Blog

Blog: Haastige spoed

Enige tijd geleden zat ik namens een gemeente bij de bestuursrechter voor een voorlopige voorziening. De betreffende gemeente wilde in woongebieden grootschalige blauwe zones invoeren conform het volgens een democratisch proces tot stand gekomen parkeerbeleidsplan.

Door Alex van der Woerd, zelfstandig adviseur verkeer, vervoer en parkeren


Complicerende factoren

Er waren enkele complicerende factoren. Zo had de buurt weliswaar te maken met parkeeroverlast, maar zouden bewoners met een garage uitgesloten worden van een ontheffing voor de eerste auto. Al sinds jaar en dag werden deze garages gebruikt als schuur voor fietsen en kano's en zijn de meeste bewoners de auto van jaren60-formaat ruimschoots ontgroeid.

 

Daar kwam bij dat een substantieel deel van de zienswijzen op het verkeersbesluit in het fantastische digitale postsysteem aan de verkeerde behandelaar waren toegedeeld, waardoor er op basis van een onvolledige inspraaknota het verkeersbesluit was genomen. Dat was inmiddels wel gerepareerd, maar hierdoor was het onduidelijk hoeveel tijd belanghebbenden zouden hebben in de beroepsprocedure.

 

Voorlopige voorziening

De zitting had wat cabaretesks. Zo trok de rechter gelijk van leer door het de bezwaarde lastig te maken met de opmerking: “Vertelt u eens, wat is eigenlijk uw probleem? En ik waarschuw u, ik ben wat gewend, want ik woon in De Pijp.” Een voorlopige voorziening kan immers alleen worden genomen als er sprake is van een spoedeisend belang dat niet kan wachten op de bodemprocedure. Als je bijvoorbeeld hangende de procedure failliet dreigt te gaan of je gezondheid ernstige schade wordt toegebracht, dan heb je een spoedeisend belang. Het risico om je auto niet te kunnen parkeren hoort daar niet bij.

 

Daarnaast was er iets met de termijnen. Aangezien het ging om een hersteld verkeersbesluit was een beroepstermijn niet zes weken, maar “zo spoedig mogelijk”. De voorlopige voorziening was pas zes weken na het herstelde besluit aangevraagd. Je hebt het dan al lastig om een spoedeisend belang aan te tonen. Daarop stak de rechter met gevoel voor theater het verzoekschrift tot voorlopige voorziening omhoog en las de twee zinnen voor die daar op stonden en vroeg met een zweem van medelijden: “Meneer, en heeft u hier nu zes weken over gedaan?”

 

Toga

Het moge duidelijk zijn, de voorlopige voorziening is niet toegekend en in verband met het niet tijdig instellen is appellant niet ontvankelijk verklaard. De toga van de advocaat had niet geholpen. De advocaat namens de gemeente was zonder verschenen onder het motto “zij hebben de toga, wij hebben de zaak”. Haastige spoed is zelden goed. Dat geldt niet alleen voor de appellant.



Dit artikel komt uit PARKEER24

Deel dit artikel