Artikel

Een betere stad voor iedereen

“Om de grijze golf te accommoderen is de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor de binnenkant van woningen. Nieuwe woningen zijn aangepast zodat mensen zich alleen kunnen redden. Nu is het tijd voor een verschuiving naar de buitenkant”, stelt hoogleraar Monique Kremer. “Hoe moet de woonomgeving er uitzien om de zelfredzaamheid van mensen te stimuleren?”

Auteur Wijnand Beemster 


N
u mensen in hun buurt blijven wonen, wordt het steeds belangrijker dat er meer oog is voor elkaar.Maar dat staat ook onder druk, vertelt Monique Kremer, senior wetenschappelijk medewerker en projectcoördinator bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en als bijzonder hoogleraar Actief burgerschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.Het aantal alleenstaanden neemt alsmaar toe.  


In de grote steden bestaat de meerderheid binnenkort uit allerhande minderheden. Deze nieuwe groepen, de nieuwe Nederlanders,hebben vaak al op jongere leeftijd een helpende hand nodig.Autochtone Nederlanders worden zo rond 70 jaarhulpbehoevend, bij migrantenis dat om en nabij50 jaar.Daarnaast hebben we in de wijken te maken met een groeiende groep van mensen met een mentale of psychische beperking.  


Of
de inrichting van de gebouwde omgevingvoldoende rekening houdt met deze kwetsbare groepen?Kremer is terughoudend: “Kwetsbare groepen in de openbare ruimte,het is geen sexy onderwerp. Het is hipper om je als gemeente te associëren metbijvoorbeeld smart city. Dat scoort. Die voorkeur voor wat trendy is,zie je terug in de inrichting van de openbare ruimte.Veryuppinggrijpt om zich heen in binnensteden. Die ontwikkelingversterkt de tweedeling in de samenleving, kwetsbare groepen worden uitgesloten. En dat schaadt de leefbaarheid.1 

Toevallige ontmoetingen 

Om de openbare ruimte geschikt te maken voor ouderen heeft Kremer een lijstje met aandachtspunten. Een greep: 

  • Zorg voor kleine winkeltjes in de buurt op loopafstand met rollator (maximaal 500 meter). 

  • Let goed op de toegankelijkheid van openbare ruimte en gebouwen. 

  • Bouw zo dat je elkaar kunt zien. 

  • Creëer ruimte voor toevallige ontmoetingen, vooral vlakbij de voordeur (stoep, portiek), en graag ook plekken waar je niets hoeft te kopen.Er zijn ook mensen met een smalle beurs. 

  • Ontwerp waar mogelijk binnentuinen (het hofjesconcept). 

Third places 

Kremer wijst expliciet opthird places, plekken waar mensen elkaar tegenkomen,en die niet per se op ontmoeting zijn ingericht. “Gedwongen ontmoeten, dat werkt niet.” Sommige Retailorganisaties spelen hierop in, zegt Kremer.Albert Heijn met zijn koffiecorners, HEMA doet hetzelfde. Dat zijn belangrijke plekken voor ouderen. In een sfeer van winkelen elkaar tegenkomen wordt vaak als veel prettiger ervaren dan de ontmoeting in een buurthuis.  

Onderzoek  

Recent onderzocht Kremer onder andere de rol van retail in een zorgvriendelijke wijk. Ze bestudeerde in een Amsterdamse 'superdiverse wijk welke ingrediënten nodig zijn om tot een zorgvriendelijke wijk te komen. “We interviewden de supermarkt, kringloopwinkel en drogist om te horen wat zij doen voor hun kwetsbare klanten. Ook spraken we bewoners.  


Wat kwetsbare mensen
vooral nodig hebben, en wat meteen het hoogst haalbare lijkt, is ‘alledaagse attentheid’.Als de situatie zich voordoet even een boodschapje doen of de vuilniszakken wegbrengen. Mensen willen geen structurele zorg van buren maar wel graag dat iemand een oogje in het zeil houdt. Of winkels een plaats voor contact en ontmoeting zijn hangt af van de medewerkers, of ze aardig zijn en niet meteen hun oordeel klaar hebben. 


In dergelijke buurten
werken veel professionals, maar die zijn niet makkelijk te vinden voor bewoners. Als de gordijnen bij iemand niet meer opengaan, bellen mensen liever de politie. Gebiedsmanagers houden zich nauwelijks bezig met mensen. Woningcorporaties worden steeds belangrijker.Zij kunnen bijna als enige een reden aanvoeren (‘even de meter bekijken’) om achter de voordeur te komen. 

Migrantenouderen 

Een van de meest kwetsbare groepen in de wijk is die van de migrantenouderen, vertelt Kremer.Er bestaan veel misverstanden over hen. De gedachte dat de kinderen hun ouders wel in huis zullennemen, is achterhaald. De jongere generatie migranten denkt vaak anders over zorgtaken. Meestal willenze in de buurt van hun ouders wonen. De vraag is hoe je dat vorm kunt geven. Kun je bijvoorbeeld ook bouwen voor een ‘netwerk’ zodat hulpbehoevende ouderen in de buurt van hun kinderen kunnen blijven?Daarbij moet je je niet al te zeer vastpinnenop een vaststaande culturele achtergrond. Woningen moeten mee kunnen bewegen met een steeds veranderende vraag. Want morgen heb je weer andere typen bewoners.  


Wel is het zaak om scherp op het netvlies te hebben wat de behoeften zijn van individuele bewoners.Dat betekent onder meer veel tijd investeren in inspraak.Ik merk dat professionals bij gemeenten en corporaties nauwelijks met migranten in de wijk praten. Terwijl het horen van hun stem nodig is om scheidslijnen in de samenleving te voorkomen. 


E
r zijn uitzonderingen. Kremer heeft onderzoek gedaan bij thuiszorgorganisatie Royaal Zorg in Den Haag, in een superdiverse wijk. Deze organisatie weet migranten wel goed te bereiken. Ze winnen het vertrouwen door zich te verankeren in de buurt. Ze bieden hulp in de eigen taal en door meer informele, warme relaties aan te gaan. Daarmee, en met heel divers personeel, proberen ze de afstand tussen het zorgsysteem en de zorgbehoevende te overbruggen. En ze richten zich niet alleen op de zorg de steunkousen maar ook op andere vormen van hulp, zoals maatschappelijke begeleiding.” 


Dit is een artikel uit Stedebouw thema Bouw en Zorg, dat eind deze week verschijnt. Stay tuned!

Deel dit artikel