Artikel

Adaptief beheer

Het beroep van beheerder in de openbare ruimte verandert. Door invloed van techniek, betrokkenheid van burgers en het anders inzetten van middelen. Door te kijken naar de totale beleving van de openbare ruimte, in plaats van je te richten op de ideale technische omstandigheden van de afzonderlijke onderdelen voorkom je dat onderdelen over het hoofd worden gezien. Adaptief beheer, noemt adviesbureau Kragten dat.

U kent het vast wel. Hekjes voor een pad waaromheen allerlei sporen worden getrokken door fietsers die om de hekjes heen gaan om zo toch hun weg te kunnen vervolgen. Betekent dat dat het hekje niet voldoet? Of betekent dat dat er behoefte leeft om achter het hekje te fietsen en dat het pad daar blijkbaar toe uitnodigt? Zomaar een voorbeeld van anders kijken naar de openbare ruimte. Of neem een straat met een grote hoeveelheid aan bordjes. Er is een discrepantie tussen wat we willen zien en wat we in de werkelijkheid zien, omdat we ons aan de richtlijnen willen houden.

 

Er zijn momenteel drie ontwikkelingen gaande die invloed hebben op de inrichting en het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Ten eerste zijn we meer op zoek naar de menselijke maat. Daarnaast komt er meer focus op duurzaam en sociaal en tot slot komt er meer zelforganisatie vanuit de burger. Deze ontwikkelingen komen samen met de veranderingen die het beheer in de openbare ruimte heeft doorgemaakt. Ooit werd begonnen met traditioneel beheer. De gebruiker werd hierbij nauwelijks in ogenschouw genomen. Later veranderde dat enigszins, toen werd overgegaan op rationeel beheer. Daarbij werd gestreefd naar een technisch perfecte kwaliteit en de gemeente stuurde het gebruik van de openbare ruimte.

 

De laatste paar jaar wordt in steeds meer gemeenten asset management toegepast. Door het in ogen schouw nemen van prestaties, risico’s en kosten worden burgers en de markt al meer betrokken bij deze vorm van beheer. Kragten gaat nog een stap verder met adaptief beheer. Echt samen kijken en bepalen. In de praktijk betekent dat dat in het beginproces al keuzes worden gemaakt over wat gezamenlijk belangrijk wordt gevonden in de openbare ruimte. Dan wordt gekeken of die functie, het  gebruik en de inrichting wel in overeenstemming zijn.  Als dat het geval is gaan we het beheren en anders gaan we eerst op zoek naar andere mogelijkheden om de ruimte beter aan te sluiten bij het gebruik en de functie.. Hierdoor maak je ruimtes die aansluiten bij het gebruik. Maar daarvoor moet niet gekeken worden naar de afzonderlijke kleuren, maar naar het hele schilderij. Zo kijkt de gebruiker tenslotte ook.

Hierbij hoort een aantal kenmerken:

  • Functionele eisen
  • Maatwerk
  • Gebruikers
  • Object in omgeving
  • Richtlijn als leidraad
  • Vakmanschap als input
  • Risicobeheersing
  • Gedeelde verantwoordelijkheid


De gebruiker

Over het algemeen hanteert Kragten het idee ‘als de gebruiker tevreden is, dan is het goed’. Maar wie is dé gebruiker eigenlijk? Van Lingen stelt dat je het in de praktijk niet voor iedereen goed kunt doen. Ze gaat daarom op zoek naar de gemene deler, maar ook naar het combineren van gebruik in dezelfde ruimte. Hierbij is communicatie heel belangrijk.



Dit artikel komt uit Straatbeeld

Deel dit artikel