Artikel

De blauwdruk van circulaire brandweerkazernes

In Surhuisterveen staat de eerste van een reeks nieuwe circulaire brandweerkazernes. Het pand is ontworpen op basis van een blauwdruk waarin losmaakbaarheid en hergebruik van materialen centraal staan. Het resultaat: een nul op de meter kazerne die van alle kanten wordt toegejuicht.

Veiligheidsregio Fryslân heeft 65 brandweerkazernes, waarvan er minstens 8 vernieuwd moeten worden voor 2025. “Het zou zonde zijn om voor elk pand het wiel opnieuw uit te vinden”, aldus Laurens van den Brink van Veiligheidsregio Fryslân, beheerder van het brandweervastgoed. Vanuit dat sentiment is samen met JOUS architecten een blauwdruk ontworpen, gebaseerd op het principe van reduce, reuse, recycle. Dit dient als leidraad voor elke nieuwbouw van de brandweerkazernes om het proces te vergemakkelijken en om eenheid te creëren. Zo wordt in april 2020 een tweede kazerne opgeleverd in Harlingen, op basis van dezelfde blauwdruk.

Materiaal

Ondanks de diepgewortelde circulaire ambities ziet de kazerne in Surhuisterveen er spiksplinternieuw uit. De HSB-buitengevels en houten gevelpanelen (zie kader) vormen als het ware een verpakking rond de hergebruikte materialen. Harm Tigchelaar, directeur van JOUS architecten, legt uit: “We hebben veel afwegingen moeten maken. Er is zoveel mogelijk C2C-materiaal ingezet om de uitstraling natuurlijk te laten ogen. De vloerafwerking bijvoorbeeld, die zou je haast de natuur in kunnen gooien en dan wordt het compleet afgebroken. Toch hebben we veel nieuwe materialen moeten gebruiken. Neem de gevelpanelen: dan zit je toch met het esthetische en bouwtechnische aspect. Juist op wat niet te zien is in het pand is veel hergebruik toegepast.”


Eenzelfde afweging werd gemaakt voor de daglichttoetreding. “We wilden een lichtstraat toepassen in de doorgang tussen de twee ruimtes, want veel daglicht heeft een positieve invloed op de energiehuishouding”, vertelt Tigchelaar. “Bovendien is het een natuurlijk verschijnsel, dus gebruikers zouden erdoor het gevoel krijgen dat ze buiten staan.” Toch paste dit element niet in de aanbesteding. Dat geldt ook voor het sedumdak, al schuilt daar meer achter. “Het zichtbaar maken van de biodiversiteit was een eis in de blauwdruk. Het was dus een combinatie van prijs en zichtbaarheid. Het groen is nu waar mogelijk op maaiveld ingericht.” Onder andere een sloot en diverse bloemenmengsels zorgen intussen voor een toename van de biodiversiteit.

Circulariteit

Tigchelaar geeft aan dat de keuzes voor hergebruikte materialen sterk afhankelijk waren van de kansen die zich voordeden, iets wat de architect uitdaagde op zijn creativiteit. “In de entree is er bijvoorbeeld vanwege grondstofbeperking bewust voor gekozen om het plafond weg te laten. Dat zag er wat karig uit, dus dan ga je op zoek naar mogelijkheden. In ons geval was dat hergebruik van oude brandslangen. Die hebben we strakgetrokken om er een gekruist plafondelement van te maken dat niet helemaal dicht is, maar toch de aandacht van de oneffenheden wegneemt.”


Hergebruikte brandslangen vormen een fraai plafondelement in de entree. Foto: Gerard van Beek Fotografie


Enkele andere kansen: de houten verdiepingsvloer is gemaakt van hergebruikte balken uit de draagconstructie van een voormalige fabriek uit Purmerend, verlichtingsarmaturen zijn afkomstig van Marktplaats en sommige gebruikersinstallaties, zoals de rookgasafzuiging, komen uit de oude kazerne. Op installatiegebied lagen de ambities wel hoger, geeft Tigchelaar toe, maar ‘dat is het mooie aan circulair bouwen: je leert per project’.

Flexibel

Een vlugge blik op de blauwdruk is voldoende om het demontabele aspect van het pand te begrijpen. Enerzijds heb je de ondersteuningsafdeling in een apart blok, dat op diverse manieren kan aansluiten op het stallingsgedeelte. Voor de stallingen is in het ontwerp rekening gehouden met brandweervoer- en vaartuigen van diverse groottes, waarbij de meest voorkomende afmeting de standaard van het blok bepaalt, dus geen overmaat. “Het voordeel is dat de constructie ook uit te breiden is op basis van een helder stramien, afhankelijk van de aanwezige specialismen. Zo kunnen we het ontwerp en de ruimtes hetzelfde houden, maar telkens in een andere montage”, aldus Van den Brink.


Elke kazerne wordt dus als een soort legobouwwerk in elkaar geklikt, afhankelijk van de vorm en de beschikbare ruimte van de kavel, en kan ook weer in delen uit elkaar worden gehaald. Daar komt wel wat denkwerk bij kijken, vertelt Van den Brink: “Voor de brandweer is de routing van groot belang. Tijdens het uitrukken moeten ze elkaar niet in de weg zitten.” Het opknippen van de blokken en eventuele uitbreidingen zijn dus tot in detail uitgedacht, zodat per kavel een juiste routing gerealiseerd kan worden. De keuze om met lokale (onder)aannemers in zee te gaan, viel hier uitstekend op zijn plek. “Sommige onderaannemers waren betrokken bij de brandweer, dus dat hielp goed mee”, aldus Tigchelaar.

Gebrande gevel

JOUS architecten besloot de herkenbaarheid van de brandweerkazerne aan te zetten via de gevel. “We zoeken altijd naar een uitstraling die het gebouw doet onderscheiden, op basis van de identiteit van de gebruiker, zonder het er te dik bovenop te leggen”, aldus Tigchelaar. “Stel dat de letters van het logo niet op de gevel stonden, dan moet het pand nog steeds te herkennen zijn als brandweerkazerne.” Daarom is voor de gevelbekleding een combinatie van gebrand en gevlamd hout gekozen. Omdat deze specifieke stijl geen hergebruik van materialen toeliet, zijn de planken door de leverancier in dikker formaat aangeleverd. “Ze zijn 22 mm, in plaats van de standaard 18 mm”, vertelt Tigchelaar. “Als de panelen ooit worden teruggenomen, kunnen we simpelweg de toplaag eraf schuren en opnieuw branden. Het hout kan op deze manier vaker worden hergebruikt.”



Foto: Gerard van Beek Fotografie

Andere esthetica

Circulariteit is altijd een kwestie van balanceren tussen ambitie en financiën, zo geven Tigchelaar en Van den Brink aan. Zo was het beter voor de losmaakbaarheid om de gevel uit te voeren met een kliksysteem, maar is toch gekozen voor geschroefde gevelplanken. Dat hoeft niet af te doen aan de esthetische kwaliteit. Integendeel, vindt Tigchelaar: “Circulair ontwerpen vraagt om een andere esthetica. Je kunt zien dat het herbruikbaar is, dat moet je beseffen als opdrachtgever en architect. In het geval van de verdiepingsvloer levert dat juist een mooie sfeer op. Ik denk dat dit vooral een kwestie van bewustwording is. We zijn de afgelopen jaren heel erg verwend met het idee dat alles perfect moet zijn. Daar komen we tegenwoordig wel op terug.”

Lees meer in Stedebouw & Architectuur, thema Bouw & Zorg

Dit artikel verscheen in het magazine Stedebouw & Architectuur, thema Bouw & Zorg. Deze editie verschijnt op 3 april 2020. Ontvangt u het magazine niet? Dan kunt u vanaf 3 april een digitale versie van het magazine vinden in onze bibliotheek

Deel dit artikel