Blog

Parkeergeld in goede handen?

Onlangs kwam ik deze ultra beveiligde betaalautomaat tegen in een parkeergarage. Blijkbaar hadden zij daar iets te veel ram kraken gehad. Toch zit er volgens mij niet zoveel cash meer in zo’n automaat. Het meeste parkeergeld wordt immers digitaal geïnd en dat neemt alleen maar toe: belparkeren, digitale vergunningen, pasje van Yellowbrick voor de QPark garages, dip & go. Maar hoe zit het daar met de beveiliging? En dan heb ik het niet over de privacy maar over het parkeergeld zelf.

Als belastingbetaler vraag ik mij wel af wie ‘aan de andere kant’ zijn hand open houdt om mijn geld op te vangen. Is dat inderdaad de gemeente? Of gaat dat via een bedrijf? En is dat dan veilig? Voor mij wel, blijkt na wat speurwerk. Maar voor de gemeente is een route via een zogenoemde derdengeldenrekening bij een bedrijf niet geheel van risico’s gespeend. Volgens een bankier neemt het aantal ‘derdengeldenrekeningen’ toe vanuit verschillende sectoren. Het is alleen een misvatting dat het hier zou gaan om een wettelijke bescherming door een kwaliteitsrekening in het kader van de Wet op het financieel toezicht. De constructie is oorspronkelijk bedoeld voor notarissen en gerechtsdeurwaarders en is tevens gangbaar bij financiële instellingen en advocaten. Maar uit jurisprudentie blijkt dat zelfs in die sectoren dit geen waterdichte constructie is. Als een curator bij de rechter kan aantonen dat de derdengeldenrekening voor een breder doel is gebruikt dan het tijdelijk parkeren van geld, kan de rechter bepalen dat die middelen bij de faillissementsinboedel horen om schuldeisers te betalen. En de vraag is dan waar de gemeente in de rangorde van schuldeisers terecht komt; als belastinginner maar vooral ook als eigenaar van de parkeergarage(s). De rechter kijkt naar het toezicht op de derdengeldenrekening en naar de kwaliteitscriteria die zijn gesteld. Toezichthouders in andere sectoren zijn De Nederlandse Bank, Autoriteit Financiële Markten, Bureau financieel toezicht en de Orde van Advocaten. Zij oefenen prudentieel en ex post toezicht uit op grond van kwaliteits- en integriteitscriteria. Die criteria worden vastgelegd in een beheerovereenkomst. Relevant daarbij is bijvoorbeeld: • of gelden worden geint voor rekening en risico van de klant; • welke kosten worden gemaakt (bankkosten, transactiekosten, personele kosten, ICT-kosten, juridische kosten) en hoe die worden gedekt; • wat gebeurt er met eventuele renteopbrengsten? • hoe is voorzien in het risico dat falende ICT leidt tot derving van inkomsten; • wie is bevoegd handelingen te verrichten, tot welke bedrag en onder welke voorwaarden? • Wie draait wanneer op voor eventuele vertraginsgsschade als de gelden te laat worden overgeboekt vanuit de derdengeldenrekening naar de eindbestemming? • Welke kosten en vergoedingen mag de leverancier aftrekken van de derdengelden? • Welke betalingen mogen worden verricht vanuit de derdengeldenrekening? In het algemeen geldt bij derdengeldenrekeningen het verbod op bankieren. Dat betekent dat de kwaliteitsrekening niet mag worden gebruikt voor het doen van betalingen voor de cliënt of voor beleggingen. Ik ben benieuwd hoe gemeenten dit hebben geregeld, dus …. reageren stel ik op prijs ;-)



Dit artikel komt uit PARKEER24

Deel dit artikel