12 okt | Amsterdam | MKBA voor iedereen!? Hét kennis- en inspiratie evenement voor professionals uit het sociale- én fysieke domein die werken met, of belangstelling hebben voor het MKBA-instrument.

Artikel

Kansen voor klimaatadaptatie benutten

Extreme regenval kan leiden tot overlast doordat het regenwater (tijdelijk) niet via de riolering afgevoerd kan worden. Het regenwater blijft dan op straat staan. Dit kan leiden tot schade aan gebouwen. Ook in 2016 was het op veel plaatsen in Nederland weer raak. Gemeenten, waterschappen en particulieren zijn (deels) verantwoordelijk voor de opvang en berging van dit regenwater, maar in mijn ogen is juist de ontwerpkennis van architecten nu harder nodig dan ooit.

Herman Havekes en Peter de Putter1 geven aan dat in de huidige wetgeving geen concrete normen zijn opgenomen over het functioneren van rioolstelsels. In de praktijk werken de meeste gemeenten voor het ontwerpen van rioolstelsels conform de Leidraad Riolering van de Stichting Rioned2. In deze leidraad staat dat als er bij een regenbui met een herhalingstijd van eens in de twee jaar geen regenwater op straat blijft staan, het rioolstelsel voldoende groot (veilig) is gedimensioneerd. Deze leidraad heeft echter geen juridische status.

Overmacht

Uit zowel de leidraad als jurisprudentie is af te leiden dat de gemeente verantwoordelijk is voor een goede afwatering van de openbare ruimte, zodat normale regenval kan worden verwerkt zonder schade toe te brengen aan naastgelegen gebouwen. Volgens een uitspraak van de rechtbank in Arnhem is regenval die eens per drie jaar optreedt niet uitzonderlijk. Voor de schade ten gevolge van extreme regenval is de gemeente niet aansprakelijk, dit betreft overmacht. Schoon regenwater op straat zonder dat dit leidt tot overlast en/of schade is overigens een (kosten)effectieve en daarmee doelmatige wijze van (tijdelijke) regenwaterberging. We moeten accepteren dat deze vormen van ‘hinder’ in de toekomst vaker zullen voorkomen. Er valt nog veel bergingsruimte voor regenwater te winnen door de inrichting van de straat te optimaliseren, maar ook door bij het ontwerpen van gebouwen de juiste keuzen te maken. Bijvoorbeeld bouwen boven maaiveld.

Maar wat is dan extreme regenval?

Bij een regenbui met een herhalingstijd van eens in de 2 en 10 jaar werd tot voor kort aangenomen dat er in die periode ongeveer 20 en 30 mm regen in 60 minuten valt3. De meeste bestaande rioolstelsels in Nederland kunnen dan ook minimaal 20 mm neerslag per uur verwerken. Figuur 1 geeft per gemeente voor de jaren 2014, 2015 en 2016 het aantal maal weer dat de nationale regenradar een regenbui registreerde van meer dan 20 en 30 mm in 60 minuten.


Registratie regenbui Nederland
Figuur 1


Op basis van dergelijke neerslagcijfers heeft STOWA de KNMI’14-klimaatscenario’s laten verwerken in nieuwe neerslagstatistieken4. Hieruit blijkt dat de hoeveelheid neerslag bij extreme regenbuien in het huidige klimaat gemiddeld 10% hoger ligt dan in eerder gebruikte statistieken. Meerdere analyses tonen dat voor kortdurende extreme regenbuien van bijvoorbeeld 60 minuten dit percentage waarschijnlijk nog aan de lage kant is en mogelijk oploopt tot 25%. Tabel 1 geeft een inschatting van neerslaghoeveelheden voor verschillende herhalingstijden conform het huidige klimaat.


Inschatting neerslaghoeveelheid
Tabel 1 

Hoeveel schadegevallen 

Volgens de gemeenten waren er in 2015 ongeveer 9.300 gevallen van regenwaterschade in of vanuit de openbare ruimte, veroorzaakt door regen die het rioolstelsel niet direct kon verwerken. Dit betrof in 4.800 gevallen schade aan een gebouw5. Verzekeraars geven aan dat zij in 2014 ongeveer 90 miljoen euro aan schade door regenval hebben vergoed6. Dit betreft overigens niet enkel schade door regenwater dat vanuit de openbare ruimte de gebouwen instroomde, maar ook schade door bijvoorbeeld een lek dak.

De gemeente kan de wateroverlast niet alleen oplossen!

Al het regenwater dat valt op het verharde oppervlakte van de stad en dat niet direct via het rioolstelsel afgevoerd kan worden of op particulier terrein (tijdelijk) wordt vastgehouden, moet (tijdelijk) in de openbare ruimte in de vorm van ‘water op straat’ geborgen worden. Tabel 2 geeft voor een aantal steden in Nederland bij de verschillende herhalingstijden uit tabel 1 een inschatting om hoeveel water op straat dit gaat.


Inschatting water per stad
Figuur 2


Bij de interpretatie van tabel 2 moet men in gedachten houden dat water altijd naar het laagste punt stroomt en dat de percentages verharding en openbare ruimte van de verschillende wijken in een stad sterk kunnen verschillen. Op deze laag gelegen locaties moet dus een veelvoud van de in tabel 2 weergegeven “emmers water per m2” geborgen kunnen worden om overlast en schade te voorkomen. De gemeente kan bij de realisatie van ruimte voor (tijdelijke) waterberging wel wat hulp gebruiken. Zeker gezien het feit dat gemiddeld ongeveer 55% van het totale oppervlak van een stad in eigendom is van particulieren.

Wateropgave koppelen met klimaatadaptatie; kansen benutten!

In de derde editie van de Gemeentelijke Barometer Fysieke Leefomgeving7 geeft 60% van de gemeenten aan dat de politieke aandacht voor klimaatthema’s toeneemt. 74% van de gemeenten geeft aan dat ze klimaatadaptatiedoelen hebben vastgesteld. Bovendien geeft 57% van de gemeenten aan dat ze extra gaan investeren in maatregelen ter voorkoming van overlast en schade door extreme regenval. Ook geeft 67% van de gemeenten aan dat particulieren een eigen verantwoordelijkheid hebben voor de verwerking van het regenwater dat op hun terrein valt.


Gemeenten zijn daarom op zoek om met de (tijdelijke) berging van schoon regenwater in de openbare ruimte direct bij te dragen aan klimaatadaptatie. En op deze wijze de belevingswaarde en het woon- en verblijfsgenot te vergroten. Voorbeeld hiervan is waterberging in wadi’s. Deze wadi’s kunnen als groenvoorziening worden ingericht, maar bijvoorbeeld ook als speelvoorziening. Andere voorbeelden van dubbel ruimtegebruik zijn waterpleinen en waterparkeerplaatsen. Als het regenwater via deze (tijdelijke) waterbergingen bovendien (deels) kan infiltreren in de bodem, dragen deze voorzieningen direct bij aan de verdrogingsbestrijding en zorgen ze voor een gezondere vegetatie en betere biodiversiteit in de stad. Een andere optie is de aanleg van extra vijvers, singels, etc. welke tevens een functie hebben voor zwemmen of natuur. Al deze voorzieningen verminderen tevens de hittestress in de warme zomerperioden.


De opgave voor de particuliere terreinen is dus het schone hemelwater (geen uitloogbare bouwmaterialen gebruiken!) niet te vermengen met het vuile afvalwater en zoveel mogelijk (tijdelijk) op het eigen terrein of op groene daken vast te houden en in de bodem te infiltreren. Zo dragen particulieren niet enkel bij aan het verminderen van de overlast en schade bij extreme regenval, maar zorgen ook voor een prettiger leefklimaat en vergroting van de sponswerking van de stad (klimaatadaptatie). Sommige gemeenten hebben regelingen/subsidies voor het vergroenen van de wijk: stoeptegel eruit, groen erin! Andere gemeenten werken bijvoorbeeld met een ambitieuze bergingseis voor schoon regenwater voor nieuwe kavels en/of herontwikkelingen. Maar hoe krijg je deze particulieren nu zo ver dat ze hun tuinen vergroenen (gedragsverandering)? Renske Postma ging samen met Bert Pol van Tabula Rasa op zoek naar een boodschap die mensen aan het denken zet over een groene tuin. De eyeopeners en het resultaat van hun zoektocht zijn terug te lezen op haar LinkedIn pagina8.


Groen dak Essent.
Foto: F. Macke

Ontwerpkennis van architecten & stedenbouwkundigen harder nodig dan ooit!

Deze ‘gedragsverandering’ is in mijn ogen ook nodig bij (een aantal) architecten en stedenbouwkundigen. Kijk bijvoorbeeld naar het nieuwe Centraal Station van Utrecht. Een, in mijn ogen, werkelijk prachtig nieuw station met een enorm golvend dak. Al het schone regenwater (ik neem aan dat het dak niet is gemaakt van uitloogbare materialen?) dat op dit dak valt, wordt zo snel mogelijk via een regenwaterriool (gelukkig geen vermenging met het vuile water van de stad!) afgevoerd naar de openbare ruimte, in dit geval de Catharijnesingel die weer open gegraven wordt. (Betreft watercompensatie voor de extra verharding van de ontwikkelingen in het stationsgebied van Utrecht.) Vervolgens loost de singel op de Vecht om in sneltreinvaart richting de Noordzee te stromen.


Dit schone regenwater kan bijvoorbeeld ook (tijdelijk) opgeslagen worden in de enorme perrons van het Centraal Station om vervolgens (deels) te infiltreren in de bodem en bij te dragen aan de vergroening en sponswerking van de stad en het bestrijden van hittestress, etc. Het overtollige regenwater kan dan vertraagd (als de extreme regenbui voorbij is) alsnog via het regenwaterriool naar de Catharijnesingel afgevoerd worden. Nu zijn deze perrons gevuld met zand en vervolgens betegeld. De perrons kunnen echter ook gevuld worden met een sterk materiaal dat veel poriën volume bevat. Recent las ik bijvoorbeeld een artikel over steenwol9. Circa 93% van het volume van steenwol bestaat uit poriën en de steenwol lijkt zelfs belastbaar met vrachtwagens. Op de website van ProRail staat dat een perron voor intercity’s minimaal 340 meter lang is. Als een perron op het Centraal station van Utrecht 25 meter breed en 1 meter hoog is, en de helft van dit volume geschikt is voor de toepassing als (tijdelijke) waterberging, dan gaat dat per perron om ongeveer 400.000 emmers (10 liter) water. Kansen dus, nu nog benutten!

Meedenken?

Het is duidelijk dat er nog een wereld valt te winnen op het gebied van kansen benutten voor klimaatadaptatie en het voorkomen van overlast en/of schade door extreme regenval. Natuurlijk speelt hierbij altijd een kosten-batenanalyse: wat mag een dergelijke oplossing kosten, wil deze nog doelmatig zijn? Wij nodigen architecten en stedenbouwkundigen uit met ons mee te denken over hoe we in de toekomt met regenwater om willen gaan en waar de kansen liggen om naast de functie van waterberging direct ook invulling te geven aan andere maatschappelijke functies. Neem contact met ons op als u graag betrokken wilt worden bij het vervolg.

Reageren?

E-mail: arnold.wielinga@rhdhv.com
Telefoon: 06-46441210

Noten

  • 1 Overheid niet zomaar aansprakelijk voor schade door wateroverlast, Water Governance – 04/2016, themanummer klimaatbestendige stad, Herman Havekes en Peter de Putter
  • 2 Module C2100 Rioleringsberekeningen, hydraulisch functioneren
  • 3 Regenduurlijn Buishands en Velds, gecorrigeerd met 10% o.b.v. KNMI’06-klimaatscenario’s
  • 4 STOWA rapport 2015-10
  • 5 Monitor gemeentelijke watertaken, Stichting RIONED, november 2016
  • 6 Schade door klimaatverandering neemt fors toe, Verbond van Verzekeraars, 2015
  • 7 Gemeentelijke Barometer Fysieke Leefomgeving, Royal HaskoningDHV en VNG, 2015
  • 8 Tegels eruit, groen erin. Hoe stimuleer je mensen hun tuinen te vergroenen? Verwijs naar de positieve emotie die een groene tuin oproept. Renske Postma, tekstbureau Met Andere Woorden, LinkedIn
  • 9 Steenwol als tijdelijke waterbuffer in de grond, Land & Water, nr. 7/8 - juli/augustus 2016

Internationale toepassing van Nederlandse ontwerpkennis.

De Nederlandse kennis op het gebied van klimaatadaptatie is niet alleen interessant in onze eigen context. Juist internationale toepassing kan kansen bieden voor Nederlandse stedenbouwkundigen en ontwerpers.


Om die reden heeft de Nederlandse overheid twee initiatieven genomen, namelijk:

  1. Het oprichten van een kenniscentrum dat ook in andere landen kan bijdragen aan lange termijn doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie (van bijvoorbeeld de Sustainable Development Goals en het klimaatakkoord van Parijs). Het initiatief is gericht op kennisdeling om richting te geven aan klimaatbeleid en vervolgens ook klimaatplannen uit te voeren. De expertise van Nederlandse stedenbouwkundigen en architecten is daarin onmisbaar. Minister Dijksma heeft de oprichting hiervan aangekondigd, zie het artikel.
  2. Het organiseren van het netwerkplatform “Dutch Urban Approach”, waarin partners (voornamelijk architecten, stedenbouwkundigen, ingenieurs en universiteiten) met elkaar nadenken over hoe zij Nederlandse kennis op het gebied van duurzame verstedelijking internationaal kunnen vermarkten. Het gaat hierbij niet alleen om klimaatadaptatie, maar ook thema’s als groenblauwe structuren in de stad, binnenstedelijke mobiliteit en de ruimtelijke inpassing van duurzame energie. Zie de website.
     
Dit artikel verscheen in Stedebouw & Architectuur #1 van 2017, thema Bouw & Zorg. Deze editie lezen? U downloadt hem in onze bibliotheek als u een lidmaatschap heeft, of bestel hem los na via klantenservice@acquirepublishing.nl. Kosten: € 25,- ex. BTW.

Deel dit artikel

Open modal