Artikel

Trends in 100 jaar scholenbouw

LIAG architecten en bouwadviseurs viert dit jaar het honderdjarig bestaan. In die periode heeft het bureau meer dan 1000 gebouwen gerealiseerd. Een groot deel hiervan zijn onderwijsgebouwen. De eerste school die LIAG realiseerde was de bedrijfsschool van Philips in Eindhoven in 1929. Een opleiding speciaal voor Philips fabrieksarbeiders.

Aan het einde van de vorige eeuw werden scholen zelf verantwoordelijk voor de bouw van hun schoolgebouwen. Los van alle problemen waarvoor scholen kwamen te staan, leverde dit wel een enorme kans op. Ze konden samen met architecten op zoek gaan naar antwoorden op de vragen die de nieuwe onderwijsvormen aan huisvesting stelden. Welke architectonische ontwikkelingen kunnen we hieruit opmaken? 

Een nieuwe leerwereld 

Door de eigen verantwoordelijkheid van scholen werden schoolgebouwen expressiever en een grotere variëteit aan plattegronden werd ontwikkeld. Een voorbeeld is Niekée in Roermond (2007), een ontwerp van LIAG dat met de Scholenbouwprijs werd bekroond. Dit gebouw, dat nog altijd fris en eigentijds oogt, is een van de voorbeelden hoe scholenbouw ook anders kan. Met ruimte en aandacht voor het individuele leerproces. Samen met de zeer gedreven Sjef Drummen ontwikkelde LIAG een gebouw dat een compleet nieuwe onderwijswereld creëerde met transparante klaslokalen en een klimwand midden in de aula 


Het LIAG-ontwerp voor Niekée in Roermond (2007) werd bekroond met de Scholenbouwprijs.


Een ander typerend voorbeeld van een nieuwe leerwereld is De Toverberg in Zoetermeer (in hoofdfoto). Een school zonder klaslokalen. De leerling bepaalt zelf wat hij wil leren en met wie. Dit vraagt om een compleet nieuwe opzet van het gebouw om deze nieuwe vormen van leren optimaal te faciliteren. 

Invloed van de veranderende maatschappij 

Schoolgebouwen worden multifunctioneler en flexibeler in opzet. Het meest bekende voorbeeld van deze functieverbreding zijn de Integrale KindCentra’s (IKC) die Nederland in rap tempo neerzet. Kinderopvang en school ineen waarin kinderen van 0-12 jaar een groot deel van de dag doorbrengen. LIAG heeft meerdere multifunctionele centra gerealiseerd. Zo staat in Veldhoven MFA Noord, een gebouw dat tezamen een buurtcentrum, ouderendagopvang en school is. Inclusief een kindercrèche en kinderopvang. Een maatschappelijk smeltkroes, waar verschillende generaties samen en van elkaar kunnen leren!  

MFA Noord is Veldhoven is een buurtcentrum, ouderendagopvang en school ineen. 


K
inderen doorlopen in de eerste twaalf jaar van hun leven de meest cruciale ontwikkelingsstadia. Dit vergt een groot verantwoordelijkheidsgevoel van de betrokken architect. Het is de taak van de architect in het ontwerp voldoende uitdaging aan te brengen om de kinderen ook twaalf jaar lang uit te dagen het beste uit zichzelf te halen. Maar - zo constateren wij – beschikbare budgetten die we als maatschappij bereid zijn te investeren in een gezonde omgeving voor de kinderen zijn vaak zeer beperkt. 

Duurzame factoren  

Hand in hand met bovenstaande maatschappelijke ontwikkeling gaat duurzaamheid een steeds belangrijkere rol spelen. De vraag naar steeds energiezuinigere of zelfs energieleverende gebouwen neemt toe. Toen we in 2014 het duurzaamste onderwijsgebouw van Nederland realiseerden, de Faculteit Educatie in Nijmegen, werd deze prestatie met name op het gebied van energieprestaties en voor een klein deel op materiaaltoepassingen gemeten. Daarom waren we bijzonder trots toen het gebouw ook uitgeroepen werd tot meest leefbare gebouw van Nederland.  


Bij lyceum Schravenlant in Schiedam werd de cradle-to-cradlefilosofie toegepast. 


Bij het lyceum Schravenlant in Schiedam, een jaar eerder opgeleverd, zagen we door het toepassen van de cradle-to-cradlefilosofie – vandaag zou men circulair zeggen - een verschuiving van besparing naar meerwaarde. Een trend die zich sindsdien verstevigd heeft. 

WELL Building Standard 

Steeds duidelijker wordt dat niet alleen de materiële kant of de energieprestatie van een gebouw meetelt, maar juist de sociale factoren die waarde van een gebouwen bepalen. Bij de renovatie en herstructurering van de Tapijnkazerne in Maastricht, die we op dit moment in opdracht van de universiteit van Maastricht uitvoeren, wordt deze trend bijzonder duidelijk. Het gebouw is een van de eerste onderwijsgebouwen in Nederland die volgens de WELL Building Standardis ontworpen en gecertificeerd. De nadruk hierbij ligt op maatregelen die leiden tot een verhoogd welzijn en gezondheid van de gebruiker.


 De faculteit Educatie in Nijmegen was in 2014 het duurzaamste onderwijsgebouw van Nederland. 

Samenvatting 

De bovenstaande trends zullen de komende jaren verder doorzetten. De gebouwen zullen nog flexibeler worden, niet alleen in gebruik maar ook in tijd. De digitale revolutie zal ervoor zorgen dat we gebouwen gaan realiseren die meer een ontmoetingsplek gaan vormen dan een schoolgebouw. Waar sociale interactie op alle niveaus en met verschillende leeftijden plaatsvindt. Het schoolgebouw wordt een agora, een centrale plek in de wijk. Steeds vaker worden in schoolgebouwen functies ingebed die veel verder gaan dan alleen onderwijs. 


De circulaire revolutie – als men het zo mag noemen
- zal verder doorzetten. We worden ons steeds bewuster van de impact van ons handelen opde gebruikers en het milieu. De flexibiliteit van een gebouw en de meerwaarde die het biedt tijdens de gebruiksperiode wordt steeds belangrijker. En de hergebruikwaarde van de ingezette materialen zal een stempel drukken op de manier hoe we gebouwen maken. Hiervoor zijn innovaties van bouwtechnieken en -methodes nodig die we al zien opkomen bijvoorbeeld met robots op de bouw. Ook de wijze waarop we gebouwen financieren zal moeten veranderen. Van afschrijven naar bijschrijven dus. Dit vereist veel creativiteit, om juist datgene te realiseren wat we nodig hebben om kinderen tot zelfstandige burgers op te leiden en toekomstige generaties gebouwen aan te bieden die ruimtes maken voor weer volgende generaties. 


Dit artikel is verschenen in Stedebouw en Architectuur 05/2019. Lees meer van Stedebouw en Architectuur in onze bibliotheek

 

 

 

Deel dit artikel