Artikel

Neem brandveiligheid mee in het bouwproces

Wie moet actie ondernemen om brandveiligheid breder onder de aandacht te krijgen? Wat kunnen bouwteams doen om dit element mee te nemen in verduurzaming? Deze vragen stelden experts van het rondetafelgesprek Brandveiligheid zich bij Nieman Raadgevende Ingenieurs in Utrecht.

 “Een gebouw dat BREEAM-NL Outstanding wordt opgeleverd, kan binnen een week volledig afbranden. Dan kun je toch niet meer spreken van een duurzaam gebouw?”
 
Auteur: Marvin van Kempen
 

“Aan de ene kant zetten we ons in voor duurzaamheid en toekomstbestendigheid, maar we stellen deze begrippen blijkbaar nog niet gelijk aan brandveiligheid”, vertelt adviseur Danny Ruytenbeek van Nieman Raadgevende Ingenieurs. Uit een eerder rondetafelgesprek bleek deze discrepantie al. “Brandveiligheid staat voor vluchtveiligheid, meer niet”, stelde senior consultant Hans Sevenstern van Marsh Risk Consulting toen al. Daar sluit Gert de Haas van Assurtief zich bij aan. “Het klopt dat verzekeraars vooral kijken of het pand voldoet aan regelgeving, zonder daarin op kop te lopen en verregaande maatregelen te nemen. We moeten ons afvragen welke incentive verzekeraars hebben om beter met brandveiligheid om te gaan. Wellicht worden ze gedwongen om er beter over na te denken, want de trend is dat er steeds meer branden woeden. Interessant hierbij is dat 80 procent van deze branden relatief eenvoudig kunnen worden voorkomen.”

Simpele fouten

De oorzaak van grote branden kan namelijk vaak worden gezocht in ogenschijnlijk simpele fouten. Een vuilcontainer die tegen de gevel van het gebouw aan wordt gezet en branddeuren die niet worden vrijgehouden of geblokkeerd worden zijn slechts twee voorbeelden van hoe kleine veranderingen desastreuze gevolgen kunnen hebben. “Enerzijds ontbreekt het verantwoordelijkheidsgevoel, anderzijds de kennis”, oordeelt Jan Schellekens van Metacon. “Er is nog een wereld te winnen in het bewust maken van gebouweigenaren op het gebied van bedrijfscontinuïteit. Zo vind ik dat veel te weinig gebouweigenaren nadenken over rookwerendheid. In de foodsector bijvoorbeeld kun je met geringe roetschade je producten vernietigen omdat ze waardeloos zijn geworden.”


De impact van een brand op primaire processen lijkt dus onduidelijk. Schellekens ziet dan ook een andere rol weggelegd voor partners in het bouwproces, waarbij vooral het moment van aansluiten bepalend is. “De gebouweigenaar moet zich in de oren knopen dat hij vanaf het begin goed advies inwint op dit gebied. Een open houding richting de andere ketenpartners is daarbij belangrijk. Voor de leveranciers betekent dit dat zij een adviserende rol krijgen en moeten aangrijpen.”

Wetgeving

De aanbodgerichte partijen aan tafel lijken die rol al een tijdje in te vullen. Dat het gezegde ‘practice what you preach’ nog altijd geldt, bewijst marketingmanager Usen Koppes van Tata Steel. “We gaan verder dan de wettelijke eisen als het gaat om de brandveiligheid op ons eigen terrein. Waarschijnlijk hebben meer dan 95 procent van de bedrijven nog nooit een brand gehad en kan zich daarom niet verplaatsen in de impact.” Voor veel organisaties lijkt het dan ook dat het eerst mis moet gaan, voordat de focus op brandveiligheid komt. Zo zorgde de brand in de Grenfelltoren in het Verenigd Koninkrijk ervoor dat er wetgeving is aangepast en dat anders wordt gekeken naar bouw en exploitatie van gebouwen. “In Nederland zien we vanuit wetgeving vooral inzet op de energietransitie en circulariteit”, vertelt Ruytenbeek. “Ook het populaire BENG is een energie-eis, maar biedt verder geen houvast. De trend is dat we meer duurzame materialen gebruiken in de bouw, die soms ook brandbaarder zijn.”

Facilitair manager

Om brandveiligheid tóch over de bühne te krijgen, stellen de deelnemers een actielijst samen. Projectadviseur Stan Veldpaus van Colt International ziet winst bij zowel gebouweigenaren als verzekeraars. “De gebouweigenaar moet brandveiligheid meenemen aan het begin van het proces”, aldus Veldpaus. Daar sluit directeur Leo Oosterveen van BBN zich bij aan. “Het is niet genoeg om dit mee te nemen in de bouw. Ook de exploitatie moet goed worden geregeld. Daarom moet er een facilitair manager worden aangesteld die brandveiligheid ook daadwerkelijk handhaaft en ervoor zorgt dat dit hoog op de agenda staat.”


Volgens Veldpaus kan de Nederlandse markt hierin leren van onder andere de Duitse en de Vlaamse. “In Duitsland wordt bijvoorbeeld voor vele projecten door een ‘Brandschutzgutachter’ het brandveiligheidsplan geschreven. Deze persoon schrijft een plan die de brandveiligheid borgt. Doordat je een opgeleid persoon hebt die specifiek dit traject begeleidt, krijg je meer kwaliteit aan de voorkant van het proces. Terwijl aan de achterzijde van het proces het gebouw wordt afgenomen door een ‘sachverständige’ van de gemeente. Stel dus iemand aan die dit proces stuurt als een regisseur.” 
Schellekens wijst hierbij op de impact die leveranciers kunnen maken. “Pak een adviserende rol en werk met bouwteams. Werk je op de traditionele manier met een architect en onderaannemer, dan beslist de aannemer wat er wordt gerealiseerd. Het wordt tijd dat we meer integraal beslissen en elkaar bewust maken van brandveiligheid en onszelf verantwoordelijk voelen om dit goed te regelen.”

Innovatieve contracten

De deelnemers zien een rol weggelegd voor innovatieve contracten. “Door bijvoorbeeld DBFMO-contracten in te zetten blijft iedereen langduriger betrokken bij projecten”, geeft Ruytenbeek aan. “Hierdoor krijgen bouwpartijen meer tijd om ook de exploitatiefase goed te begeleiden. Maar de verantwoordelijkheid ligt altijd bij de gebouweigenaar en de facilitair manager.” De experts lijken tegelijkertijd weinig te voelen voor het onderbrengen van brandveiligheid in huidige certificeringsmethodieken zoals BREEAM of WELL. “Voor BREEAM is al geprobeerd om brandveiligheid goed in te bedden, maar dit is nog niet gelukt”, vertelt Ruytenbeek. Tegelijkertijd kan een oorkonde of certificering aan de muur wel leiden tot trots. “Bovenal moet er van binnenuit een beweging op gang komen”, vindt De Haas. “Het draait ten slotte om intrinsieke motivatie. Die mindset moeten we samen creëren.”

 
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Duurzaam Gebouwd en verscheen in Stedebouw en Architectuur 03/2019. Lees meer van Stedebouw en Architectuur in onze bibliotheek
 
 
 
 

Deel dit artikel