Artikel

Zorgzame buurt als filosofie

In Nederland is vanaf de eerste STAGG-modellen veel aandacht voor het geschikt maken van de openbare ruimte voor ouderen. Ook in België wordt nadrukkelijk naar de woonomgeving gekeken. In 2016 ondertekenden een tiental partijen de Visietekst ‘Buurtgerichte Zorg, de Actief Zorgzame Buurt als toekomstmodel voor Vlaanderen en Brussel’.

Auteur: Peter Bekkering


Het doel van de Visietekst is om beleidmakers en projectontwikkelaars te inspireren nieuwe wegen in te slaan en de woonomgeving senior-proof te maken.Dat is een project van de lange adem, zegtOlivia Vanmechelen, medewerker zorg en beleidsondersteuning van het Kenniscentrum WWZ (Welzijn Wonen Zorg).  


In
een Zorgzame Buurt is extra aandacht voor ouderen, personen met een handicap, mensen met psychische problemen en andere kwetsbare groepen met ondersteunings- of zorgbehoeften. Zo’n buurt moet voldoen aan de volgende criteria: 

  • De omgeving is toegankelijk en veilig voor iedereen. 

  • Ouderen kunnen zelfstandig wonen, maar er zijn ook woonvormen die inspelen op wijzigende noden en zorgbehoeften. 

  • Diensten en voorzieningen voor het dagelijks leven zijn gemakkelijk bereikbaar. 

  • Buren, familie en vrijwilligers krijgen ondersteuning om anderen zo goed mogelijk te helpen. 

  • Er wordt zorggarantie en zorgcontinuïteit geboden. 

Vanmechelen wijst er op dat Zorgzame Buurt geen programma is met een begin- en eindpunt, vaste partners en vooraf vastgestelde doelen. “Het is veel meer een filosofie met parallelle dynamieken vanuit verschillende invalshoeken. Ondertekenaars van de visietekst ondersteunen die filosofie.” 

Inspiratiedag 

Op 25 maart was deInspiratiedag Zorgzame Buurten in Brussel, een initiatief van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Op die dag gingen we in op wat een buurt nodig heeft aan voorzieningen en ondersteuning – professioneel en vrijwillig – om ouderen, personen met een handicap, mensen met psychische problemen en andere kwetsbare groepen met ondersteunings- of zorgbehoeften zo lang mogelijk thuis te laten wonen. En hoe je wonen, welzijn en welbevinden samen kunt brengen.” 

Woonzorgdecreet 

Die driedelingis ook terug te vinden in het nieuwe Woonzorgdecreet, de Vlaamse wet waarmee de erkenning en subsidiëring van de woonzorgvoorzieningen en de verenigingen van mantelzorgers en gebruikers wordt geregeld.Het decreet geeft een grotere rol aan woonzorgvoorzieningendie inelke gemeente zijn te vinden, zoalslokale dienstencentra, thuiszorgorganisaties en woonzorgcentra. “Zij krijgen explicieter de opdracht buurtgericht te gaan werken en een relatie aan te gaan met andere voorzieningen, bewoners en de leefomgeving in de wijk. 


Vlaanderen kent momenteel zo’n 800 woonzorgcentra, zowel verzorgingshuizen
– in Vlaanderen vroeger ‘rusthuizen’ – als verpleeghuizen. Vanmechelen: “Vaak zijn dit gesloten instellingen, aan de rand van stad of dorp en gelegen in het groen. Ze nodigen niet uit om naar buiten te gaan en contact met de buurt te maken. Bij de lokale dienstencentra is dat anders. Die liggen vaker midden in een buurt en bieden activiteiten en diensten, die voor thuiswonende ouderen interessant zijn. Ze hebben een aantrekkingskracht op ouderen.”  


Hoewel ook in Vlaanderen het accent in de woonzorgcentra steeds meer verschuift richting zwaardere zorg, worden er niet
, zoals in Nederland, verzorgingshuizen gesloten. Een van de redenen volgens Vanmechelen: “In grote steden als Antwerpen en Brussel zijn er te weinig betaalbare en aanpasbare woningen of alternatieve kleinschalige woonvormen voor ouderen. Voor hen is het verzorgingshuis dan een alternatief, ook wanneer de zorgvraag eigenlijk nog licht is.”

Lintbebouwing 

In het landelijk gebied speelt een andere uitdaging. Vanmechelen: “In dorpen in Vlaanderen vindje veel lintbebouwing en weinig voorzieningen in de buurt. Ouderen dreigen in zulke gebieden geïsoleerd te raken. Daarom roept onder meer de Vlaamse bouwmeester ouderen op om op tijd te verhuizen naar aangepaste woningen dichter bij voorzieningen. Het zou mooi zijn als dat via een verhuiscoach kan,die ouderen helpt bij de overstap.” 


I
n lijn met het visiedocument zijn verschillende projecten gerealiseerd. Vanmechelen noemt er twee, door de Vlaamse bouwmeester gesteund, in Geel en Sint Truiden. In Geel gaat het om pilootproject Zorg, een vernieuwend project op 400 meter van het stadscentrum waarbij inclusie centraal staat. Senioren met en zonder beperking gaan daar samenleven. Het domein zal ook voorzien in een aantal publieke functies, zodat ook bezoekers en inwoners van stad Geel hier terecht kunnen.  


Innovatief
aan het project in de stad Geel is dat de bewoners de garantie krijgen dat ze los van hun zorgbehoeftekunnen blijven wonen in hun eigen woongelegenheid, volgens eigen ritme en gewoonten. Het project krijgt woningen met een WZC-label (woonzorgcentrum), assistentiewoningen, een dagverzorgingscentrum, een lokaal dienstencentrum, een kinderdagverblijf en 32 woongelegenheden van MPI Oosterlo, een organisatie die zich inzet voor mensen met een beperking. Vanmechelen benadrukt dat Geel sowieso een voorbeeldstad is. “Je hebt daar ook al ruim 30 jaar Huis Perrekes, een kleinschalig project met genormaliseerd wonen voor ouderen met dementie.” 


In Sint Truiden gaat het bij het project
‘Zorg maakt de Stad’ om de omvorming van een voormalig ommuurd ziekenhuisterrein tot een gemengde stadswijk met zorgvoorzieningen. Dankzij flexibele woningen is ‘levenslang wonen’ mogelijk. De woningen zijn aanpasbaar en kunnen ‘meegroeien’ met de bewoners. Dankzij de vermenging van woontypes kunnen de mensen in hun wijk blijven wonen. Ze behouden hun vertrouwde leven en hun opgebouwde sociale netwerken, zodat de ondersteuning vanuit de omgeving kan blijven bestaan. Het ontwerp stimuleert informele vormen van zorg: zorg door de partner (bijvoorbeeld door woningen te koppelen), door de familieleden (die bijvoorbeeld tijdelijk kunnen verblijven in het zorghotel), door de buren (waarmee een nauw contact bestaat dankzij gedeelde ruimtes) of door de omwonenden.Zelf is het Kenniscentrum betrokken bij een aantal kleinschalige alternatieve woonvormen voor ouderen en mensen met een beperking waarbij het uitgangspunt is hen zo normaal mogelijk te laten samenleven. 

Aalst 

Vanmechelen is enthousiast over de ambities van de stad Aalst: “Aalst werkte de voorbije jaren aan de uitbouw van een visie over wonen en zorg, met de vertaling naar wijken waar zorg en levenslang thuis wonen op elkaar zijn afgestemd. ZorgLab Aalst en het team Planning en stadsvernieuwing van de stad werkten samen met bewoners de randvoorwaarden uit voor een ruimtelijk uitvoeringsplan waarbij er ruimte is voor wonen en zorg in levensloopbestendige wijken. Wanneer nieuwe woonwijken in Aalst gebouwd worden, zullen deze woonwijken worden gebouwd volgens levensloopbestendige principes.”

Brussel 

Ook in de hoofdstad is sinds het visiedocument het nodige gebeurd.In Brussel, waar de problematiek complex is, zijn we als Kenniscentrum WWZ duidelijk een pionier geweest op het gebied van kleinschalige woonvormen.Een mooi voorbeeld is‘Samenhuizen’.Een voormalige schoolsite in hartje Brussel is deels herbestemd tot een gemeenschappelijk woon- en zorgproject waar 17 senioren, volwassenen met een verstandelijke beperking, geheugenstoornis of psychiatrisch problematiek samen wonen. Het biedt een woonomgeving op maat voor maatschappelijk zeer kwetsbare personen. 


Het project laat ook nog iets anders zien, aldus Vanmechelen
:Zodra wijken worden (her)ontwikkeld of getransformeerd moeten beleidmakers gaan nadenken over hetintegreren van de Zorgzame-Buurten-filosofie met toekomstbestendige voorzieningenen daarover in gesprek gaan met welzijns- en zorginstanties. In die zin is Zorgzame Buurten naast een filosofie ook vooral een bewustwording. En dus een project voor de langere adem. Want de bewustwording nu, inclusief aandacht ervoor in de opleiding voor architecten en planologen, zal vanwege de doorlooptijd pas over tien tot vijftien jaar leiden tot realisatie van veel projecten volgens de Zorgzame Buurten-filosofie. 


Dit artikel is verschenen in Stedebouw en Architectuur 01/2019. Lees meer van Stedebouw en Architectuur in onze bibliotheek

Deel dit artikel