Artikel

Samenwerken op het platte dak

Het platte dak krijgt steeds meer gebruiksfuncties. Dat betekent dat er ook steeds meer partijen bij het platte dak betrokken zijn. Jaap Dooper, business development manager bij Zoontjens, zorgt samen met die partijen voor een optimale invulling van deze multifunctionele daken.

Tekst: Peter Bekkering 


Zoontjens is sinds de jaren '70 actief om platte daken beloop- of berijdbaar te maken. "Daarmee waren we destijds een van de weinige partijen." Bij Zoontjens zagen we een verandering in de invulling van het dak. "In de jaren '90 kwamen de zonnepanelen op en de laatste 15 jaar zien we andere materialen en disciplines op het dak verschijnen, gericht op groen en watermanagement."


Dooper
ziet verschillende oorzaken voor de toegenomen belangstelling in de bouw, maar vooral daarbuiten, voor de gebruiksmogelijkheden van platte daken. “Allereerst vanwege de verstedelijkingsopgave, waarbij bijna een miljoen woningen in binnenstedelijk gebied moeten worden gerealiseerd. Daarnaast worden de problemen door het veranderde klimaat ook steeds zichtbaarder in de stad. Daarbij denk ik aan de zware regenbuien en de hoge temperaturen. Dat alles maakt dat we het dak meer moeten gaan gebruiken en niet alleen voor dakterrassen, maar ook waterretentie, verkoeling door middel van beplanting en energiewinning.”

Steeds meer partijen betrokken 

Het betekent dat er ook steeds meer partijen bij de platte daken betrokken raken, zoals een gespecialiseerd bedrijf voor waterretentie, een hoveniersbedrijf en voor energie een installatiebedrijf. De rol van Dooper is om deze partijen te benaderen en te zorgen voor een goede samenwerking. Daarbij komt het goed van pas dat hij in het verleden ook voor een hoveniersbedrijf heeft gewerkt. Deze ervaring is een mooie combinatie met de jarenlange ervaring van Zoontjens met platte daken: “Ik zeg wel eens gekscherend tegen een architect: ontwerp maar eens een dak dat wij nog niet kennen. En dat gaat nog toenemen omdat het platte dak door de huidige ontwikkeling steeds meer een leeffunctie krijgt.” 


Daarnaast zijn er ook steeds meer andere type organisaties die belangstelling krijgen voor het platte dak
. “Neem bijvoorbeeld de Waterschappen en de Natuur en Milieu Federaties. De Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de rioleringen en zien dat het rioleringsnetwerk niet afdoende is om de waterafvoer te verwerken en dat het dus nuttig kan zijn om ervoor te zorgen dat water langer op het dak blijft. De Natuur en Milieu Federaties kampen met een biodiversiteitsprobleem en willen kijken hoe ze via daken de biodiversiteit de stad in kunnen trekken.

Uitdagingen  

Dooper ziet nog wel een paar uitdagingen. Zo zijn platte daken met name in oudere bestekken nog vaak de sluitpost van de begroting. Bovendien is er bij berekeningen van de constructie niet altijd rekening gehouden met de extra belasting op het dak. “Het scheelt nogal of je een sedumlaag neerlegt of dat je er een aantal bomen op zet of een mooi terras.” Bij bestaande daken is dat nog lastiger: “Die zijn daar nooit op gebouwd, dus is het lastig om ze dan een andere, intensievere, functie te geven. Maar door goed naar de constructie te kijken is er vaak meer mogelijk dan vooraf gedacht werd. Wellicht is het ook eenvoudig om de constructie te verbeteren en daarmee een hoger draagvermogen te krijgen van het dak. 


Ook de landschapsarchitect is een nieuwe partij op de daken. Zij zorgen voor de juiste uitstraling en beleving. “Hier ondersteunen we vaak op de technische vlak van het dak.”

Zuid-Holland

In Zuid-Holland was Zoontjens een van de circa 50 ondertekenaars van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen, waarin de ambitie is vastgelegd dat op nieuwbouwlocaties in 13 steden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd gaat worden, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Zoontjens is nauw betrokken bij de minimale prestatie-eisen die vervolgens aan de platte daken moesten worden gesteld. Dooper benadrukt dat die eisen niet generiek, maar locatiespecifiek zijn: “Het hangt namelijk af van de situatie. Zo speelt in Rotterdam, waar 75 procent van de riolering niet gescheiden is aangesloten, het waterprobleem. In andere steden daarentegen is 75 procent van de riolering van de huishoudens wel gescheiden aangesloten. Daar is de uitdaging veel meer biodiversiteit, verkoeling en het creëren van sociale ontmoetingsplekken.” 


Een mooi voorbeeld van hoe een project er bij een goede samenwerking uit kan zien is het vernieuwde winkelcentrum Stokhorst in Enschede, waar
in nauwe samenwerking met het hoveniersbedrijf Loohorst op het dak van de parkeerkelder voor de bewoners van de erboven gelegen appartementen een aansprekende binnentuin is gemaakt. “We hebben daar samen met de hovenier eerst goed gekeken wat de constructie kon dragen en zijn vervolgens gaan kijken welke systemen in aanmerking zouden komen. 


Dooper
noemt nog een andere ontwikkeling: “Je ziet de laatste jaren een duidelijke opkomst van rooftopbars’. Je zit in het centrum van de stad buiten de drukte, op een hoog niveau en met een prachtig uitzicht je biertje te drinken. De rooftopbar Doloris, een evenementenlocatie bij de spoorzone in hartje Tilburg, is daar een mooi voorbeeld van.” 


Dit artikel is verschenen in Stedebouw en Architectuur 03/2019. Lees meer van Stedebouw en Architectuur in onze bibliotheek

   

Deel dit artikel