Blog

Boogaard: 'Klimaatsontwikkeling verandert (inter-)nationaal straatbeeld'

De zware regenbuien van juli en augustus zorgden weer voor wateroverlast in Nederland met een schade van tientallen miljoenen euros alleen al bij particuliere woningen. “Wen er maar aan, want dit zal een bekend straatbeeld worden als we onze openbare ruimte niet anders gaan inrichten”, zegt Floris Boogaard, lector ruimtelijke transformaties aan Hanzehogeschool Groningen, senior consultant bij Tauw en onderzoeker aan de TUDelft), die momenteel in Manila zit om maatregelen tegen wateroverlast te plannen. Boogaard is expert Klimaat en Verharding op het Acquire Platform.

Water op straat zal vaker voorkomen, maar schade en hinder moeten we voorkomen bij zware regenbuien. Een watersysteem ontwerpen dat zulke belastingen aankan vraagt veel budget en ruimte dat in het druk stedelijk gebied vaak niet aanwezig is. Dat de vitale functies van onze steden zoals (vlucht)wegen, NS stations en onze hulpdiensten belemmerd werden zoals bij de buien van 28 juli, dient altijd te worden voorkomen. Maar welke maatregelen kunnen we nemen met een beperkt budget en tijdspad?

 

Leren van het buitenland

Van diverse steden in de wereld valt veel te leren. De acceptatie in buitenland voor wateroverlast ligt vaak veel hoger, onder andere gezien het daar vaker voorkomt. Zo weten in Sao Paulo taxichauffeurs bij neerslag vaak precies welke wegen ze moeten nemen om ondergelopen straten en viaducten te ontwijken. In Manila zwemmen kinderen in laag gelegen straten waar tijdelijke ‘zwembaden’ ontstaan en worden woningen aangepast zodat minder schade ontstaat.  Ook is er grote interesse voor Nederlandse kennis van drijvende en amfibische woningen, de meest vergaande vorm van flexibele verstedelijking. Drijvende wijken zijn in principe aanpasbaar, verplaatsbaar en flexibel.

 

Maatregelen

Steden dienen maatregelen te nemen om overlast te verminderen en om te anticiperen op de effecten van klimaatverandering. Omdat ruimte in stedelijke gebieden schaars is biedt meervoudig ruimtegebruik een oplossing. De riolering is voor grotere buien ongeschikt en het is te kostbaar en doelmatig om grotere leidingen aan te leggen. Daarom worden bijvoorbeeld wadis, groene daken, infiltratiebassins, retentievijvers en infiltratievelden aangelegd, maar hiervoor is niet altijd ruimte in het stedelijk gebied. Water op straat bij hevige regenbuien moet zich verzamelen op plekken waar geen overlast ontstaat en tijdelijk geborgen worden. Voorbeelden zijn speeltuinen, parken en pleinen die tijdens flinke buien weinig functie hebben. Deze kunnen bij reconstructie iets lager aangelegd worden en eventueel de (kolkloze) wegen onder verval aanleggen naar deze openbare terreinen.

 

WOLK

Om geschikte locaties te vinden kunnen computermodellen en visualisaties op basis van hoogtedata goed helpen. Deze rekenen ‘op stoeptegel niveau’ uit hoe het water van hoog naar laag stroomt en zich verzameld op laag gelegen plekken in de stad waar overlast ontstaat. Zo werd met het model WOLK in diverse steden ‘quick wins’ bepaald waar met hele kleine ingrepen en lage kosten wijken klimaatrobuust konden worden gemaakt. Zo werd een waterplein in Amsterdam Noord ‘ontdekt’ doordat die lager gelegen was en wegen daar bij neerslag naar afvoerden, er zijn nooit klachten in die wijk. In Groningen liggen sommige pleinen en parken iets lager dan drempelniveau van woningen waardoor met heel eenvoudige ingrepen een waterplein kan worden gecreëerd. In Vlist wordt bij een reconstructie het water niet meer via regenwaterriolering afgevoerd maar via goten direct naar oppervlaktewater, er is hier flink bespaard op aanleg en onderhoud van de riolering en de wijk is nu klimaatbestendig. Ook in andere gemeenten als Apeldoorn en Bergen kon door relatief kleine ingrepen zoals het plaatsen of weghalen van een verkeersdrempel een wijk klimaatbestendig worden gemaakt.

 

Technische oplossingen liggen soms voor het oprapen, de grootste uitdaging ligt vaak bij de communicatie tussen alle actoren die hierbij betrokken moeten worden. Van politiek tot bewoner, van beleid tot uitvoering, van plan tot beheer. Hoe simpeler de oplossing, hoe groter de kans van slagen.

 

Floris Boogaard, lector ruimtelijke transformaties aan Hanzehogeschool Groningen, senior consultant bij Tauw en onderzoeker aan de TUDelft


Floris Boogaard heeft tevens meegewerkt aan een uitgebreid artikel over Water op Straat in de september-editie van Straatbeeld magazine.





Dit artikel komt uit Straatbeeld

Deel dit artikel