Artikel

'Intermediair gewenst tussen gebouw, gebruiker en zorgverlener'

Mark Mobach, lector Facility Management is leading lector van het Kenniscentrum NoorderRuimte van de Hanzehogeschool Groningen. Het kenniscentrum doet onderzoek naar de gebouwde omgeving en richt zich specifiek op de wisselwerking tussen gebied, gebouw en gebruiker.

Als lector richt Mark Mobach zich op de verbinding van ruimte en organisatie: door het slim inzetten van ruimte gaan organisaties beter presteren. Het lectoraat Facility Management heeft veel ervaring met onderzoek naar gebouwen en organisaties die gezondheid en welzijn van de gebruikers bevorderen. 


Niet verwonderlijk dat in Groningen de thema’s
aardbevingen en krimp op de agenda staan maar ook de thema’s duurzaamheid en gezondheid & welzijn. Binnen het kenniscentrum werken verschillende disciplines samen, zoals (interieur)architectuur, civiele techniek, vastgoed en facility management. Een multidisciplinaire aanpak is nodig om de interactie tussen ruimte en mensen in beeld te krijgen en relevant te zijn voor de praktijk. Hoe beïnvloeden gebouw, ontwerp enorganisatie het gedrag van mensen? 


We spreken met Mark over het thema
Gezondheid en Welzijn. De onderzoeksthema’s zijn zeer gevarieerd. Wat is de beste inrichting en organisatie voor een palliatieve unit, wat is het effect van het ontwerp van een gebouw op mensen met dementie of met een verstandelijke beperking, hoe richt je een spreekkamer in?We draaien steeds aan verschillende knoppen in de ruimte om te zien welk effect dat heeft." 


"
Toepassing van de juiste voorzieningen op het gebied van het binnenklimaat, daglicht en kunstlicht, geluid en akoestiek, natuur en tuinen, kunst, interieur en vormgeving, wayfinding en uitzicht kunnen een positieve invloed hebben op het herstel van patiënten, de kwaliteit van leven van bewoners en de prestaties van zorgverleners. Wij passen die kennis toe en onderzoeken of de verwachting uitkomt. Of mensen er ook beter van worden.”Mark benadrukt dat het altijd gaat om een integrale manier van onderzoeken en ontwerpen.


In de noordelijke provincies speelt krimp een belangrijke rol. Hoe blijft de kwaliteit van de leefomgeving daar overeind? Wat is de minimale lokale infrastructuur voor gezondheidszorg en welzijn? 

De kwaliteit van de leefomgeving is meestal fantastisch in krimpgebieden. Prachtige natuur en veel rust en ruimte. Het wordt vooral spannend rondom voorzieningen. De school, winkel, apotheek, huisarts zijn in krimpgebieden minder vanzelfsprekend. Maar bedenk ook dat wat minimaal nodig is in de hele samenleving verschuift. Denk aan E-learning, online shopping en E-health. Veel kan op afstand. Het gaat dus om andere zaken, zoals sense of place en place-making, en hangt sterk samen met de beleving van mensen. 


Als we een systeeminterventie doen
, gebeurt dat nog te vaak door het vraagstuk van krimp vanuit één optiek te benaderen: óf vastgoed, óf sociaal, óf voorzieningen”, vindt Mark. Maar als je breder kijkt, zijn er veel meer aspecten die van invloed zijn. Neem een thema als bereikbaarheid. Dat gaat over beleving, kwaliteit, afstand, infrastructuur en gebouwen. Eén optiek volstaat niet. Wat zijn reisafstanden van patiënten naar zorgverleners, hoe beleven mensen dat, is dat te beïnvloeden doordat bijvoorbeeld de route en infrastructuur aantrekkelijk,veilig een efficiënt worden gemaakt?Zijn er voorzieningen te combineren waardoor de kwaliteit van de gebouwde omgeving en zorgverlening beter worden,zodat bezoekers graag naar de plek toegaan?Is het gebouw prettig om te bezoeken en om in te werken? Door meer vanuit de gebruiker, zowel patiënt als zorgverlener, te ontwerpen kom je tot andere oplossingen. We nemen in Nederland te weinig regie om ruimtelijke vraagstukken integraal te benaderen.

Cirkel met ringen 

In Zweden, een land met in regio’s een zeer lage bevolkingsdichtheid, zag Mark een gelaagd systeem voor bijvoorbeeld de geneesmiddelendistributie. “Daar glimlachen ze trouwens als wij voor Noord-Nederland het woord krimp gebruiken. De Zweden werken met een cirkel met ringen. Per ring wordt bepaald wat minimaal aanwezig moet zijn om een patiënt te kunnen bedienen en binnen welk tijdsbestek. Vergelijkbaar met de aanrijtijden van onze ambulances. Binnen een bepaalde afstand moet er bijvoorbeeld minimaal een gezondheidscentrum met geneesmiddelenverstrekking, een apotheek of een geneesmiddelendepot aanwezig zijn. Als dat niet mogelijk is worden bezorgmogelijkheden gekoppeld aan een ring, zoals vervoer over de weg of door de lucht. Er wordt vanuit de patiënt geredeneerd die binnen een bepaalde tijd over een geneesmiddel moet kunnen beschikken, desnoods wordt het gebracht met een helikopter. De Zweden denken dus na over de hele infrastructuur. En dat heeft dus ook directe consequenties voor de gebouwde omgeving. Waar zet je welk gebouw en welke voorziening neer en wat los je logistiek op. 


Wie zou in Nederland de regie moeten nemen? 

Mark aarzelt even maar noemt dan zowel de publiek-private samenwerking als burgerinitiatieven als oplossingen. “We kunnen niet alles meer van de overheid verwachten. De overheid kan in belangrijke mate de kaders aangeven, moet dat ook doen vanuit haar verantwoordelijkheid. Maar de markt heeft soms hele mooie en creatieve oplossingen. In de verbindingen, ook met participatie van burgers, ontstaat veel goeds. De rol van de burger wordt ook steeds belangrijker. Kijk naar alle burgerinitiatieven die in de krimpgebieden ontstaan op het gebied van energie maar ook van zorg en welzijn." 

"We zullen anders moeten gaan denken enontwerpen. Niet meer vanuit één invalshoek of discipline. We hebben een tolk nodig. Iemand die de brug slaat tussen het primaire proces van zorgverlening, de gebruiker van de zorg, de organisatiecultuur en het ontwerp van het gebouw. Een architect zou die rol kunnen vervullen en zijn creatieve denkkracht daarvoor kunnen inzetten. Maar natuurlijk wel altijd door in verbinding te staan met mensen in andere disciplines en door die verbinding beter te leren doorgronden. Daar is in architectuuropleidingen nog veel progressie te boeken. Ik merk dat zorgverleners zelf open staat voor verandering. Ze willen dichterbij de gebruiker staan. Hoe mooi is het als gebouw en omgeving dit ondersteunenen plekken zijn waar je graag naartoe gaat als gebruiker én zorgverlener.

Zorgzame Dorpen 

In de provincie Groningen groeien de burgerinitiatieven op het gebied van zorg en welzijn als kool. Onder de vlag Zorgzame Dorpen verklaarde afgelopen Valentijnsdag een netwerk van ruim 120 initiatieven de liefde (en hun zorgzame hart) aan Groningen. Die dag wapperden in 120 dorpen vlaggen met het logo van het netwerk, een zorgzaam hart.

Langer thuis wonen 

De zorgzame dorpen stellen ouderen en kwetsbare dorpsgenoten in staat om in eigen huis en dorp te blijven wonen in tijden van verdwijnende (zorg)voorzieningen. Van wekelijkse eetclubjes tot plannen om zelf als dorp nieuwe ‘zorg-hofjes’ van de grond te tillen. Dorpen die zelf het verzorgingstehuis overnemen, of zorgtelefooncirkels en vrijwilligersnetwerken organiseren waarin dorpsgenoten voor elkaar klaarstaan voor klusjes of de boodschappen. Dorpsbewoners organiseren dit om de zorg en leefbaarheid in hun eigen dorp in stand te houden of te verbeteren.

Netwerk, naam en gezicht 

De zorgzame bewonersinitiatieven hebben een netwerk gevormd, zichzelf een naam gegeven en daarmee een herkenbaar gezicht gekregen: Zorgzame Dorpen Groningen. Binnen dit netwerk delen de dorpen met elkaar wát ze organiseren aan zorgzame initiatieven en hoe ze dat doen. Ook maakt het netwerk de beweging zichtbaar en herkenbaar voor gemeenten en zorgaanbieders, met als doel om de samenwerking tussen de formele en informele zorg te bevorderen. 


Groninger Dorpen ondersteunt zorgzame bewonersinitiatieven, faciliteert het netwerk en de website en organiseert bijeenkomsten. Groninger Dorpen werkt hierin samen met een aantal partijen uit de zorg, HHNN,
netwerk van burgerinitiatieven Nederland Zorgt Voor Elkaar (NLZVE), coalitie Gezond Wonen, het bedrijfsleven en onderwijs. 

Deel dit artikel