Artikel

Hoge ambities op gebied van duurzaamheid en circulariteit

VBI heeft altijd hoge ambities gehad, of het nu gaat om de toepassing van kanaalplaatvloeren in appartementenhoogbouw of om het realiseren van een volledig circulaire draagconstructie met kanaalplaatvloeren. Beide aspecten komen aan de orde in de stand van VBI op Building Holland. Daar geeft VBI met een VR Experience het publiek een voorproefje van de innovaties op het gebied van hoogbouw. Een spectaculaire ervaring, die je tot grote hoogte brengt.

VBI besloot zich meer op de appartementenmarkt en de hoogbouw te richten omdat de grote bouwopgave voor woonunits de komende jaren vooral zal bestaan uit binnenstedelijke appartementenbouw, aldus Dennis Duffels, hoofd Verkoop bij VBI. Bij die hoogbouw was een belangrijke uitdaging het stapelen van etages. Duffels: “Een innovatie van VBI, het DoorStapelSysteem (DSS), maakt het mogelijk om prefab te bouwen en daarbij wand- en vloersystemen op elkaar aan te sluiten zonder randbekisting en randbalk. DSS is een voorziening in de plaatkop van de VBI Appartementenvloer waardoor deze als het ware volledig in de bouwmuur ingeklemd wordt. Bij dit prefab bouwsysteem wordt de trekband vaak in de wand opgenomen.” DSS kan tot circa twintig bouwlagen worden toegepast.

Voordelen DSS

Met DSS heeft VBI nu twee voordelen bij appartementenhoogbouw ten opzichte van de ‘natte’ methode. Allereerst een snellere bouwtijd. Extra werkzaamheden voor het opbouwen van steigers voor het aanbrengen van de randbekisting en de randbalk met daarin de trekband komen door deze innovatie te vervallen. Doordat de bouwtijd korter is, nemen bouwplaatsgebonden kosten aanzienlijk af. Ook is de overlast voor de omgeving een stuk minder, wat vooral in binnenstedelijk gebied een groot voordeel is.


Een tweede voordeel zijn de grotere overspanningen door het gebruik van kanaalplaten. Door dat laatste ontstaan grotere, vrij indeelbare ruimtes en is een andere bestemming in de toekomst eenvoudiger en flexibeler te realiseren. Duffels: “Dat is ook zoals wij duurzaamheid mede zien: met DSS kunnen gebouwen worden gerealiseerd met een flexibel comfort die op het gebied van de draagconstructie lang kunnen blijven staan.”


Een andere uitdaging bij appartementenhoogbouw was het balkon. Duffels: “Die worden tot op heden bevestigd door wapening door te trekken naar de vloer en dat af te storten met beton, zodat het verankerd zit. Kanaalplaten bieden echter een droog bouwsysteem, waarbij je niet zit te wachten op verankeringen met nat beton.” VBI ontwikkelde daarom samen met Schöck een systeem voor het droog monteren van prefab balkons en galerijplaten aan appartementengebouwen.


Vrij uitkragende balkons en galerijen kunnen hierdoor eenvoudig in een aaneengesloten fase worden gemonteerd. Hierbij behoren onderstempeling en steigerwerk tot het verleden. Het systeem is geschikt voor vrijwel alle soorten balkons én bovendien demontabel.

Door zo min mogelijk sparingen en pasplaten toe te passen, wordt optimaal hergebruik mogelijk.

Geopolymeerbeton en circulaire draagconstructie

Ook op het gebied van duurzaamheid en circulariteit zijn de ambities van VBI hoog. Zo had het Sensata-gebouw in Hengelo een wereldprimeur in constructieve vloeren. Gebouwflexibiliteit en materialen met de meest optimale milieuprofielen waren belangrijke uitgangspunten, met de toepassing van geopolymeerbeton in dakvloeren. Peter Musters, adviseur Bouwconcepten bij VBI: “Dit cementloos beton met geopolymeer als alternatief bindmiddel betekent een reductie tot eenderde van de CO2-uitstoot van de traditionele kanaalplaatvloer, die zelf al erg goed scoort.” VBI blijft het geopolymeerbeton bij Sensata monitoren om te zien wat het doet in het gebruik. “Daarbij kijken we onder andere naar de sterkteopbouw en het langetermijngedrag.” De data die zo worden verzameld moeten het mede mogelijk maken om in de toekomst de regelgeving rond beton aan te passen. Die schrijft nu nog voor dat cement moet worden toegepast.


Bij een ander project, AGRO NRG in Ootmarsum, ging VBI nog een stap verder. Het bedrijf plaatste voor het eerst een volledig circulaire draagconstructie met kanaalplaatvloeren. Dat kon omdat het remontabel aspect – het mogelijk maken van toekomstig hergebruik van de grondstoffen en de elementen in het gebouw – al in het ontwerp van het gebouw was opgenomen. VBI maakte gebruik van de ontwerprichtlijnen voor remontabel ontwerpen met kanaalplaten, die Ruben Buunk en Esmee Heebing, studenten van de HAN, ontwikkelden tijdens hun afstudeerstage bij VBI. Musters: “De studenten hebben onder andere onderzocht hoe de koppeling aan de staalconstructie het beste kon worden gedaan en hebben vervolgens details daarvoor ontwikkeld. De kanaalplaat kan in de toekomst in zijn geheel opnieuw worden gebruikt in welke andere bouwvorm dan ook. Voor optimaal hergebruik is het van belang dat er zo min mogelijk sparingen en pasplaten van toepassing zijn. Bijkomend voordeel van deze circulaire aanpak is dat hierdoor de eerder geplande gewapende druklaag constructief niet nodig bleek.”

Ambities

Musters: “Onze ambities gaan inmiddels verder. De volgende stap is om te kijken welke bijdrage we nog kunnen leveren aan de (inter-)nationale klimaatopgave en dan met name de CO2-reductie. We hadden natuurlijk al de Groenlijn-vloeren met een extreem lage CO2-uitstoot. Maar dat is in onze ogen niet het eindtraject. Uiteindelijk willen we dat ál onze producten een maximale bijdrage zullen leveren aan CO2-reductie. Dat kan gezocht worden in verdere optimalisatie van ons productieproces en logistiek, maar aangezien 80 procent van de CO2-last aan cement is gerelateerd valt daarin de grootste stap te maken. Zo onderzoekt de ENCI de mogelijkheden voor het afvangen van CO2 tijdens het productieproces waardoor cement milieuvriendelijker wordt. De gewonnen CO2 kan dan als grondstof dienen, bijvoorbeeld bij VBI. Deze kan dan worden toegevoegd aan de betonmengsels waarna de CO2 wordt gebonden in de beton door mineralisatie. Door deze permanente binding komt de CO2 dus nooit meer vrij en is daarmee vele malen veiliger dan de overheidsoplossing om CO2 in de bodem op te slaan.”


Dit artikel is afkomstig uit de Building Holland Special 2018 van Stedebouw & Architectuur.

Tekst: Peter Bekkering

Deel dit artikel