Artikel

Faculteit Educatie: leefbaarste gebouw van Nederland

Ontwerp een onderwijsgebouw voor drie verschillende opleidingen, met extreem hoge duurzaamheidsambities, en dat op een supersmalle kavel in een stedelijk milieu. Die uitvraag van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) leidde tot het ontwerp door LIAG van het I/O-gebouw van de HAN Faculteit Educatie, het sluitstuk en duurzame gezicht van de HAN Campus Nijmegen.

Vanaf de oplevering in april 2014 is het I/O-gebouw bedolven onder de prijzen: duurzaamste onderwijsgebouw van Nederland en Betonprijs 2015 voor de innovatieve betonnen gevelelementen. In 2015 werd de zes verdiepingen hoge nieuwbouw, met plek voor circa 3600 studenten en voorzien van een drielaagse ondergrondse parkeergarage voor 650 parkeerplaatsen, door NRC uitgeroepen tot het leefbaarste gebouw van Nederland.

Programma

Het faculteitsgebouw brengt drie opleidingen, voorheen gevestigd op afzonderlijke locaties, samen onder één dak: Opleidingskunde, Instituut voor Leraar en School en Pabo Groenewoud Nijmegen. Behalve onderwijs faciliteert het gebouw kantoren, sport (ook voor derden), bijeenkomstruimte en werkcafé, restaurant, auditorium, bibliotheek, studiecentrum en parkeren. Bruto vloeroppervlak: 36.633 vierkante meter.

Stedenbouwkundige setting

LIAG architecten en bouwadviseurs liet zich inspireren door de stedenbouwkundige setting: een smalle kavel in een parkachtig milieu met aan de noordkant lage villabouw en aan de zuidkant de stoere hoogbouw van ziekenhuis en universiteitsgebouwen. Om de overgang tussen deze twee typologieën in balans te brengen ontwierp LIAG een gebouw waarvan de verdiepingslagen op de kopse kanten aan de noordkant terugspringen en aan de zuidkant uitkragen. 





Thomas Bögl, architect en partner van LIAG: “Door het uitkragen van de etages sluit het gebouw mooi aan op de licht overhellende hoogbouw tegenover het I/O-gebouw, en door het terugspringen ontstaat juist weer een zachte overgang naar de omliggende villa’s die op deze manier hun dagelijkse portie daglicht behouden.” 
Omdat etages trapsgewijs op elkaar liggen, met elke verdieping een stuk naar voren of naar achter geschoven, is ruimte ontstaan voor dakterrassen met veel groen. Waarmee LIAG een van de duurzaamheidsambities realiseerde: het creëren van meer biodiversiteit dan een gebouw ‘gebruikt’. “Door groene aanplant in, om, op en aan het gebouw creëren we een nieuw microklimaat en compenseren we het verlies van groen door de nieuwbouw. In feite hebben we planten en dieren van het terrein hun habitat teruggegeven.” 

Atrium

Toen LIAG met het ontwerp van start ging was het uitgangspunt dat de helft van het gebouw zou fungeren als kantoor en de andere helft als onderwijsruimte. Om de scheiding tussen die twee helder te maken splitste LIAG het gebouw in twee delen, van elkaar gescheiden door een binnenruimte, overhuifd door een glazen dak. Aan de noordkant van dit atrium werden de lesruimtes geconcentreerd en aan de zuidkant de kantoren. Deze verdeling, deels gemotiveerd door energiebesparing, is inmiddels wat achterhaald. Toestroom van leerlingen noopte tot uitbreiding van het aantal vierkante meters lesruimte ten koste van het kantoorareaal. Die aanpassing bleek in de praktijk heel simpel uit te voeren. “Vanwege het hoge tempo van veranderingen in het onderwijs is het adaptief vermogen van onderwijshuisvesting cruciaal.”




A+++ energielabel 

Situering van de leslokalen aan de noordkant gebeurde, zoals gezegd, om redenen van energiebesparing en die maatregel droeg bij aan een voortreffelijke score op de Milieu-Index Gebouw (MIG: 283), een A+++ energielabel, en een gunstige Energieprestatiecoëfficiënt (EPC: 0,219). Het I/O-gebouw voorziet grotendeels in de eigen energiebehoefte. Een belangrijke bijdrage in de energieproductie levert de Warmte-KoudeOpslag (WKO) in combinatie met zonnepanelen in het glazen dak van het atrium (de PV-panelen werken ook als zonwering). De WKO is aangesloten op andere gebouwen op de campus die eveneens werken met lagetemperatuurvoorzieningen. Zo profiteert ook het pand van de laborantenopleiding van de WKO.

Duurzaamheid op alle niveaus 

Duurzaamheid manifesteert zich overal in het gebouw: waterverbruik, materiaalgebruik, luchtkwaliteit, akoestiek, visueel comfort en verlichting – alles draagt bij aan de duurzaamheidsambities van de opdrachtgever. De toiletten worden gespoeld met regenwater. Zo veel mogelijk circulaire materialen zijn gebruikt, zoals vloerbedekkingen, aluminium en onbehandeld hout.


De frisse lucht in het gebouw komt van de gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning. De nagenoeg vrije doorgang van daglicht diep het gebouw in, via grote ramen en het atrium, verhogen het comfort en maken het interieur tot een fijne plek om te werken en studeren. Dat wordt nog versterkt door het vele groen op en aan de getrapte gevels en rondom het gebouw.




Betonprijs

Het I/O-gebouw van de HAN Faculteit Educatie won in 2015 de Betonprijs in de categorie Betontechnologie. Om de banden in de gevel te accentueren ontwikkelde betonfabrikant Hering Bau in overleg met de architect zelfverdichtend, lichtgewicht beton met een toeslag van gerecycled glas. Het oppervlak glinstert hierdoor en heeft een groene waas. Voor de keuring van dit materiaal moest één glassoort, van dezelfde leverancier, worden verwerkt, en geen glas uit de glasbak.


Voor het beoogde groene effect is gebruik gemaakt van Gerolsteiner waterflessen. De betonpanelen zijn onzichtbaar gemonteerd op een railconstructie tegen het houtskeletbouw binnenblad. Bögl geeft aan zeer tevreden te zijn met het resultaat: “Het is altijd spannend om te zien hoever je kunt gaan met je experimenteerlust. Het kost heel veel energie. Maar in Nijmegen heeft zich dat dubbel en dwars uitbetaald.”

Comfort

Natuurlijke materialen, veel daglicht en rustige kleuren dragen bij aan de leefbaarheid van het gebouw en het onderwijscomfort. Het atrium, in het hart van het gebouw, maakt het interieur ‘leesbaar’ en overzichtelijk, en nodigt uit tot interactie. Dat laatste concentreert zich vooral ook op de begane grond met een uitnodigend studielandschap en een werkcafé. Vanaf de begane grond omhoog kijkend zie je luchtbruggen hoger gelegen etages met elkaar verbinden. Ook daar volop plekken om te overleggen, om te werken of om elkaar te ontmoeten.





En met voldoende daglicht door de grote raampartijen in de gevel en het atriumdak. Dit licht wordt desgewenst aangevuld met ledlampen die een prettig, helder (en energiezuinig) licht verspreiden. Het kleurgebruik in het gebouw is ingetogen en terughoudend. Mensen brengen voldoende kleur mee, zegt Bögl. Behalve in de trappenhuizen en toiletten want daar is door de architect gekozen voor felle kleuren. 

Lessons learned

Sinds de oplevering is Bögl een aantal keren in het gebouw geweest. Hij constateert dat studenten en docenten enthousiast zijn. “Het gebouw doet wat we voor ogen hadden.” LIAG heeft het nodige bijgeleerd door het project. “Het gebouw is all-electric, toen nog tamelijk nieuw. Ook hebben we extra aandacht moeten besteden aan de bouwlogistiek. Eigenlijk is de hele kavel bebouwd. We konden daardoor met slechts één hijskraan werken, in plaats van met drie die in feite nodig waren. Nog een les: stel de aanbesteding van PV-panelen uit tot een later tijdstip. Wij hebben dit gedaan en betaalden een lagere prijs voor een hoger rendement.”


Dit artikel is verschenen in Stedebouw en Architectuur 02/2019. Lees meer van Stedebouw en Architectuur in onze bibliotheek

Deel dit artikel