ontwerpen rekening te houden met de communicatie langs de 3xM2M lijnen, omdat deze de inrichting mede gaat bepalen. Dit is niet alles omvattend. Wel zien we dat beslismodellen bestaan uit een grote gelaagdheid aan premisses, variabelen en veronderstellingen noem maar op, die op een ongelofelijk ingewikkelde wijze samenhangen en met elkaar een algoritme voor succes vormen.

 

Wat zijn nou de randvoorwaarden waar dit alles onder moet vallen, met andere woorden waar dit alles aan moet voldoen om te zorgen dat we bij het maken van keuzes en het configureren van projecten onszelf niet in de vingers snijden en in de toekomst met de consequenties van foute keuzes geconfronteerd worden? Ik beland dan bij een onderwerp die ik in al die Smart City brochures niet ben tegengekomen. Een onderwerp die je ook nog steeds niet hoort als je op al die bijeenkomsten aan het brainstormen bent over hoe het nou eigenlijk moet met die openbare ruimte.

 

Het wordt het grote hoofdpijn dossier van de komende jaren: ik heb het over cybercrime. En waar ik dan naar toe wil is eigenlijk de opper-premisse, de opperstelling om voor de toekomst succesvolle business modellen voor de openbare ruimte te ontwikkelen. Waar moet deze aan voldoen? Als we deze weten, dan kunnen bespreken welke modellen we dan nog kunnen presenteren en wat wij inhoudelijk in die business modellen kunnen gaan doen. Binnen een blog als deze is geen ruimte voor wetenschappelijk onderbouwd proza. Het is een uitnodiging om er verder over na te denken en er iets mee te doen.

 

Maar ontegenzeggelijk komen we twee factoren tegen die bij die “communicatie-samenleving” de hoofdpremisse worden, waaraan wat mij betreft alles moet worden opgehangen. Ik heb het over “Veiligheid” en “Continuïteit”. Wilt u er een beeld bij krijgen? Onder druk van het grote geld worden gigantische windparken op zee gebouwd. Al die systemen worden gekoppeld met –ik noem het maar even plat- communicatie. En die communicatie is van een andere orde dan de communicatie van, in en rond de “oude” elektriciteitscentrales. Er ontstaat daardoor een gigantische kwetsbaarheid voor de zich explosief ontwikkelende cybercriminaliteit. Cyber-oorlogen en de totaal andere wijze van oorlogsvoering waarmee de mensheid geconfronteerd gaat worden eisen voor onze veiligheid en continuïteit eigenlijk kleinschalige doch op grote schaal gedecentraliseerde energie-opwekeenheden. Micro-cellen in steden, wijken en straten die uiteindelijk zullen voorkomen dat bij een grote cyber-aanval niet alle energie cellen tegelijk uit kunnen vallen, zoals dat bij hele grote energieproductie eenheden wel het geval zal zijn.

 

De factoren Veiligheid en Continuïteit zullen cruciaal blijken bij het ontwikkelen van nieuwe plannen. De factoren Veiligheid en Continuïteit zullen nooit meer uit de randvoorwaarden van business cases in de openbare ruimte mogen verdwijnen. Men zal de moeite moeten nemen in ieder geval een korte toets hieraan te laten plaats vinden. Bij het ontwikkelen en uitvoeren van nieuwe initiatieven voor de openbare ruimte moeten we onszelf altijd blijven afvragen: hoe maken we het concept veilig en hoe garanderen we de hoogst mogelijke continuïteit? Nu we de randvoorwaarden een beetje aangegeven hebben, moeten we nog even naar de voor en tegens van de organisatievormen kijken. Alles in de openbare ruimte komt daarmee onder de invloed van de 3xM2M. Maar hoe kan een gemeente hier vorm aan geven? Zijn er bestaande businessmodellen voor of ontstaat hier een roep om andere regelgeving ? Het laatste is sowieso het geval: regelgeving loopt altijd achter bij de ontwikkelingen in de maatschappij. Welke andere routes blijven er dan over voor dit moment? Want we moeten het nu doen, weet u nog ?

 

Uitgaande van de huidige kerntaken die de gemeente heeft, kunnen de eerste stappen gezet worden middels PPS constructies, die in het algemeen op hoofdlijnen drie varianten kennen”

1.Concessie

2. Coalitie

3. Alliantie (Joint Venture)

 

Ad 1. De figuur van de concessie. De concessie is een recht gebaseerd op een publiekrechtelijke overeenkomst. De concessie zegt niets over aan wie deze wordt verleend en in welk vehikel de concessie wordt aangegaan. De invloed, de investeringen en de risico’s van een gemeente zijn in een concessie beperkt. De gemeente kan alleen invloed op de concessie uitoefenen tot aan het sluiten van de overeenkomst. Daarna is de gemeente haar invloed kwijt. Dit model is dus niet geschikt voor een overheid die als regisseur van de openbare ruimte toezicht wil blijven houden en de bijkomende verantwoordelijkheden wil dragen. De concessie is dus niet geschikt voor een in een Smart City participerende overheid. Zij zet zichzelf buiten spel. Uiteraard is dit juridisch wel met een noodverband, bijvoorbeeld middels een side-letter, te verhelpen, maar in principe sta je als gemeente op achterstand.

 

Ad 2. De figuur van de coalitie. In een PPS-coalitie-constructie is een gemeente maximaal sturend, maar is er slechts een beperkte echte samenwerking met marktpartijen. De marktpartijen zijn volledig afhankelijk van de overheid en hun inbreng is dus erg klein. Innovatie zal hierbij niet gedijen.

 

Ad 3. De figuur van de alliantie (joint venture-JV). In een dergelijke constructie investeren de partners kapitaal naar rato van hun aandeel in de JV. Dit kapitaal kan bestaan uit geld maar zeker ook uit inbreng in goederen.

 

Als voor een Smart City de marktpartijen de sensoren en de verbindingsapparatuur leveren en de gemeente de masten inbrengt, wordt hiermee de basis gelegd van de JV. De opbrengstenkant wordt onder andere gevormd door de fee van de gemeente voor de aanleg, beheer (exploitatie) en onderhoud van de OVL (LaaS) inclusief energiekosten en door bijvoorbeeld de opbrengst van verdere verhuur van de lichtmasten voor Small Cells en de opbrengsten die uit de handel met data voortkomen. De marktpartijen hebben het recht om aanvullende diensten te leveren op dit netwerk met behulp van de data die het produceert. Door voor deze constructie te kiezen hoeft er ook geen aanbesteding op de goederen en diensten te worden georganiseerd, er wordt immers een samenwerking aangegaan en er wordt niets ingekocht Gelet op de problemen van aanbestedingsrechtelijke aard voor een Smart City en de belangen die er mee zijn gemoeid, is een JV de meest aanbevolen route.

 

Omdat het niet simpel is om de kerntaken aan de markt over te laten, kan bij gebreke van adequate regelgeving (regelgeving voor Smart City ontwikkelingen) gekozen worden voor een model waar je als gemeente nog voldoende vinger in de pap hebt. Want wat is er op tegen om de exploitatie van het bezit naar de markt te brengen en gebruik te maken van de meest actuele technieken en vakmensen die de markt biedt ? Ik pleit er nadrukkelijk niet voor om de OVL beheerder of de beheerder van de pompen, gemalen en het rioleringsstelsel te laten verdwijnen. Hij moet nog steeds de specialist zijn bij de gemeente die de uitvoering bewaakt. En er zullen nieuwe taken en dus functionarissen bijkomen. Op deze wijze behoudt de gemeente de regie en kan de beheerder de samenwerking met de contractant beëindigen als deze niet levert wat is afgesproken. Het laat zich raden dat met de komst van miljoenen ICT apparaten in de openbare ruimte nieuwe inkomstenbronnen a la precario voor gemeenten zich zullen aandienen. Het is daarom noodzaak dat gemeenten nu uitvoering geven aan de juiste samenwerkingsvormen om de toekomst in de openbare ruimte te kunnen laten landen. Probeer niet alles in één keer te doen, maar maak kleine stappen in de wetenschap dat u eerste de heipalen onder uw constructie goed hebt aangebracht. En als we klaar zijn met praten, gaan we over tot actie.

 

Heeft u wel eens een schop in de grond gezet om een kabel te leggen? Welke kabel? Waar haalt u de spanning vandaan? En de telecom, hoe doet u dat? Lichtmasten branden doorgaans alleen als het donker is. Wie is de eigenaar van de aansluiting van het nieuwe spanningspunt waarmee er 24/7 op die locatie spanning wordt verkregen? In wiens grond staat dat object? Van wie wordt de eigendom van die sensor die in de mast wordt opgehangen? Wie koopt de energie er voor in? Hoe verbindt u de verschillende ict objecten en waar laat u de data naar toe gaan? Wie moet u bellen als een mast omver wordt gereden? Wie komt welk onderdeel in die mast repareren? Met wie moet op welke wijze worden samengewerkt om dit allemaal goed te laten plaatsvinden? We ontkomen er derhalve niet aan om te beginnen met een aantal uitgangspunten af te spreken. Als we die helder hebben, dan kunnen we bouwen.

 

Welke uitgangspunten zijn dat ?

1. De gemeente blijft de regisseur van de openbare ruimte;

2. De gemeente gaat een samenwerkingsvorm aan met andere partijen, waardoor ze betrokken blijft en haar verantwoordelijkheden kan nemen. Samenwerken is key, inkopen niet. Je vermijdt dan ook ingewikkelde aanbestedingen. Vorm daarvoor een coöperatie of een Besloten Vennootschap.

3. De gemeente draagt de economische eigendom van opstelplekken zoals lichtmasten over aan die samenwerkingsvorm die ze gaat “exploiteren”, mede gebruik makende van een “quadrupel helix”, die als een programmaraad (waar gemeente, burgers bedrijfsleven en wetenschap zitting in hebben) waakt over de exploitatie en mede nieuwe concepten ontwikkelt. Omdat de gemeente die economische eigendom overdraagt, wordt bezit veranderd in gebruik en krijgt zij onder andere Light as a Service naar de laatste stand van de techniek retour.

4. Maak onderscheid in publieke meet-data, persoonsgebonden data en security-data. Dit heeft gevolgen voor aanleg, gebruik, opslag en wijze van inrichting in de openbare ruimte.

5. Richt als gemeente een Smart City Control Room in (nieuwe kerntaak!) wat als een dashboard gaat werken en de gemeente in één oogopslag informatie geeft over alle in de stedelijke omgeving opererende voorzieningen. Vanuit die Control Room worden data opgeslagen en worden de publieke meet-data om niet ter beschikking gesteld aan ieder die daarom vraagt. Mede door die SCCR blijft de gemeente de regie behouden.

6. Maak een lijst van innovaties die je in de gemeente wilt realiseren. Van schakelende en dimmende openbare verlichting tot slimme parkeerautomaten, monitoring van de afvalstromen etc.

7. Pas dit principe toe: sla het plat, maak het klein, maar doe het nu! Zet die schop in de grond. Stop met praten en het maken van dure theoretische beschouwingen, als u alles maar samenbrengt in uw Smart City Control Room.

8. Houd nu rekening met stedenbouwkundige plannen voor de toekomst waar telecommunicatie een allesoverheersende rol zal krijgen volgens de 3xM2M

 

Uiteraard is deze lijst niet limitatief. Deze blog leent zich daar ook niet voor. Bij al deze onderwerpen moet men te allen tijde de onderwerpen veiligheid en continuïteit in de gaten blijven houden. Dat is de paraplu waaraan de bovengenoemde onderwerpen altijd getoetst moeten worden. Als we op deze wijze die schop in de grond gaan zetten, komen we in beweging en zal vorm gegeven worden aan wat uiteindelijk een container begrip is: de smart city. Dank voor het volgen van deze gedachten en ik wens u succes bij de schop in de grond.



Dit artikel komt uit Straatbeeld

Deel dit artikel