Artikel

Hoe direct zijn fietsroutes?

Fietsroutes naar de grotere scholen en naar de belangrijkste economische bestemmingen in de provincie Utrecht zouden niet veel langer moeten zijn dan 1,2 maal de hemelsbrede afstand. Als dat wel zo is betekent dit dat fietsers te veel omwegen moeten maken. En ook dat de fietsbereikbaarheid van een locatie waarschijnlijk beter kan.

Jacob Tiellemans, adviseur Smart Mobility en Fiets bij Antea Group ontwikkelde voor de provincie Utrecht een fietsbereikbaarheidsmodel door het combineren van fietsroutekaarten met een GIS-applicatieHiermee weet de provincie hoe groot het werkelijke bereik op de (e-)fiets is voor 91 belangrijke economische en onderwijslocaties. 


Het concrete doel van de provincie Utrecht is dat fietsroutes naar de belangrijkste bestemmingen - 83 scholen en acht economische kerngebieden – een maximale directheidswaarde van 1,2 niet mogen overschrijden. Deze waarde staat voor het verschil tussen de kortste fietsbare afstand en de hemelsbrede afstand van 15 kilometer, de afstand die met een e-bike redelijkerwijs binnen 45 minuten kan worden afgelegdDe provincie heeft deze streefwaarde (1,2) weliswaar gesteld, maar wil ook graag weten in hoeverre deze realistisch is en, nog belangrijker, hoe groot het werkelijke bereik voor (e-)fietsers is naar de benoemde locaties. Bovendien is de provincie op zoek naar een methode om jaarlijks te monitoren in hoeverre aanpassingen in de infrastructuur – bijvoorbeeld het ‘versnellen’ van routes - impact hebben op de ‘directheidswaardes en daarmee de bereikbaarheid van locaties  


Om tot dit model te komen zijn alle beschikbare gegevens over fietsroutes vergaard voor alle te berekenen locatiesVanuit deze gegevens is er met behulp van een geolocator een locatie op de kaart geselecteerd. Vervolgens zijn verschillende ‘isodistance-kaarten gemaakt voor alle locaties. Een isodistance voor dit onderzoek laat zien tot waar je via het bestaande (fiets)netwerk vanuit 1 startpunt kunt komen tot een fietsafstand van 15 kilometer. Hierbij is ervan uitgegaan dat fietsers de mogelijkheid hebben om over voetgangersgebieden te bewegen. Het resultaat is een ‘vlek’ op de kaart waarbij te zien is dat in sommige windrichtingen een verdere hemelsbrede afstand is te halen via het (fiets)netwerk dan in andere richtingen. Happen’ in een cirkel geven precies de locaties aan waar de fietsroutes erg indirect zijn.  


Eric van Dijk, beleidsmedewerker programma Fiets van provincie Utrecht: “Met deze methodiek kunnen we aan fietsbereikbaarheid een cijfer hangen en aan de hand van de isodistance-kaarten kan provincie Utrecht gericht investeren in het fietsnetwerk en deze investeringen evalueren.  

Dit artikel is verschenen in Verkeer in Beeld 3/2018.



Dit artikel komt uit Verkeer in Beeld

Deel dit artikel