Artikel

Schoonschip: duurzaamste drijvende buurt van Europa

Nog vier woonarken, voor zes huishoudens, moeten naar de plek van bestemming worden gesleept, plus een collectieve ruimte. Maar als die zijn afgemeerd dan is Schoonschip gereed en zal de waterwijk in Buiksloterham, Amsterdam-Noord, volledig bewoond zijn met in totaal 30 woonboten voor 45 huishoudens.

Auteur: Katja van Roosmalen
Beeld: Space & Matter, Isabel Nabuurs
 
Tien jaar(!) geleden werden de eerste plannen gemaakt voor deze kloeke waterwijk. Voor de initiatiefnemers een duik in het diepe. Ook voor Sascha Glasl van Space & Matter. Glasl, die op deze bijzondere plek gaat wonen: “Voor Schoonschip was geen blauwdruk beschikbaar. Dat maakt het interessant. We konden een architectonische droom op het water werkelijkheid laten worden in een project, in Collectief Particulier Opdrachtgeverschap ontwikkeld, dat mensen verbindt met hun omgeving. Bovendien zal het dorpsgevoel nu de wijk bijna gereed is, gaan leven. Het ontwerp nodigt daartoe uit; de steigers zijn met elkaar verbonden zodat er straten en ontmoetingsplekken op het water ontstaan.”

Ontwikkeling

Een wijk bouwen op water is innovatief. Dat komt ook tot uiting in de lange aanlooptijd. Marjolein Smeele, een van de initiatiefnemers en bestuurslid van de Stichting Schoonschip: “In 2009 raakten een groep medestanders geïnspireerd door de autarkische woonboot bij het NDSM-eiland. Zo ontstond de droom om duurzaam te wonen op het water. Deze manier van wonen werd door alle initiatiefnemers onderschreven. Het was een droom die we uit wilden laten komen en waarvoor we in heel Amsterdam op zoek gingen naar een geschikte locatie.” 


De geschikte plek werd gevonden aan een zijtak van het IJ, het Johan van Hasseltkanaal. Maar dat was slechts de eerste fase. “Volgens bestemmingsplan zat er al een woonfunctie op. Er moest nog wel het een en ander gebeuren om werkelijk een vergunning te kunnen krijgen voor een woongebouw. We vroegen bij de provincie Noord-Holland subsidie aan voor een haalbaarheidsstudie.” Daarna werd Sascha Glasl van Space & Matter erbij betrokken. Hij maakte het stedenbouwkundige plan. “Midden in de crisis gingen we met dat plan naar de gemeente Amsterdam.”
Een extra moeilijkheid was dat de kavel niet op uitgifte stond en naast een afvalinzamelingspunt ligt. “Na onze lobby besloot de gemeente echter alsnog een tender uit te schrijven. En met een beroep op de Crisis- en Herstelwet werd besloten dat het afvalpunt binnen twee jaar na het aanmeren van de eerste woning moet verhuizen.”




Duurzaamste wijk

Een volgende stap was het formuleren van een programma van eisen. Glasl: “We wilden meer dan alleen een wijk op het water creëren. Het doel was ook dé duurzaamste drijvende buurt van Europa te worden. Daarom vertaalden we met een team consultants de ideeën van de initiatiefgroep in een smart stedenbouwkundig plan met aandacht voor technische duurzaamheid én sociale cohesie. Voor de woningen vonden we het van belang dat er voldoende ruimte was om invulling te geven aan de individuele woonwensen.” 

Veel hout en groen

Als Glasl verder praat, blijkt dat de eisen waaraan de huizen moesten voldoen inderdaad redelijk waren. “De gevels zijn voorzien van veel hout en groen en hebben daardoor een uniforme uitstraling. Verder moesten de huizen gekoppeld worden aan het smart grid. De infrastructuur hiervan is verwerkt onder de steigers. In iedere woning is bovendien ruimte gecreëerd voor een batterij om energieoverschotten op te slaan. Ook zijn er vacuümtoiletten gebruikt en is er een dubbel rioolsysteem.”


Een eis van de gemeente was dat het dakoppervlak voor minimaal 30 procent moet bestaan uit een vegetatiedak. “Dat zorgde voor enige hoofdbrekens”, zegt Martijn Braunstahl van MTB architecten, ontwerper van 8 van de 30 woonarken. “De opbouw van de woningen is een houtskeletbouwconstructie die sterk genoeg is, maar groendaken absorberen veel water en worden daardoor veel zwaarder. Als je het groen niet goed positioneert gaat de balans verloren. De woningen zijn namelijk zelfstandige constructies, met ieder een eigen bakvormige betonnen vloer/drijfconstructie.”


 

Betonnen drijfconstructie

De betonnen drijfconstructie van een aantal woningen heeft een standaardafmeting van 10 x 9 meter. Niet alle bakken in Schoonschip hebben deze maat. Die afmeting kom je vooral tegen bij veel van de dubbele bakken. Door hier in het midden een wand te plaatsen kunnen twee woningen, van elk 5 meter breed, op een-en-dezelfde bak, worden gebouwd. Er zijn ook bakken van 10 x 7,5 meter, en 14 x 7,5 meter. Het toegepast beton is niet extreem duurzaam, vertelt Smeele: “De betonreceptuur is traditioneel. De reden dat we dit hebben gedaan? De bak is het fundament van de woning en een bank verstrekt alleen een hypotheek als dat fundament goed geborgd is. Voor de bakken die nu nog gestort moeten worden gaan we waarschijnlijk samenwerken met New Horizon. Zij werken samen met een duurzame betonfabriek die goed aansluit op onze duurzaamheidsambities.”

Niet autarkisch

Schoonschip combineert daken en zonnepanelen, met elektriciteitsopslag, uitstekende isolatie, WKO en een dubbel rioolwatersysteem. De indruk zou kunnen ontstaan dat de woningen autarkisch zijn. Dat is niet zo, legt Smeele uit. Ze vertelt dat de mogelijkheid om off-grid te wonen is onderzocht, maar dat er toch gekozen is voor een verbinding met het energienetwerk. “Als je zelf de stroom niet nodig hebt, wordt er door het smart grid eerst gekeken wie wel direct stroom nodig heeft, daarna wordt ze opgeslagen in de collectieve accu’s en daarna pas teruggeleverd aan het net. Autarkisch wonen door het toepassen van individuele oplossingen is in een dichtbevolkt gebied als Amsterdam, waar alle infrastructuur binnen handbereik is, niet de meest duurzame oplossing. Al met al haalt Schoonschip een EPC van maximaal 0,0. Bij de meeste arken ligt hij rond de -0,15 of lager.”

Natuurinclusief

Is in het ontwerp van Schoonschip ook aandacht besteed aan natuurinclusiviteit? Smeele: “Nu de woningen bijna helemaal gerealiseerd zijn, pakken we onze ideeën voor natuur op. Iedereen heeft al minimaal een derde van zijn dak met groen, maar we willen het groen in het water, op de kade, op de steiger et cetera nu verbeteren. Afgelopen week is de stadsecoloog langs geweest en er worden nu plannen gemaakt om de ecologie in en op het water te verbeteren.”

Opschalen

“Schoonschip is onderscheidend. Niet alleen door het wonen op water, door de mate van duurzaamheid en hoe de wijk tot stand kwam, maar ook omdat de woonarken prijstechnisch tot het middensegment behoren. In Amsterdam waar voor een grote woonboot al snel prijzen van rond de € 800.000 betaald worden, is een aanvangsprijs van circa € 300.000 in Schoonschip mogelijk”, zegt Braunstahl. Hij noemt zijn bijdrage aan Schoonschip ‘een omvangrijke klus’. Hij moest leren omgaan met de vrijheid die CPO-ers zich toe-eigenden: “Iedere bak heeft weliswaar standaard afmetingen en er werden bijvoorbeeld kozijnen gezamenlijk ingekocht, maar bewoners wilden wel een eigen indeling. En dat alles met beperkte budgetten. Een van de bewoners benaderde ons om een woning te ontwerpen. Met veel duurzame ambities maar weinig geld. Voordat je dan van start gaat, is het belangrijk om duidelijke afspraken met elkaar te maken. Over materiaalgebruik maar vooral ook over opschaling.” 

Bewoners 

Braunstahl wist bewoners te overreden: acht woonboten – 6 dubbele, 2 enkele – voor 14 huishoudens kregen gestalte op zijn tekenbord. Hij bedong onder andere kleinere glasoppervlakken. “De neiging bestaat om op een woonboot maximaal van het uitzicht te willen genieten en veel transparante gevels toe te passen. Oververhitting ligt dan op de loer. De vloer van de woonkamer ligt namelijk slechts 40 centimeter boven de waterspiegel en door de reflectie op het water komt er veel licht, maar ook veel warmte binnen. Bij woonarken is het dus verstandig om minder grote ruiten toe te passen.”




Groendak

Gevraagd naar het meest uitdagende aspect van het ontwerpproces, is Braunstahl duidelijk. Ook hij noemt de balans op het dak: “De gemeente schreef voor dat ieder dak minstens 30 procent groen oppervlak moet hebben. Als we zonnepanelen op de ene kant van het dak leggen en een groendak aan de andere kant dan raakt de ark na een regenbui in disbalans. Er zijn twee verschillende systemen toegepast – met cassettes en een permanent systeem met een substraatlaag, maar voor beide oplossingen geldt dat door de wateropname het gewicht van het groendak exponentieel toeneemt. Het was dus puzzelen om de juiste balans te vinden en bij sommige arken hebben we extra ballast toegevoegd in de bak zodat het huis in evenwicht is.”

Gevel

Een ander aspect was de gevelbekleding. “Er zijn veel materialen de revue gepasseerd, waarbij vooral afwegingen zijn gemaakt ten aanzien van de duurzaamheid. Uiteindelijk bleven er drie over waar bewoners van de door mij ontworpen woonboten uit konden kiezen: spuitkurk, hout en bamboe.” Ieder materiaal bracht voor- en nadelen met zich mee. “Met spuitkurk is de gevel mooi glad af te werken, maar punten om rekening mee te houden zijn de detaillering en dilatatie. Doordat het drijvende objecten zijn die meebewegen met wind en water, is het belangrijk dat er een ontkoppeling is van elementen omdat er anders scheurvorming optreedt.” 


Voor een tweetal boten viel de keuze op larikshout. “Maar bij de meeste bewoners gaven toch de voordelen van bamboe de doorslag. Bamboe is weliswaar zwaarder en daar moet bij het ontwerp en de balans rekening mee worden gehouden, maar onder de streep is het goedkoper dan hout. Dat komt omdat het – in tegenstelling tot larikshout – niet behandeld hoeft te worden met brandvertragende middelen Daarnaast sprak het bewoners aan dat deze snelgroeiende grassoort een lage CO2-footprint heeft.”


Dit artikel is verschenen in Stedebouw en Architectuur 03/2019. Lees meer van Stedebouw en Architectuur in onze bibliotheek

Deel dit artikel