Artikel

“Gewoon doen. Dat trekt innovaties aan”

Kenniscentrum Biosintrum in Oostellingswerf is voor 80% gebouwd met biologisch materiaal. Friesland gaat circulair en Ooststellingwerf zet vol in op biobased. Bart Sieben (31), programmamanager bij de gemeente Ooststellingwerf, raadt opdrachtgevers aan risico’s te nemen in hun keuze voor biobased. “Gewoon doen. Dat trekt innovaties aan.”

Tekst: Karin de Mik 


Friesland profileert zich met biobased in de bouw. Waarom en wat zijn de ambities? 

In de bouwsector is veel milieuwinst te halen als je bedenkt dat de bouw een grote impact op het milieu heeft. De bouw is verantwoordelijk voor 60% van het totale materiaalverbruik op aarde, 40% van het Nederlandse energieverbruik en voor 25% van de CO2-emissie. Friesland heeft veel bouwnijverheid en grote aannemersbedrijven. In 2025 wil Friesland bij alle nieuwbouw hoogwaardige bouwmaterialen toepassen die kunnen worden hergebruikt en weinig impact hebben op het milieu. Of, zoals bij biobased, waar wij ons als gemeente op richten, materialen die kunnen worden teruggebracht in de natuurlijke kringloop. 


Wij hebben onze ambities met
biobased in 2016 vastgelegd in een programma van 50 projecten. Het Biosintrum is daarvan het grootste. We zijn verder bijvoorbeeld bezig met een project met bouwbedrijven voor een biocomposiet applicatiecentrum, een testplek voor materialen. Hiernaast zijn we bezig met een proef om koffiebekers van rioolslib te maken, samen met bedrijven en onderwijsinstellingen. Nu smelt zo’n beker nog en je hebt natuurlijk ook nog de regels van de Voedsel- en Warenautoriteit, omdat je consumeert uit afval.” 


Hoe worden de ambities gerealiseerd? 

Door te doen! Als overheid moet je de vraag naar biobased creëren. Bij aanbestedingen vragen wij naar biobased materiaal en naar innovaties. Zo trekken we ondernemers aan die nieuwe dingen uitproberen en komt er een beweging op gang. Als je partijen enthousiasmeert, komen er ideeën los. We hebben 50 bedrijven bezocht en zijn in gesprek gegaan hoe ze hun productieproces duurzamer kunnen maken. In het Noorden zit veel mkb dat wil en kan innoveren. Als overheid moet je ook incalculeren en kunnen accepteren dat een innovatie wel eens mislukt en dat er dan niet meteen politieke koppen hoeven te rollen.” 


Wat is het traject, ook in de tijd? 

 In 2030 moet Ooststellingwerf een grote stap hebben gezet naar een biobased/circulaire economie. We willen dat alle nieuwe of gerenoveerde gebouwen dan energiezuinig of energieleverend zijn, dus een CO2-uitstoot van nul hebben. Ook moet de natuur en de biodiversiteit bij nieuwbouw en gebiedsontwikkeling versterkt worden. Bij het Ecomunitypark, waar het Biosintrum op staat, is 55% natuur en zijn er allerlei maatregelen genomen voor flora en fauna. 


Met
de vijf Friese mbo- en hbo-onderwijsinstellingen en het mkb werken we als gemeente samen. We brengen bedrijven en onderwijsinstelling met elkaar in contact. In de Vereniging Circulair Friesland werken bedrijven, gemeenten, provincie Fryslân, onderwijs en andere organisaties samen om een circulaire economie te bevorderen. 


Hoe bewerk je de bouw- en ontwerpsector om ze mee te krijgen?  

Als opdrachtgever moet je durven kiezen voor biobased materiaal, ook al is dat soms duurder. Dat gaat dan misschien geen 40 jaar mee zoals beton, maar 25 jaar, maar dat risico moet je nemen. Ook moeten opdrachtgevers zelf de vraag creëren naar biobased materiaal. Je moet er in aanbestedingen om vragen. Soms moet je ook financiële incentives geven. Dat hoeft niet per se in de vorm van een subsidiepot, waaraan je als overheid voorwaarden verbindt. Wij hebben het met de 50 bedrijven die we bezochten, nooit over geld gehad. Pas nadat er projecten zijn bedacht is er geld aan gekoppeld.” 


Welke vernieuwingen zijn nodig om biobased te laten landen in de brede bouwstroom? 
Als opdrachtgever moet je om biobased durven vragen. Het begint met de vraag. Je kunt weer voor die betonnen brug gaan, maar je kunt ook om een houten brug vragen. Vaak zeggen bouwers: We gebruiken altijd beton. Dat gaat lang mee, dus doen we het nu ook in beton. Dat is een mindset. Maar die kun je veranderen. 


Belangrijk
is ook dat aannemers moeten weten welke leveranciers biologisch materiaal leveren. Hun eerste vraag is vaak: waar haal ik het vandaan? Als opdrachtgever moet je weten welke biologische materialen er te krijgen zijn om een goede uitvraag te kunnen doen. Wij hebben een inventarisatie gemaakt en brachten de leveranciers in beeld. Al zoekende blijkt er soms ineens iets anders mogelijk. De bioboundvloer(van miscanthus/olifantsgras red.) stond bijvoorbeeld niet in het ontwerp. Vlak voor de dekvloer erin moest kwam er nog een bedrijf uit het zuiden dat zei: wij hebben fietspaden van miscanthus gemaakt, kan dat ook niet als vloer?Je moet ook durven zeggen dat iets duurder mag zijn als het biobased is. Al betekent duurzaam niet per definitie duur. Een lemen vloer viel bij ons af omdat die drie ton zou kosten. 


Het Biosintrum, ontworpen door Paul de Ruiter, is nagenoeg biobased. Hoeveel procent?Welke bijzondere materialen en producten zijn er gebruikt? 

“Het is een van de duurzaamste biobased gebouwen van Europa. Van de gebruikte materialen is 80% biobased. De binnenwanden zijn van hennep. Voor de isolatie zijn cellulose uit oude kranten en katoen van oude spijkerbroeken gebruikt. De hele gemeenschap hier leverde oude spijkerbroeken in. Heel leuk, zo betrek je de inwoners bij het gebouw. De biobound dekvloer op de begane vloer is van olifantsgras, dat CO2 heeft opgenomen. Het is voor het eerst dat dit in een gebouw is toegepast. Op de tweede verdieping is de vloer van inlands lariks. Hout is het gemakkelijkste biobased materiaal, al moet je geen lijm of andere chemische toevoegingen gebruiken en uiteraard wel weer bomen aanplanten. De stopcontacten zijn van bamboe. De buitenvensters van acoya, dat niet behandeld hoeft te worden. 


De lichtkoepel van het centrum is opgebouwd uit diverse lagen
biofolie, waartussen lucht wordt geblazen. Dit luchtkussenkoepel (ETFE) oogt als glas, werkt isolerend en zorgt voor eengoed binnenklimaat.Voor de gevel zijn biocomposieten(neolife red.) gebruikt, die voor 96% van houtvezel zijn gemaakt.Twintig procent is niet-biobased. Met de constructeur keken we of het centrum op houten palen kon staan. Dat kon niet, omdat de grond heel nat en drassig is. Dus moesten we wel heien en regulier beton als ondervloer gebruiken.” 


Welke rol gaat dit centrum spelen in biobased promotie? 

Dit is een visitekaartje van onze gemeente en van het bouwen met biologische materialen. We hebben diverse nominaties voor gekregen en komen er veel mee in publiciteit. Het centrum krijgt ruimtes voor congressen, vergaderen, onderwijs en flexplekken. Ook komt er een restaurant in. Bezoekers zijn welkom. In die zin heeft het ook een educatieve rol. We maken zichtbaar waar welk materiaal zit. Omdat spijkerstof tussen de wanden als isolatie zit, maken we ergens een opening, zodat bezoekers zien waar het zit.”  

 
Wat hebben jullie geleerd van de nieuwbouw? 

“Vooral welke biologische materialen er zijn, welke eigenschappen ze hebben, hoe duur en duurzaam ze zijn en hoe ze eruitzien. We hebben een matrix gemaakt van al deze aspecten, ook van de risico’s zoals brandveiligheid en akoestiek. Een heel leerproces en een zoektocht. De ontwerpfase duurde daardoor anderhalf jaar. Bijzonder is dat de aannemer er al in de ontwerpfase bij betrokken was. Niet alles was vooraf meteen duidelijk. We wilden bijvoorbeeld eerst hennepbeton als tussenwanden, maar dat viel af, omdat de akoestiek niet goed genoeg gegarandeerd was. Nu is het OSB geworden.”  



Geïnteresseerd in hoe Friesland de weg naar circulariteit bewandelt? Kom op 14 februari naar het Duurzaam Gebouwd Congres in Leeuwarden. 

 

Een vijftal redenen waarom je dit congres niet kunt missen:

1. Ontmoet én netwerk met 500 professionals uit de bouw- en vastgoedsector

 

2. Actuele informatie en innovatieconcepten t.a.v. #VanGasLos, circulariteit en ketensamenwerking

 

3. Ruim 40 inspirerende sprekers, zoals hoogleraar Andy van den Dobbelsteen vanuit TU Delft en gedeputeerde Michiel Schrier van provincie Fryslân.

 

4. 36 interessante workshops met praktische informatie zodat jouw kennis direct wordt verrijkt

 

5. Compact kennisplein met 40 sponsoren waarbij je kennis uit de markt kunt ophalen


Meer informatie? Kijk dan eens op www.duurzaamgebouwdcongres.nl.  Of schrijf je meteen in!

 


 

Deel dit artikel