Blog

Waarom fiets een vak apart moet worden

Richard ter Avest werkt bij Goudappel Coffeng aan leefbare, bereikbare en (dus) fietsende steden

‘NHTV-studenten bezoeken Kopenhagen’, ‘Nederlandse planologen op studiereis naar fietsend Berlijn’. Nu duiden deze berichten nog op verrijkende ervaringen binnen een gedegen Nederlands studiecurriculum, maar ik vrees dat dit soort buitenlandse studiereizen straks bittere noodzaak zullen zijn.

Nederland dreigt zijn leidende kennispositie op het gebied van fiets te verliezen aan opkomende fietseconomieën: Denemarken en vooral Duitsland. Ons fietsonderwijs schiet namelijk tekort.

Ik pleit ervoor om de komende jaren flink te investeren in fietsonderwijs. Sterker nog, het wordt misschien wel tijd om de fiets de status te geven die past bij zijn belang: fietskunde! Een groeiend aantal afstudeeronderzoeken kent weliswaar een fietsgerelateerd onderwerp, maar dat wil niet zeggen dat onze opleidingen nu ‘fietsprofessionals’ afleveren.

Ik weet dat er weerstand is binnen het onderwijsveld om fietskunde als apart vak te gaan zien: ‘Er is immers ook geen apart vak ‘autokunde’, wordt gezegd. Maar dat bestrijd ik. Verkeerskunde was jarenlang synoniem voor ‘autokunde’. Het niet-gemotoriseerde verkeer kwam er maar bekaaid vanaf. We leren studenten exact hoe ze een afrit van een snelweg moeten ontwerpen. En we weten precies hoe een trambaan moet lopen. Maar de actuele vraagstukken op het gebied van fiets blijven onbeantwoord.

3 uur fiets in het eerste studiejaar
Wat beweegt de fietser? Hoe zit het met de veiligheid van de e-bike? Wat betekent de bakfiets voor structurering, dimensionering en regulering van (fiets)paden en parkeervoorzieningen? Wat gebeurt er met de economie als je ergens een fietssnelweg aanlegt? Dit soort vraagstukken wordt steeds belangrijker. De fiets is immers de drager van de moderne stad. Dan kom je er niet met 3 uur ‘fiets en fietsparkeren’ in het eerste studiejaar en de constatering dat fiets, net als zovele andere onderwerpen, voor de rest door het hele curriculum verweven is.

Fietsbril
Studenten moeten alle basisprincipes kennen en in hun haarvaten krijgen. Opleiders, wetenschappers en ontwerpers moeten helpen deze te expliciteren. Ook daar staan we nog aan de vooravond van een echt vakgebied. Tijdens je opleiding wordt een cruciaal fundament gelegd voor ‘professioneel kijken en denken’ in je hele carrière. Daar hoort een ‘fietsbril’ bij, waarbij fiets staat voor alle voertuigen die individueel, wendbaar, schoon en goedkoop zijn.

Op dit moment stromen maatschappelijk georiënteerde en integrale denkers de hogescholen en universiteiten uit: verkeerskundigen, planologen, stedenbouwers. Dat is goed. De markt vraagt erom. Maar hoe zit het met hun fietskennis? Ze hebben fiets meegekregen in de vakken duurzame mobiliteit, parkeren, verkeersveiligheid en leefbare woonwijken, dan wel zouden het meegekregen moeten hebben.

Vanzelfsprekende bagage
In de huidige opzet is gedegen fietskennis namelijk geen vanzelfsprekende bagage van de afstudeerder. Zelfs al zou 30 procent van het ‘verweven’ curriculum bestaan uit fietskennis, dan nog kun je in die huidige opzet prima afstuderen (met een mooie 7) zonder ook maar iets van ‘de fiets’ te snappen.

Een examenvak fietskunde dwingt in ieder geval af dat onze toekomstige generatie over de noodzakelijke basiskennis ‘fiets’ beschikt om later ‘de fiets’ en daarmee ‘de stad’ verder te helpen. Het moet dus een kernvak worden: een voldoende is vereist om te mogen afstuderen. Fietskunde is te belangrijk om met een 5 genoegen te nemen.

Maak er een aparte afstudeerrichting van en er ontstaat een stroom frisse ideeën en gedegen wetenschappelijke kennis die de bereikbaarheid, leefbaarheid en economische vitaliteit van Nederland structureel verder helpen. Daar ben ik van overtuigd.

Op het moment dat deze blog gedrukt wordt ben ik in China. Ik praat er over ‘mensvriendelijke, compacte steden’. Vorig jaar sprak ik – op hun verzoek – met bestuurders van 12 buitenlandse steden op 4 continenten. Het ontzag voor Nederland Kennisland Fietsland is nog steeds enorm. Ik vind het daarom ongelooflijk dat wij Nederlanders, de fiets als iets vanzelfsprekends zien. Als iets ‘erbij’. In het buitenland is ‘fiets’ een speerpunt. Daar werken bij grote gemeenten tientallen medewerkers bij de afdeling fiets/voetgangers. 

Die kennisontwikkeling wil ik terugzien in Nederland. Want ik blijf graag in de kopgroep fietsen.



Dit artikel komt uit Verkeerskunde

Deel dit artikel